ECLI:NL:RBDHA:2026:26662

ECLI:NL:RBDHA:2026:26662

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 14-08-2026
Datum publicatie 14-09-2026
Zaaknummer C/09/710877 / KG ZA 26-894
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Kort geding nakoming gebod terugverhuizing.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/710877 / KG ZA 26-894

Vonnis in kort geding van 14 augustus 2026

in de zaak van:

[eiser] ,

eiser,

wonende te [woonplaats 1] ,

advocaat mr. L.L. van Dijk te Enschede.

tegen:

[gedaagde] ,

gedaagde,

wonende te [woonplaats 2] ,

advocaat mr. T. Dreiling te Leiden .

Partijen worden hierna respectievelijk ‘de vader’ en ‘de moeder’ genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, met producties;

- de conclusie van antwoord, tevens houdende een eis in reconventie;

- de aanvullende stukken van de moeder, ingekomen op 13 augustus 2026.

Op 14 augustus heeft de zitting plaatsgevonden. Daarbij zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat en de moeder, bijgestaan door mr. N. van Amsterdam als waarnemend advocaat.

2. De feiten in conventie en reconventie

Op grond van de stukken en het verhandelde op de zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

Partijen zijn gehuwd op [datum] 2019 te [plaats 1] .

Zij zijn de ouders van de volgende, nog minderjarige kinderen:

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2020 in [geboorteplaats] ;

- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2024 in [geboorteplaats] .

Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

Op 22 april 2026 is de moeder met de kinderen naar [plaats 2] vertrokken. De moeder heeft de kinderen uitgeschreven van het woonadres in [plaats 1] en [minderjarige 1] ingeschreven op een basisschool in [plaats 2] .

Bij beschikking van deze rechtbank van 4 augustus 2026:

- in de voorlopige voorzieningen (C/09/705930 / FA RK 26-5248): zijn de verzoeken van de vader en de moeder afgewezen;

- in de bodemprocedure (C/09/705925 / FA RK 26-5244):

­ zijn de verzoeken van de moeder tot vervangende toestemming verhuizing naar [plaats 2] , inschrijving van de kinderen in de BRP in deze regio, inschrijving van [minderjarige 1] op een basisschool in de regio [plaats 2] en het verzoek om aanmelding van de kinderen voor hulpverlening in de regio [plaats 2] , afgewezen;

­ is de moeder geboden om vóór 16 augustus 2026 met de kinderen terug te verhuizen naar de regio [plaats 1] ;

- is de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

De moeder heeft tegen voormelde beschikking hoger beroep ingesteld bij het Hof. De moeder heeft daarbij in incident verzocht om de uitvoerbaarheid bij voorraad van de beschikking te schorsen totdat het Hof in hoger beroep inhoudelijk heeft beslist.

Er is een echtscheidingsprocedure tussen partijen bij deze rechtbank aanhangig, bekend onder zaaknummer C/09/705226 / FA RK 26-4859.

3. Het geschil

In conventie

De vader vordert – zakelijk weergegeven – :

- de moeder te voordelen tot nakoming van het bij de beschikking van 4 augustus 2026 opgelegde gebod om voor 16 augustus 2026 met de kinderen terug te verhuizen naar [plaats 1] ;

- te bepalen dat de moeder voor iedere keer dat zij in strijd handelt met het hiervoor gevorderde aan de vader een dwangsom verbeurt van € 1.000,- per dag dat zij hiermee in gebreke blijft, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 50.000,-;

- de moeder te veroordelen in de kosten van het geding.

Daartoe voert de vader – samengevat – het volgende aan. De vader vreest dat de moeder zich niet voor 16 augustus 2026 met de kinderen zal terugverhuizen naar [plaats 1] . Er zijn geen bijzondere omstandigheden aanwezig die maken dat het gebod niet kan worden nagekomen. De vader is van mening dat er een effectieve prikkel tot nakoming moet zijn.

De moeder voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

In reconventie

De moeder bepleit primair afwijzing van de vorderingen van de vader. Subsidiair vordert zij – zakelijk weergegeven –:

- subsidiair: de beslissing over de gevorderde executiemaatregelen aan te houden totdat het Hof op het schorsingsincident heeft beslist;

- meer subsidiair: te bepalen dat tot de beslissing van het Hof geen aanvullende executiemaatregelen worden getroffen en in ieder geval geen dwangsom wordt verbonden aan het niet terugverhuizen;

- uiterst subsidiair: indien niettemin een dwangsom wordt opgelegd deze aanzienlijk te matigen, zowel wat betreft het bedrag per dag als het maximum;

- de proceskosten tussen partijen te compenseren, althans daarover een beslissing te nemen die de voorzieningenrechter passend vindt;

- althans een beslissing te nemen die de voorzieningenrechter passend vindt.

Daartoe voert de moeder – samengevat – het volgende aan. Na de zitting van 7 juli 2026 hebben zich nieuwe ontwikkelingen voorgedaan. De kinderen zijn na een tiendaags verblijf bij de vader ontregeld teruggekomen bij de moeder. Volgens [minderjarige 1] was de vader erg boos. [minderjarige 2] was opvallend afwezig en reageerde (opnieuw) angstig op mannen. Het ligt daarom niet voor de hand om de moeder nu te dwingen om terug te verhuizen. Dit is feitelijk ook niet uitvoerbaar, omdat zij op korte termijn geen woonruimte kan verkrijgen in [plaats 1] , mede gelet op haar beperkte inkomen. Birdnesting of een verblijf in de echtelijke woning is niet haalbaar, omdat de echtelijke woning voor haar een traumatische plek is, waar de vader vanwege zijn werk ook vrijwel altijd in de buurt is. Een terugkeer naar [plaats 1] zal ertoe leiden dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] opnieuw moeten verhuizen, terwijl zij nu gewend zijn in [plaats 2] . Als het Hof uiteindelijk anders beslist of beslist dat de tenuitvoerlegging wordt geschorst, is dat niet zomaar ongedaan te maken. Het belang van de kinderen bij rust en continuïteit moet prevaleren.

De vader voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

In conventie en reconventie

Gelet op de nauwe samenhang van de vorderingen in conventie en reconventie, zullen deze gezamenlijk worden beoordeeld.

Spoedeisend belang

Op grond van artikel 254 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) is de voorzieningenrechter bevoegd om een voorziening te geven in alle spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening vereist is. In dit geval is sprake van een spoedeisend belang, gelet op de zeer korte termijn waarbinnen de terugverhuizing van de moeder naar [plaats 1] volgens de beschikking van 4 augustus 2026 moet plaatsvinden, namelijk op 16 augustus 2026.

Inhoudelijke beoordeling

Aan de voorzieningenrechter ligt – kort samengevat – voor of aan het gebod dat aan de moeder op 4 augustus 2026 bij beschikking van deze rechtbank is gegeven om vóór 16 augustus terug te verhuizen naar [plaats 1] een dwangsom moet worden verbonden. De voorzieningenrechter stelt daarbij voorop dat een beschikking die uitvoerbaar bij voorraad is verklaard ten uitvoer moet worden gelegd.

De moeder stelt dat van haar niet kan worden verwacht dat zij de beschikking nakomt. Ten eerste heeft op 9 augustus 2026 hoger beroep ingesteld en heeft daarbij in incident verzocht om de uitvoerbaarverklaring bij voorraad te schorsen, zodat deze beslissing moet worden afgewacht, voordat een ingrijpende beslissing over de terugverhuizing wordt genomen. Daarnaast hebben zich na de uitspraak van 4 augustus 2026 ontwikkelingen voorgedaan die maken dat nakoming van de moeder niet kan worden verlangd. De kinderen zijn na een verblijf van tien dagen bij de vader oververmoeid bij de moeder teruggekomen en zij uitten zorgelijk gedrag. Ook stelt de moeder dat zij feitelijk niet terug kan keren, nu zij geen eigen woning kan vinden en door de traumatische gebeurtenis van 22 april 2026 niet terug kan naar de echtelijke woning.

De voorzieningenrechter volgt de moeder niet in haar standpunt. Het uitgangspunt is namelijk dat de beschikking van 4 augustus 2026 moet worden nagekomen, totdat anders is beslist of de uitvoerbaarheid bij voorraad wordt geschorst. Het willen afwachten van een dergelijke beslissing is geen reden om in de tussentijd niet na te komen. De moeder had in dit kort geding bovendien schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad kunnen vragen, waarmee zij daarop een snelle beslissing had gekregen. Zij heeft dat in eerste instantie niet gedaan. Pas toen de zitting vergevorderd was heeft zij dit na vragen van de voorzieningenrechter gedaan. Omdat dit te laat was, heeft de voorzieningenrechter deze eiswijziging niet toegestaan.

De door de moeder aangevoerde zorgen over de kinderen zijn onvoldoende concreet en leggen onvoldoende gewicht in de schaal om een afwijking te rechtvaardigen van de beschikking van 4 augustus 2026.

Dat de moeder feitelijk niet terug kan verhuizen naar [plaats 1] is ook niet gebleken. De rechtbank volgt de moeder in haar standpunt dat zij met haar inkomen niet op korte termijn een gezinswoning kan vinden. Op de zitting bleek echter dat op dit moment een tijdelijk huis van 50 m2 in de tuin van de ouders van de moeder wordt geplaatst. Dit is bestemd voor de moeder en de kinderen. Daarmee lijkt de moeder, al dan niet betaald door haar ouders, over voldoende middelen te beschikken om tijdelijk een woning te huren. Bovendien kan de moeder gebruik maken van de echtelijke woning. Dit is in de beschikking van 4 augustus 2026 al overwogen, dus de voorzieningenrechter zal het standpunt van de moeder hierover niet opnieuw beoordelen.

In de beschikking van 4 augustus 2026 is overwogen dat het voor [minderjarige 1] van belang is dat hij op maandag 17 augustus 2026 kan starten aan het nieuwe schooljaar op zijn basisschool in [plaats 1] . Gelet op zijn leeftijd is het belangrijk dat hij vanaf dag één aanwezig is op school en mee kan met zijn klas, zodat het voor [minderjarige 1] zo normaal mogelijk verloopt. Anders dan door de moeder is betoogd, heeft [minderjarige 1] maar een korte periode in [plaats 2] op school gezeten (vanaf na de meivakantie tot aan de zomervakantie), terwijl hij in [plaats 1] teruggaat naar de basisschool waar hij als vierjarige is begonnen. Daarmee is het juist in het belang van stabiliteit en continuïteit voor [minderjarige 1] van belang dat hij voor het nieuwe schooljaar terug naar [plaats 1] verhuist. Dat [minderjarige 1] naar een nieuwe klas gaat, in net in een ander gebouw en een andere klassensamenstelling is, doet daaraan niet af.

De voorzieningenrechter zal de vordering van de vader ten aanzien van de nakoming van de beschikking van 4 augustus 2026 daarom toewijzen.

De moeder heeft verder duidelijk aangegeven dat zij niet voornemens is om terug te verhuizen. De oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de beslissing, is daarom aangewezen. De voorzieningenrechter ziet daarbij wel aanleiding om de door de vader gevorderde maximale dwangsom te matigen. De voorzieningenrechter zal een dwangsom opleggen van € 1.000,- per dag, met een maximum van € 25.000,-.

De rechtbank begrijpt dat dit een groot bedrag is, maar acht dit noodzakelijk gelet op de middelen waarover de moeder lijkt te beschikken.

Proceskosten

Het uitgangspunt in familierechtelijke zaken is dat partijen hun eigen proceskosten dragen. Daar zal de voorzieningenrechter in deze zaak van afwijken. In de beschikking van 4 augustus 2026 is de moeder een gebod opgelegd om terug te verhuizen naar [plaats 1] . Hoewel de vader hierom wel had verzocht, is geen dwangsom gekoppeld aan de terugverhuizing. Daarbij is in de beschikking expliciet overwogen dat de rechtbank ervan uitging dat de moeder zich vrijwillig aan de uitspraak zou houden. Nu de moeder hieraan geen gehoor geeft en de vader daardoor genoodzaakt is geweest om deze procedure te starten, acht de voorzieningenrechter het passend om de moeder te veroordelen in de proceskosten.

Door de vader is een aanvraag tot het procederen op basis van een toevoeging overgelegd. Nu aan de vader in de eerdere bodemprocedure ten aanzien van de verhuizing ook een toevoeging is verleend, gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat dat in dit geval ook zo zal zijn. De vader betaalt dan een lager griffierecht. Verder worden in dat geval de kosten van de deurwaarder voor het uitbrengen van het exploot van rijkswege vergoed. Die kosten zijn dus niet voor rekening van de vader. Hij heeft aan de deurwaarder slechts de in het exploot opgenomen kosten voor verschotten hoeven voldoen (artikel 40 lid 1 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000). In het exploot zijn geen verschotten opgenomen.

Gelet op het voorgaande zal de voorzieningenrechter de moeder veroordelen om de kosten van het griffierecht (€ 93,-) en het salaris van de advocaat conform het liquidatietarief (€ 760,-) aan de vader te vergoeden. Onder proceskosten vallen ook nakosten. Deze worden begroot op het bedrag genoemd in het liquidatietarief civiel (€ 189,-). In geval van betekening van het vonnis wordt een extra bedrag aan salaris (€ 98,-) en de explootkosten van betekening toegekend.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

veroordeelt de moeder om het gebod tot terugverhuizing naar [plaats 1] , zoals neergelegd in de beschikking van deze rechtbank van 4 augustus 2026, na te komen, waarbij zij geboden is om voor 16 augustus 2026 terug te verhuizen naar [plaats 1] ;

bepaalt dat de moeder een dwangsom verbeurt van € 1.000,- per dag voor iedere dag dat zij de beschikking van 4 augustus 2026 niet nakomt, met een maximum van € 25.000,-;

veroordeelt de moeder in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van de vader begroot op € 853,-, waarvan € 760,- aan salaris advocaat, € 93,- aan griffierecht, te vermeerderen met nakosten zoals vermeld in 4.14;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. van Hees, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2026.

SB

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S.B. Boekema

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand