ECLI:NL:RBDHA:2025:18813

ECLI:NL:RBDHA:2025:18813, Rechtbank Den Haag, 13-10-2025, NL25.48065

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 13-10-2025
Datum publicatie 13-10-2025
Zaaknummer NL25.48065
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

bewaring – vervolgberoep – zicht op uitzetting Algerije – beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.48065

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),

en

Procesverloop

Verweerder heeft op 19 juni 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 9 oktober 2025.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1996 en de Algerijnse nationaliteit te hebben.

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 17 september 2025 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds 10 september 2025.

4. Eiser voert aan dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Algerije of Tunesië ontbreekt. Verweerder heeft geen inzicht gegeven in de kans van slagen van de laissez-passer (lp) aanvragen. Ten aanzien van Algerije is het bekend dat er geen presentatie plaatsvindt indien de vreemdeling, zoals eiser, niet beschikt over documenten. Ten aanzien van Tunesië moet concreet worden geïnformeerd bij de Tunesische ambassade of de lp-aanvraag in behandeling is genomen en of er een presentatie zal plaatsvinden.

5. De rechtbank is van oordeel dat voor zowel Algerije als Tunesië sprake is van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn. Uit de rechtspraak volgt dat voor beide landen wordt aangenomen dat in zijn algemeenheid zicht op uitzetting bestaat. Eiser heeft geen aanknopingspunten aangedragen waaruit moet worden geconcludeerd dat specifiek voor hem geen sprake is van zicht op uitzetting. De rechtbank begrijpt eisers stelling over Algerije zo dat de Algerijnse autoriteiten geen lp’s verstrekken aan vreemdelingen die niet beschikken over documenten. Deze stelling is echter niet onderbouwd. In dit verband verwijst de rechtbank naar haar eerdergenoemde uitspraak van 17 september 2025. Ook eisers stelling over het lp-traject voor uitzetting naar Tunesië is niet onderbouwd. Tot slot wijst de rechtbank ook op eisers plicht om actief en volledig mee te werken aan zijn uitzetting. Uit de verslagen van de vertrekgesprekken van 19 augustus 2025 en 16 september 2025 volgt dat hij hier geen invulling aan geeft.

6. Ook overigens is niet gebleken dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig is geweest.

7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

8. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan op 13 oktober 2025 door mr. S.E. van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.E. van de Merbel

Griffier

  • mr. R. de Mul

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand