ECLI:NL:RBDHA:2026:10277

ECLI:NL:RBDHA:2026:10277

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 01-05-2026
Datum publicatie 01-05-2026
Zaaknummer C/09/700204 / KG ZA 26-203
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

De vorderingen van eisers tot verwijdering en rectificatie van een perspublicatie van het OM worden afgewezen. Dat die perspublicatie onrechtmatig is, is niet aannemelijk geworden.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/700204 / KG ZA 26-203

Vonnis in kort geding van 1 mei 2026

in de zaak van

1. [eiseres] en

2. [eiser] ,

beiden domicilie gekozen hebbend ten kantore van hun advocaat,

eisers,

advocaat mr. T.A.E. Bossen te Amsterdam,

tegen:

DE STAAT DER NEDERLANDEN te Den Haag,

gedaagde,

advocaten mr. M. Beekes en mr. J.S. Bierens, beiden te Den Haag.

Eiseres sub 1 en gedaagde worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiseres] ’ en ‘de Staat’.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 2 april 2026, met producties 1 tot en met 20;

- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 4;

- de akte overlegging aanvullende productie, tevens vermeerdering en wijziging van eis, met productie 21.

De mondelinge behandeling is gehouden op 14 april 2026. Tijdens de mondelinge behandeling hebben de advocaten van beide partijen het woord gevoerd aan de hand van pleitaantekeningen. Deze maken deel uit van het dossier.

Tijdens de zitting is de datum voor het wijzen van vonnis bepaald op vandaag.

2. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

Vanaf 10 augustus 2020 was [zoon van eisers] , de zoon van eisers (hierna ‘ [zoon van eisers] ’), voor een korte vakantie in Amsterdam om daar met vrienden zijn 23e verjaardag te vieren. Tijdens dat verblijf begon [zoon van eisers] zich steeds meer van zijn vrienden te distantiëren. Op 12 augustus 2020 hebben de vrienden van [zoon van eisers] hem als vermist opgegeven.

Op 13 augustus 2020 is [eiseres] met een vriend van [zoon van eisers] , vanuit Duitsland naar Amsterdam gegaan om [zoon van eisers] te zoeken. Op enig moment is [zoon van eisers] in verwarde toestand, mogelijk onder invloed van verdovende middelen, aangetroffen. Toen er korte tijd later een politieagent op hem af kwam lopen, is [zoon van eisers] weggerend. Na een achtervolging door de politie is [zoon van eisers] , die een zakmes in zijn hand had, uiteindelijk ingesloten in een binnentuin in de Honselersdijkstraat in Amsterdam, waar hij het mes tegen zijn pols en/of keel heeft gezet. Vervolgens is geprobeerd om hem te overmeesteren met pepperspray en met behulp van een politiehond. Toen dat mislukte is [zoon van eisers] door de hondenbegeleider tegen de grond gedrukt, waarna ook andere agenten (in totaal acht) ter plaatse zijn gekomen. Kort daarna hebben twee politieagenten schoten gelost, die [zoon van eisers] hebben geraakt. [zoon van eisers] is ter plaatse aan zijn verwondingen overleden.

Onder leiding van het Openbaar Ministerie (OM) heeft de Rijksrecherche een onderzoek ingesteld naar het incident op 13 augustus 2020, waarbij onder meer forensisch onderzoek is verricht en waarbij de betrokken politieagenten zijn gehoord.

Bij brief van 17 mei 2021 heeft het Openbaar Ministerie (OM) (de advocaten van) eisers geïnformeerd over de beslissing om niet over te gaan tot vervolging van de politieagenten die de schoten hebben gelost die [zoon van eisers] fataal zijn geworden (hierna ‘de sepotbeslissing’). Daarbij is vermeld dat de politieagenten hebben gehandeld in overeenstemming met de Politiewet en de Ambtsinstructie, dat aannemelijk is geworden dat sprake was van een noodweersituatie en dat verdediging noodzakelijk en proportioneel was.

In de sepotbeslissing is met betrekking tot de door politieagent [politieagent 1] op 19 augustus 2020 afgelegde verklaring onder meer het volgende vermeld:

In de sepotbeslissing is gewezen op de verklaringen van meerdere politieagenten die hebben gezien dat [zoon van eisers] met een mes zwaaiende en stekende bewegingen maakte in de richting van andere politieagenten en dat [politieagent 1] met het mes op zijn vest word geraakt. Verder is in de sepotbeslissing een beschrijving gegeven van de verklaringen van de politieagenten die de schoten hebben gelost, [politieagent 2] ( [politieagent 2] ) en [politieagent 3] ( [politieagent 3] ), hierna samen ook ‘de politieagenten’ genoemd. Daarbij is meegedeeld dat [politieagent 2] onder meer heeft verklaard dat hij zag dat [zoon van eisers] in de richting van zijn eigen keel stak en ter hoogte van de bovenkant van het vest, de keel en de onderkant van het gezicht van een collega en dat hij toen zijn vuurwapen uit zijn dijbeenholster haalde en schoot. Met betrekking tot de verklaring van [politieagent 3] is in de sepotbeslissing opgenomen dat hij zag dat [zoon van eisers] met het mes korte zwaaiende bewegingen/stekende bewegingen maakte en dat zijn collega op het vest werd geraakt, waarna ook hij heeft geschoten.

Met betrekking tot de door het OM geconstateerde noodweersituatie is in de sepotbeslissing onder meer vermeld dat op verschillende manieren is geprobeerd om [zoon van eisers] bij zinnen te krijgen en om hem het mes te laten vallen, maar dat [zoon van eisers] daarop niet heeft gereageerd. Verder is benoemd dat in diverse verklaringen van politieagenten bevestigd wordt dat [zoon van eisers] zwaaiende en stekende bewegingen maakte in de richting van politieagenten, onder wie [politieagent 1] , waarbij [politieagent 1] met het mes op zijn vest werd geraakt. Dit betreft onder meer de verklaringen van politieagent [politieagent 4] , die dacht te zien dat [politieagent 1] door het mes op zijn steekwerende vest werd geraakt, en van [politieagent 3] (zie ook hiervoor in 2.6.). Ten slotte is er op gewezen dat [politieagent 1] zelf heeft verklaard dat hij voelde dat zijn veiligheidsvest van boven naar beneden werd geraakt.

Over de beslissing om de politieagenten niet te vervolgen heeft het OM op 17 mei 2021 een persbericht gepubliceerd (hierna ‘de perspublicatie’). In de Engelstalige versie van de perspublicatie met de titel “Police officers who shot a man with a knife acted in self-defence”, is onder meer het volgende opgenomen:

en

De Nederlandstalige perspublicatie luidt op dit punt:

en

Op 19 januari 2024 hebben eisers bij het OM aangifte gedaan tegen diverse politieagenten die betrokken waren bij de dood van [zoon van eisers] . Daarbij hebben zij rapporten van onderzoeksbureau Forensic Architecture, jurist en sociaal wetenschapper professor [naam 1] en psychiater [naam 2] als bijlagen meegestuurd en hebben zij het OM verzocht de sepotbeslissing te heroverwegen.

Het OM heeft eisers op 29 juli 2024 meegedeeld geen aanleiding te zien om de genomen beslissing tot sepot ten aanzien van de politieagenten (de twee schutters) te herzien.

In een e-mailbericht van 13 maart 2025 heeft mr. R.A. Korver, advocaat te Amsterdam, namens eisers met betrekking tot de perspublicatie het volgende aan het OM meegedeeld:

In reactie heeft het OM in een e-mailbericht van 25 maart 2025 het volgende aan mr. Korver laten weten:

Eisers hebben een klachtprocedure op grond van het bepaalde in artikel 12 Wetboek van Strafvordering (Sv) aanhangig gemaakt bij het Gerechtshof Amsterdam (hierna ‘het hof’). Het hof heeft nog niet op de klacht van eisers beslist.

3. Het geschil

Eisers vorderen – na vermeerdering/wijziging van eis en zakelijk weergegeven – de Staat te bevelen om de (Engelstalige en Nederlandstalige) perspublicatie te verwijderen en verwijderd te houden van de website en server en enig ander (digitaal) medium van de Staat en/of het OM, om gedurende vier weken op de Nederlandstalige en Engelstalige homepage van het OM (desktop en mobiel) en bovenaan de pagina op ieder (digitaal) medium van het OM waarop de (Engelstalige en Nederlandstalige) perspublicatie is gepubliceerd een rectificatie te plaatsen, zoals is beschreven in het petitum van de akte vermeerdering/wijziging van eis, en om een kennisgeving van de rectificatie te sturen op de wijze zoals is vermeld in het petitum van de akte vermeerdering/wijziging van eis, een en ander op straffe van een dwangsom en met veroordeling van de Staat in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Daartoe stellen eisers – samengevat – het volgende. De door het OM in de perspublicatie gegeven verkeerde voorstelling van zaken, waarbij als vaststaand feit wordt gepresenteerd dat [zoon van eisers] in het veiligheidsvest van een politieagent heeft gestoken, geeft een onjuist beeld van de gedragingen van [zoon van eisers] . Het OM heeft nagelaten om in de perspublicatie te vermelden dat uit drie afzonderlijke onderzoeken blijkt dat er geen steekbeschadigingen op het veiligheidsvest zijn aangetroffen, dat geen van de betrokken politieagenten gewond is geraakt en dat de politieagent om wiens veiligheidsvest het gaat zelf heeft verklaard dat hij niet met een mes is gestoken, maar dat aan de voorzijde van zijn vest van boven naar beneden met een mes is gesneden. Verder suggereert de perspublicatie dat al onherroepelijk is beslist dat de politieagenten die de schoten hebben gelost niet zullen worden vervolgd, terwijl er een klachtprocedure op grond van artikel 12 Sv aanhangig is, waarin de vraag of het OM tot vervolging van de betrokken politieagenten moet overgaan nog ter discussie staat. De perspublicatie is daarom ten opzichte van eisers onrechtmatig in de zin van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Verder heeft het OM nagelaten om bij de berichtgeving in de perspublicatie de onschuldpresumptie en de slachtofferpresumptie in acht te nemen. Eisers hebben er groot belang bij dat er geen onjuiste of onvolledige uitingen worden verspreid met betrekking tot het overlijden van hun zoon [zoon van eisers] en dat belang weegt zwaarder dan het belang van het OM bij het kunnen verstrekken van informatie over strafrechtelijke handhaving. Door de perspublicatie worden eisers immers in hun eer en goede naam aangetast, wordt de nagedachtenis van [zoon van eisers] geschaad en wordt een objectieve behandeling van de klachtprocedure gefrustreerd. Daarom moeten de Nederlandstalige en de Engelstalige perspublicatie worden verwijderd en moet de Staat (het OM) een rectificatie plaatsen.

De conclusie van de Staat strekt tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van eisers in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. Het verweer van de Staat zal hierna, voor zover nodig, worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

Tussen partijen is in geschil of de perspublicatie van het OM onrechtmatig is en of er daarom aanleiding bestaat om de Staat te bevelen de perspublicatie te verwijderen en te rectificeren.

Spoedeisend belang

De Staat heeft allereerst betwist dat eisers een spoedeisend belang bij toewijzing van hun vorderingen hebben. Volgens de Staat dateert de perspublicatie van 17 mei 2021 en hebben eisers pas op 13 maart 2025 een verzoek gedaan om twee uitlatingen in de perspublicatie te verwijderen en te rectificeren. Na de afwijzende reactie van het OM op dat verzoek hebben eisers bijna een jaar gewacht met het aankondigen van deze kortgedingprocedure. Dat eisers zo lang stil hebben gezeten staat aan toewijzing van de vorderingen in de weg, aldus de Staat.

Eisers hebben gesteld dat zij pas in juli 2024 bekend zijn geworden met de perspublicatie en dat zij daarna eerst buitengerechtelijk hebben geprobeerd om de publicatie door het OM te laten verwijderen. Mede in aanmerking genomen dat eisers hebben benadrukt dat het voor hen emotioneel en financieel belastend is om de perspublicatie aan te vechten, terwijl zij tegelijkertijd proberen het verlies van hun zoon te verwerken, is de voorzieningenrechter van oordeel dat eisers voldoende hebben onderbouwd dat zij een spoedeisend belang hebben bij verwijdering en rectificatie van de in hun ogen onrechtmatige perspublicatie, als gevolg waarvan zij voortdurende reputatieschade stellen te lijden.

Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of de perspublicatie ten opzichte van eisers onrechtmatig is.

Is de perspublicatie onrechtmatig?

Bij de beoordeling van de vorderingen van eisers stelt de voorzieningenrechter het volgende voorop. Eisers hebben aan hun vorderingen ten grondslag gelegd dat de Staat door het publiceren van de perspublicatie ten opzichte van eisers hebben gehandeld in strijd met artikel 6:162 BW (en dus een onrechtmatige daad hebben gepleegd). Bij de beantwoording van de vraag of de Staat door die perspublicatie heeft gehandeld in strijd met de zorgvuldigheid die hem ten opzichte van eisers betaamt kunnen twee belangen in het geding zijn: aan de ene kant het belang dat individuele burgers zoals eisers (in dit geval gaat het om de overleden zoon van eisers en het afgeleide belang van eisers) niet door publicaties worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen en aan de andere kant het belang van het OM het publiek te informeren over onderwerpen die van algemeen belang zijn, zoals in dit geval over de beslissing om niet over te gaan tot vervolging van de politieagenten. Welk van deze belangen bij een collisie tussen beide in de gegeven omstandigheden de doorslag behoort te geven, hangt af van de in onderling verband te beschouwen omstandigheden.

Eisers hebben gesteld dat de perspublicatie onjuist is, omdat daarin ten onrechte is vermeld dat [zoon van eisers] in het veiligheidsvest van een politieagent heeft gestoken. Eisers hebben gewezen op forensisch onderzoek, waaruit is gebleken dat er geen beschadigingen of steeksporen op het veiligheidsvest van [politieagent 1] zijn aangetroffen, en op de verklaring van [politieagent 1] zelf, inhoudende dat het mes langs zijn vest is gegaan. Verder hebben eisers gesteld dat Argos, in samenwerking met onderzoeksbureau Forensic Architecture, de laatste vijftien minuten van het leven van [zoon van eisers] heeft gereconstrueerd en dat de daaruit voortgekomen conclusies serieuze vragen oproepen over de juistheid van de door het OM in de perspublicatie gegeven lezing van de gebeurtenissen op 13 augustus 2020.

Anders dan eisers stellen wordt in de perspublicatie niet vermeld dat [zoon van eisers] de betreffende politieagent “in” zijn veiligheidsvest heeft “gestoken”. In de Engelstalige perspublicatie wordt vermeld “One of the officers was struck on his vest bij the knife” (onderstreping voorzieningenrechter), terwijl in de Nederlandstalige versie staat “Een van de agenten werd met het mes op zijn vest geraakt.” (opnieuw onderstreping voorzieningenrechter).

Vervolgens moet worden beoordeeld of de in de perspublicatie opgenomen vermelding dat de betreffende politieagent met het mes op zijn vest werd geraakt onjuist en onrechtmatig is. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dat niet het geval is. Daarvoor is het volgende redengevend.

Aan de perspublicatie ligt de sepotbeslissing van 17 mei 2021 ten grondslag. In de sepotbeslissing wordt onder meer een samenvatting gegeven van de verklaringen van diverse politieagenten die bevestigen dat [politieagent 1] door het mes van [zoon van eisers] op zijn veiligheidsvest is geraakt, onder wie [politieagent 4] en [politieagent 3] . Mede op basis van die verklaringen heeft het OM de beslissing genomen om de politieagenten niet te vervolgen. De perspublicatie bevat vervolgens een weergave van de conclusies die het OM heeft getrokken, waarbij een beschrijving is gegeven van de overwegingen die daaraan ten grondslag hebben gelegen. Dat die weergave ongefundeerd is, is niet aannemelijk geworden. De weergave vindt immers in voldoende mate steun in het feitenmateriaal dat ten tijde van de publicatie beschikbaar was, zodat niet valt in te zien waarom het OM de daaruit getrokken conclusies niet in een perspublicatie naar buiten zou mogen brengen. Dat in de door eisers aan de aangifte van 19 januari 2024 ten grondslag gelegde rapporten (zie hiervoor in 2.9.) andere conclusies worden getrokken, betekent niet dat de in de sepotbeslissing en de perspublicatie gedane uitlatingen daarmee onjuist en onrechtmatig worden en evenmin dat daardoor op het OM de verplichting rust om andere mogelijke interpretaties van het beschikbare feitenmateriaal alsnog in de perspublicatie te vermelden. Datzelfde geldt voor de omstandigheid dat er nog een artikel 12 Sv-procedure loopt, zoals eisers hebben betoogd. Het niet (alsnog) vermelden van die procedure in de perspublicatie is niet misleidend of anderszins onrechtmatig. Voor het verwijderen van de perspublicaties of een rectificatie daarvan bestaat bij die stand van zaken geen aanleiding.

Het beroep van eisers op de onschuldpresumptie en de slachtofferpresumptie maakt het voorgaande niet anders. Op grond van de onschuldpresumptie mag degene die is belast met de strafvervolging van personen niet publiekelijk beweren dat een “person charged with a criminal offence” schuldig is, totdat het tegendeel is bewezen. In de perspublicatie komt niet aan de orde of gedragingen van [zoon van eisers] strafbaar waren. In zoverre speelt de onschuldpresumptie dan ook geen rol. De slachtofferpresumptie houdt in dat een slachtoffer van een strafbaar feit slachtoffer is, totdat het tegendeel vast staat. Tegenover het verweer van de Staat dat [zoon van eisers] in de perspublicatie juist als slachtoffer is aangemerkt, hebben eisers niet aannemelijk gemaakt dat de slachtofferpresumptie in de perspublicatie niet wordt geëerbiedigd.

Verder hebben eisers nog gesteld dat de objectieve behandeling van de klachtprocedure door de perspublicatie wordt bedreigd. Aan dit betoog moet de voorzieningenrechter voorbij gaan. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat de inhoud van de perspublicatie, ook als die rondom de behandeling van het artikel 12 Sv-verzoek hernieuwde aandacht zal krijgen, de oordeelsvorming in de klachtprocedure zal kunnen beïnvloeden. Bovendien heeft de Staat terecht opgemerkt dat het standpunt van het OM, zoals dat in de perspublicatie is verwoord, ook na een eventuele verwijdering/rectificatie daarvan in de klachtprocedure alsnog door het OM ter kennis van het hof zal worden gebracht. Ook dit argument van eisers rechtvaardigt daarom niet dat de perspublicatie wordt verwijderd of gerectificeerd.

Ten slotte leidt ook een belangenafweging niet tot een ander oordeel. Voor zover eisers hebben betoogd dat zij er belang bij hebben dat de bewoordingen in de perspublicatie worden genuanceerd, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het belang van de Staat (het OM) bij het kunnen (blijven) informeren van de samenleving over de beslissing om de politieagenten (destijds) niet te vervolgen voor hun betrokkenheid bij de dood van [zoon van eisers] in de gegeven omstandigheden moet prevaleren.

Slotsom en proceskosten

De slotsom van het voorgaande is dat de vorderingen worden afgewezen.

Eisers zijn in het ongelijk gesteld en zij moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de Staat worden begroot op:

- griffierecht

735,--

- salaris advocaat

1.177,--

- nakosten

€ 189,--

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

2.101,--

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt eisers in de proceskosten, die aan de zijde van de Staat zijn begroot op € 2.101,--, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als eisers niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten zij € 98,-- extra betalen, plus de kosten van betekening;

veroordeelt eisers in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;

verklaart deze kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2026.

mvt

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand