RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster 1] , verzoekster 1 V-nummer: [V-nummer 1]
[verzoekster 2] , verzoekster 2 V-nummer: [V-nummer 2] samen: verzoeksters
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.33771 en NL25.33787
(gemachtigde: mr. R. Deniz),
en
Procesverloop
Bij besluit van 30 juni 2025 (het bestreden besluit 1) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster 1 tegen het intrekken van haar verblijfsrecht als burger van de Unie als bedoeld in artikel 20 van het VWEU en het arrest Chavez-Vilchez ongegrond verklaard.
Bij besluit van 30 juni 2025 (het bestreden besluit 2) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen de intrekking van haar verblijfsvergunning voor het doel ‘Verblijf als familie- of gezinslid bij verzoekster 1 ongegrond verklaard.
Verzoeksters hebben tegen de bestreden besluite beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Overwegingen
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorzieningen af.
Deze uitspraak is gedaan op 30 april 2026 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.