RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer], verzoeker
de minister van Asiel en Migratie,
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.16560
(gemachtigde: mr. A.J. de Boer),
en
(gemachtigde: mr. R.R. de Groot).
Procesverloop
1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 20 maart 2026 deze aanvraag buiten behandeling gesteld. Verzoeker heeft hiertegen beroep (NL26.16559) ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep, op 8 juli 2026 op zitting behandeld. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verzoeker en zijn gemachtigde hebben zich voor de zitting afgemeld.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.16559, heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. Gelet daarop wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M. Weeda, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. T.C. Kasper-Kleve, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.