ECLI:NL:RBDHA:2025:9413

ECLI:NL:RBDHA:2025:9413, Rechtbank Den Haag, 20-05-2025, NL25.20891

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 20-05-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer NL25.20891
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823

Samenvatting

bewaring, vervolgberoep, voortvarendheid, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2025 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.20891

(gemachtigde: mr. R.T. Laigsingh),

en

Procesverloop

De minister heeft op 28 januari 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft deze maatregel al eerder getoetst. Op het eerste beroep is beslist bij uitspraak van 25 februari 2025. Op het eerste vervolgberoep is beslist bij uitspraak van 8 april 2025.

De rechtbank heeft het vooronderzoek op 13 mei 2025 gesloten en bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 11 april 2025 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom beoordeelt de rechtbank nu alleen of de maatregel van bewaring sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek (op 1 april 2025) rechtmatig is.

Werkt de minister voldoende voortvarend aan de uitzetting van eiser?

2. Eiser voert aan dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan de verwijdering. De laissez-passer (lp) aanvraag is ruim drie maanden geleden gedaan en eiser heeft aangegeven dat hij niet over documenten beschikt en hier ook niet aan kan komen. Het ligt op de weg van de minister om op dossierniveau te rappelleren bij de Algerijnse autoriteiten. Het enkel voeren van vertrekgesprekken en doen van schriftelijke rappels is, gelet op de duur van de maatregel, onvoldoende.

In wat eiser aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan de verwijdering uit Nederland. De reden hiervoor is dat de minister op 10 april 2025, 17 april 2025 en 1 mei 2025 gerappelleerd heeft bij de Algerijnse autoriteiten. Ook is er op 24 april een vertrekgesprek met eiser gevoerd. Hierin heeft eiser aangegeven geen contact te willen opnemen met het Algerijnse consulaat, omdat hij daar geen behoefte aan heeft. Verder heeft eiser geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die maken dat de minister bij de huidige stand zaken op dossierniveau had moeten rappelleren. Dat de maatregel ruim drie maanden voortduurt is daarvoor in ieder geval onvoldoende. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.

Voor zover eiser verder aanvoert dat de gronden de maatregel niet kunnen dragen, er ten onrechte een lichter middel is opgelegd en er geen zich op uitzetting binnen afzienbare tijd bestaat, is de rechtbank van oordeel dat eiser dit op geen enkele wijze heeft onderbouwd.

Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?

3. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van mr. T.M.T. Brandsma, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.J.M. Verhoeven

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand