ECLI:NL:RBDHA:2025:9957

ECLI:NL:RBDHA:2025:9957, Rechtbank Den Haag, 04-06-2025, NL25.18259

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 04-06-2025
Datum publicatie 19-09-2025
Zaaknummer NL25.18259
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0011823 CELEX:32003R0343 EU:32003R0343

Samenvatting

Dublin, Duitsland, niet verschijnen gehoor, ongegrond

Uitspraak

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. E. Maalsen),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. R.R. de Groot).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 14 april 2025 niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling van de aanvraag.

De rechtbank heeft het beroep op 27 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Totstandkoming van het besluit

4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland bij Duitsland een verzoek om terugname gedaan. Duitsland heeft dit verzoek aanvaard.

Heeft de minister het bestreden besluit onzorgvuldig voorbereid?

5. Eiser stelt dat de minister het bestreden besluit onzorgvuldig heeft voorbereid. Hij is namelijk niet gehoord over zijn eventuele bezwaren bij een overdracht aan Duitsland. Dit gehoor had moeten plaatsvinden op 11 februari 2025 maar eiser is daarbij niet verschenen. Op 2 maart is eiser wederom niet verschenen. De minister heeft volgens eiser echter onvoldoende aangetoond dat hij daadwerkelijk is uitgenodigd voor deze gehoren en dat het voor hem duidelijk was dat hij die afspraken had.

Op grond van artikel 5, eerste lid, van de Dublinverordening voert de lidstaat die met het bepalen van de verantwoordelijk lidstaat is belast een persoonlijk onderhoud met de verzoeker om de verantwoordelijke lidstaat gemakkelijker te kunnen bepalen. Het onderhoud biedt de verzoeker tevens de mogelijkheid de overeenkomstig artikel 4 aan hem verstrekte informatie juist te begrijpen.

De rechtbank stelt vast dat zich in het dossier twee rapporten ‘niet verschijnen voor het gehoor’ bevinden. Uit deze rapporten volgt dat eiser twee keer van de medeweker ondersteuning in [plaats] een uitnodiging heeft gekregen om zich te melden voor een gehoor in [plaats], namelijk een uitnodiging voor 11 februari 2025 om 8:00 uur en een uitnodiging voor 2 maart 2025 om 8:00 in [plaats]. Uit de rapporten volgt verder dat eiser geen gevolg heeft gegeven aan deze uitnodigingen en de reden van zijn afwezigheid niet kenbaar heeft gemaakt. Bovendien bevinden zich in het dossier twee loopbrieven die bovenstaande afspraken bevestigen. Op de zitting heeft de minister toegelicht dat deze loopbrieven persoonlijk aan de vreemdeling worden overhandigd.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de minister aannemelijk heeft gemaakt dat eiser persoonlijk tweemaal is uitgenodigd voor een gehoor. Hiermee heeft de minister aan de in de Dublinverordening neergelegde verplichting tot het uitnodigen van een vreemdeling tot het voeren van een persoonlijk onderhoud voldaan. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de minister het besluit niet onzorgvuldig heeft voorbereid. Deze beroepsgrond slaagt dus niet.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Harten, rechter, in aanwezigheid van mr. V. Bouman, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. van Harten

Griffier

  • mr. V. Bouman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand