ECLI:NL:RBDHA:2025:21968

ECLI:NL:RBDHA:2025:21968, Rechtbank Den Haag, 19-11-2025, NL25.54943

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 19-11-2025
Datum publicatie 21-11-2025
Zaaknummer NL25.54943
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

Vervolgberoep bewaring – beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 november 2025 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie.

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.54943

(gemachtigde: mr. K. Ramdhan),

en

Procesverloop

De minister heeft op 29 september 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld.

De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft het vooronderzoek op 17 november 2025 gesloten en bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw 2000 het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 20 oktober 2025 (in de zaak NL25.48628) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek (14 oktober 2025).

Zicht op uitzetting

3. Eiser voert aan dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering is. Weliswaar is er al een laissez-passer (lp) aangevraagd, maar hij is nog niet gepresenteerd bij de autoriteiten van het land van herkomst. Uit de voortgangsrapportage of het vertrekgesprek blijkt ook niet waarom eiser nog niet gepresenteerd is.

In wat eiser aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering is. De rechtbank is van oordeel dat zicht op uitzetting naar Algerije in het algemeen niet ontbreekt. De rechtbank ziet geen aanleiding om in het geval van eiser anders te oordelen. De lp-aanvraag is nog steeds in onderzoek en er zijn op dit moment geen aanknopingspunten waaruit blijkt dat de Algerijnse autoriteiten geen lp zullen afgeven. De omstandigheid dat nog geen lp is afgegeven, betekent daarom niet dat dit zicht in eisers geval niet bestaat. Uit het enkele feit dat nog niet is gereageerd op de rappels kan niet worden afgeleid dat de Algerijnse autoriteiten zullen weigeren aan eiser een lp te verstrekken. Uit het voortgangsrapport blijkt dat de lp-aanvraag op 3 oktober 2025 is verzonden aan de Algerijnse autoriteiten. De minister heeft vervolgens op 16 oktober 2025 en op 6 november 2025 gerappelleerd bij de Algerijnse autoriteiten. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.

Lichter middel

4. Eiser voert verder aan dat hij jong is en dat detentie veel schade veroorzaakt bij kinderen/adolescenten. Tijdens zijn vertrekgesprek heeft hij ook aangegeven dat hij veel klachten heeft.

De rechtbank ziet ook hier geen aanleiding om te oordelen dat een lichter middel wel zou kunnen volstaan of dat de voortzetting van de vreemdelingenbewaring niet langer gerechtvaardigd zou zijn. Daar komt bij dat in de uitspraak van 20 oktober 2025 is geoordeeld dat eiser niet met documenten heeft onderbouwd dat hij minderjarig is, waardoor de minister van zijn meerderjarigheid mag uitgaan. De enkele stelling van eiser dat de bewaring hem zwaar valt, maakt dat niet anders. De beroepsgrond slaagt niet.

Ambtshalve toets

5. Los van de door eiser aangevoerde beroepsgronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van

mr. B. Göbel, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.J.M. Verhoeven

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand