ECLI:NL:RBDHA:2026:27105

ECLI:NL:RBDHA:2026:27105

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 07-09-2026
Datum publicatie 17-09-2026
Zaaknummer C/09/709550 KG ZA 26-832
Rechtsgebied Civiel recht; Ondernemingsrecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Kort geding. Ondernemingsrecht. Aandeelhoudersovereenkomst. Verzetzaak met eisvermeerdering. Bekrachtiging verstekvonnis plus extra veroordelingen betreffende het verstrekken van stukken en inlichtingen.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/709550 / KG ZA 26-832

Vonnis in verzet in kort geding van 7 september 2026

in de zaak van

1. [eiser] te [woonplaats] ,

2. PLAN B B.V. te Den Haag,

eiseressen in het verzet, hierna te noemen: [eiseressen] c.s.,

advocaten: mrs. R. Sekeris, D. Hoff en I.J. den Toom,

tegen:

1. PHD B.V. te Amsterdam,

2. DUDOCK B.V. te Zoetermeer,

3. SIPCO B.V. te Den Haag,

gedaagden in het verzet, hierna te noemen: PHD c.s.,

advocaat: mr. F.B. Corpeleijn.

1. De procedure

Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:

- de dagvaarding van PHD c.s., met producties (de verstekdagvaarding);

- het op 23 juni 2026 door de voorzieningenrechter van deze rechtbank in kort geding gewezen verstekvonnis, met zaak- / rolnummer C/09/703979 / KG ZA 26-639 (het verstekvonnis). Het verstekvonnis is gewezen tussen PHD c.s. als eiseressen en [eiseressen] c.s. alsmede NOEM Holding B.V. te Den Haag (hierna te noemen: NOEM Holding) als gedaagden;

- de verzetdagvaarding van [eiseressen] c.s. van 21 juli 2026 (de verzetdagvaarding), met producties;

- de akte van 20 augustus 2026 houdende een vermeerdering van eis van PHD c.s. met producties;

- de door [eiseressen] c.s. overgelegde nadere producties.

Een verzoek van [eiseressen] c.s. van 21 augustus 2026 tot verplaatsing van de op 24 augustus 2026 geplande mondelinge behandeling, waartegen PHD c.s. bezwaar hebben gemaakt, is door de voorzieningenrechter afgewezen. De mondelinge behandeling van de zaak vond plaats op 24 augustus 2026. Tijdens de zitting hebben partijen hun standpunten verder toegelicht, mede aan de hand van door hen overgelegde spreekaantekeningen. PHD c.s. hebben ter zitting nogmaals hun eis vermeerderd. Deze eisvermeerdering is op schrift gesteld in de overgelegde spreekaantekeningen.

[eiseressen] c.s. hebben ter zitting bezwaar gemaakt tegen de eisvermeerdering zoals neergelegd in de akte van eisvermeerdering. Deze eisvermeerdering is volgens hen in strijd met de eisen van de goede procesorde. De toelaatbaarheid van deze eisvermeerdering zal hierna onder de beoordeling aan de orde komen. Tegen de eisvermeerdering zoals vermeld in de spreekaantekeningen hebben PHD c.s. alleen inhoudelijke bezwaren aangevoerd.

2. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

Op 18 mei 2020 is NOEM B.V. (NOEM) opgericht door Plan B. NOEM houdt zich bezig met het bouwen, verkrijgen, houden en exploiteren van telecommunicatiemasten. Vanaf kort na die oprichting waren de aandeelhouders in NOEM: Plan B met een belang van 25,3% en PHD c.s., ieder met een belang van 24,9%.

Op 10 december 2025 is NOEM Holding opgericht door Plan B. De aandeelhouders van NOEM hebben hun aandelen in NOEM overgedragen aan NOEM Holding, die daarmee de enig aandeelhouder van NOEM is geworden. De aandeelhouders van NOEM zijn de aandeelhouders van NOEM Holding geworden in dezelfde onderlinge verhouding. Plan B is de enig bevoegd bestuurder van zowel NOEM Holding als NOEM. [eiser] is de bestuurder en enig aandeelhouder van Plan B.

PHD c.s., Plan B c.s. en NOEM Holding hebben een aandeelhoudersovereenkomst gesloten (hierna: SHA) met betrekking tot het aandeelhouderschap in NOEM Holding B.V. (in de SHA aangeduid als de Vennootschap) waar op de voorpagina en de overige pagina’s de datum van 31 december 2025 staat vermeld en waarbij de ondertekening staat vermeld ‘aldus overeengekomen en getekend te ’s-Gravenhage op 31 december 2025 en 23 maart 2026’. In de SHA is onder meer opgenomen:

[…]

Het bestuur behoeft de voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Algemene Vergadering voor de in Bijlage 3.3. genoemde besluiten met tenminste 74,7% van de stemmen […]

Het bestuur van de Werkmaatschappij behoeft de voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Vennootschap als enig aandeelhouder van de Werkmaatschappij voor besluiten als bedoeld in Bijlage 3.3., met dien verstande dat de Vennootschap uitsluitend goedkeuring verleent indien de Algemene Vergadering van de Vennootschap daarmee heeft ingestemd met een meerderheid van ten minste 74% van de uitgebrachte stemmen. De Vennootschap handelt hierbij op instructie van haar Algemene Vergadering en verleent slechts goedkeuring aan het bestuur van de Werkmaatschappij indien en voor zover haar Algemene Vergadering overeenkomstig de eerste zin van dit lid daarmee heeft ingestemd.

[…]

De Vennootschap zal:

a. eens per maand, steeds binnen vijftien (15) werkdagen na het einde van de betreffende maand aan de Aandeelhouders een nader door de Algemene Vergadering te bepalen maandrapportage doen toekomen, welke door het Bestuur met de Aandeelhouders zal worden besproken;

b. jaarlijks, steeds binnen zes (6) maanden na afloop van het boekjaar aan de Aandeelhouders exemplaren verstrekken van de door de accountant van de Vennootschap goedgekeurde jaarrekening en het jaarverslag over het daaraan voorafgaande boekjaar;

c. binnen twee (2) weken na ontvangst aan de Aandeelhouders afschriften verstrekken van de door de accountant van de Vennootschap opgestelde managementletters en verslagen van in het kader van de controle van de jaarrekening uitgevoerde onderzoeken; en

d. steeds voldoen aan redelijke verzoeken van de Aandeelhouders die ten minste 49,8% van alle Aandelen houden om bepaalde informatie over de Vennootschap te ontvangen.

e. De Vennootschap zal bewerkstelligen dat de Werkmaatschappij aan de Vennootschap alle informatie verstrekt die nodig is om te voldoen aan de informatieverplichting jegens Aandeelhouders ingevolge dit artikel, en zal deze informatie onverwijld aan de Aandeelhouders doorgeleiden.

Permanente inzage

Onverminderd het hiervoor bepaalde heeft iedere Aandeelhouder het recht op voortdurende inzage in alle boeken, bescheiden en administratieve gegevens van de Vennootschap en haar dochtermaatschappijen, waaronder begrepen de volledige boekhouding, (financiële) administratie, grootboek- en subadministraties, alsmede alle overeenkomsten waarbij de Vennootschap of haar dochtermaatschappijen partij zijn.

Bankinformatie

Het inzagerecht omvat tevens het recht op inzicht in alle bankrekeningen van de Vennootschap en haar dochtermaatschappijen, waaronder begrepen rekeningafschriften, saldi en transactieoverzichten, met dien verstande dat dit geen tekenings-, beschikkings- of vertegenwoordigingsbevoegdheid inhoudt.

Contact met adviseurs

Iedere Aandeelhouder is gerechtigd rechtstreeks contact te onderhouden met de accountant, administrateur en overige professionele adviseurs van de Vennootschap en haar dochtermaatschappijen, mits dit plaatsvindt op redelijke wijze en zonder onnodige verstoring

van de bedrijfsvoering.

Voorrang permanent inzagerecht

De in dit artikel opgenomen permanente informatie- en inzagerechten, waaronder het recht op voortdurende inzage als bedoeld in artikel 5.4, gelden voor iedere Aandeelhouder afzonderlijk en zijn niet afhankelijk van het door een Aandeelhouder gehouden aandelenpercentage. Voor zover enige bepaling in dit artikel een drempel of percentage vermeldt voor het uitoefenen van informatie- of inzagerechten, geldt die drempel niet voor de permanente informatie- en inzagerechten.

[…]

BIJLAGE 3.3.

BIJZONDERE BESLUITEN

De navolgende besluiten vereisen de voorafgaand goedkeuring van de Algemene Vergadering van de Vennootschap met ten minste 74,7 van de uitgebrachte stemmen […]

[…]

a. besluiten die leiden tot belangrijke verandering van de identiteit of het karakter van de Vennootschap en/of de met hen verbonden onderneming(en);

[…]

f) het uitgeven van obligaties, opties of vergelijkbare rechten;

[…]”

Op 21 januari 2026 hebben NOEM en NOEM Holding, vertegenwoordigd door [eiser] , een investerings- en aandeelhoudersovereenkomst gesloten met Largus S.A. (Largus). Op grond van die overeenkomst heeft Largus een dag later in ruil voor € 800.000,- 50 procent van de aandelen in NOEM verkregen door middel van een aandelenuitgifte.

De heer [naam] (de bestuurder en enig aandeelhouder van PHD) heeft op 14 april 2026 een notitie met de andere aandeelhouders in NOEM Holding gedeeld, waarin hij onder meer stelt dat de informatievoorziening richting de aandeelhouders niet structureel en volledig is en er een beperkt inzicht is in de financiële positie, administratie en verplichting van NOEM Holding en NOEM. Hij stelt voor om medebestuurder te worden, maar daartoe alleen bereid te zijn als er vooraf volledig inzicht wordt gegeven in de financiële positie, administratie en verplichtingen van de onderneming. [naam] heeft diezelfde dag een informatieverzoek gedaan namens PHD aan Plan B, waarin hij verzoekt om diverse informatie betreffende de administratie en de boekhouding, bankgegevens en adviseursinformatie. Hij heeft in de maand mei 2026 deze verzoeken enkele malen herhaald en in de maand juni 2026 sommatiebrieven verstuurd.

PHD heeft in juni 2026 aan Plan B bericht dat zij met de aandeelhouders over twee punten wenst te vergaderen, te weten het schorsen van Plan B als bestuurder van NOEM holding en het benoemen van PHD als bestuurder. Plan B heeft desgevraagd geen medewerking verleend aan besluitvorming buiten een vergadering of het bijeenroepen van een algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) met deze punten op de agenda.

PHD c.s. hebben daarna bij deze rechtbank een kort geding aanhangig gemaakt tegen Plan B c.s. en NOEM Holding. De gedaagden zijn niet in die procedure verschenen, waarna op 23 juni 2026 het verstekvonnis is gewezen. Daarin is het grootste deel van de vorderingen toegewezen, voor een deel enigszins gewijzigd om [eiseressen] c.s. in staat te stellen aan de veroordelingen te voldoen en om executiegeschillen te voorkomen. Voor zover niet duidelijk was met het gevorderde werd bedoeld of daar geen belang bij bestond, is het gevorderde afgewezen. In het verstekvonnis heeft de voorzieningenrechter het volgende beslist, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad:

schorst Plan B met onmiddellijke ingang als bestuurder van NOEM Holding, met dien verstande dat deze schorsing eindigt indien de algemene vergadering van NOEM Holding niet binnen drie maanden na dit vonnis de schorsing heeft ingetrokken of Plan B heeft ontslagen als bestuurder;

benoemt PHD als tijdelijk bestuurder van NOEM Holding, met dien verstande dat PHD drie maanden na dit vonnis defungeert als bestuurder als zij niet voordien door de algemene vergadering van NOEM Holding is ontslagen of definitief is benoemd, waarbij PHD (a) onverwijld een aandeelhoudersbesluit dient te nemen ten aanzien van NOEM strekkende tot schorsing van Plan B als bestuurder en benoeming van NOEM Holding tot bestuurder en (b) ervoor dient te zorgen dat binnen drie maanden na dit vonnis een algemene vergadering van NOEM Holding plaatsvindt, met als agendapunten het ontslag van Plan B als bestuurder of de opheffing van diens schorsing alsmede de definitieve benoeming van PHD of een andere persoon tot bestuurder;

verbiedt Plan B gedurende de periode dat zij is geschorst als bestuurder van NOEM Holding, in naam van of voor rekening van NOEM Holding en/of NOEM te handelen, tenzij dit nodig is voor de nakoming van de veroordelingen onder 3.5 en 3.7, op straffe van een dwangsom van € 1.000 voor elke schending van dit verbod, met een maximum van € 10.000;

verbiedt [eiser] gedurende de periode dat Plan B is geschorst als bestuurder van NOEM Holding, al dan niet middellijk in naam van of voor rekening van NOEM Holding en/of NOEM te handelen, tenzij dit nodig is voor de nakoming van de geboden onder 3.6 en 3.8, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000 voor elke schending van dit verbod, tot een maximum van € 10.000;

veroordeelt Plan B en NOEM Holding om uiterlijk binnen een week na betekening van dit vonnis aan PHD toegang te verschaffen tot de online bankomgeving(en) en alle boekhoudsystemen van NOEM Holding en NOEM, bijvoorbeeld door het verstrekken van de vereiste inloggegevens dan wel het (laten) autoriseren van PHD tot die systemen en/of omgevingen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000 per dag dat zij deze veroordeling niet nakomen, met een maximum van € 50.000;

gebiedt [eiser] alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is om te zorgen dat PHD toegang krijgt tot de (online) omgevingen en systemen van NOEM Holding en NOEM zoals bedoeld in 3.5, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000 voor iedere dag dat Plan B niet aan die veroordeling voldoet, met een maximum van € 10.000;

gebiedt Plan B en NOEM Holding, voor zover voor hen toegankelijk, om binnen twee weken na betekening van dit vonnis, per e-mail (aan [e-mailadres] ) aan PHD te verstrekken:

het grootboek van NOEM Holding en NOEM;

de jaarrekeningen en tussentijdse cijfers van NOEM Holding en NOEM vanaf 2024;

alle lopende overeenkomsten waarbij NOEM Holding en NOEM partij zijn;

een overzicht van de huidige vorderingen en schulden van NOEM Holding en NOEM;

volledige rekeningafschriften vanaf 1 januari 2024 van alle bankrekeningen van NOEM Holding en NOEM, waaruit ook de huidige saldi blijken;

alle correspondentie en adviezen vanaf 1 januari 2024 van de accountant, administrateur en overige professionele adviseurs van NOEM Holding en NOEM;

op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000 per dag dat Plan B en Noem Holding niet volledig aan dit gebod voldoen, met een maximum van € 50.000;

gebiedt [eiser] alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is om te zorgen dat Plan B aan het onder 3.7 opgenomen gebod voldoet, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000 voor iedere dag dat Plan B niet aan het gebod voldoet, met een maximum van € 10.000;

veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten van € 1.809,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als gedaagden niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten gedaagden € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;

veroordeelt gedaagden in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.”

PHD c.s. hebben het verstekvonnis aan Plan B en [eiser] laten betekenen.

Op 9 juli 2026 hebben PHD c.s. en NOEM Holding verlof gekregen om diverse conservatoire beslagen te mogen leggen ten laste van Plan B en [eiser] ter verzekering van onder andere vorderingen tot schadevergoeding en betaling van contractuele boetes wegens schending van de SHA.

Bij besluiten van de op 27 juli 2026 gehouden AVA van NOEM Holding is Plan B ontslagen als bestuurder en is PHD benoemd als bestuurder van NOEM Holding.

3. Het geschil

PHD c.s. hebben aan de in de verstekdagvaarding ingestelde vorderingen, die hebben geleid tot het verstekvonnis, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. PHD c.s. zijn het vertrouwen in Plan B en [eiser] volledig kwijt. [eiseressen] c.s. verschaffen in strijd met duidelijke afspraken in de SHA niet de financiële informatie waar PHD herhaaldelijk om heeft verzocht. Zij ontkennen niet dat PHD c.s. recht hebben op de verzochte informatie, maar zij geven geen opvolging aan gedane toezeggingen in dit kader. PHD c.s., die vanaf 2024 ook geen jaarrekeningen hebben ontvangen, zijn al sinds die tijd verstoken van financiële informatie. PHD c.s. vrezen dat er sprake is van ernstige wanbeleid, omdat ook is gebleken dat diverse crediteuren van NOEM stellen dat hun aanzienlijke vorderingen al vele maanden onbetaald blijven, en van zelfverrijking door [eiser] . De gevorderde maatregelen zijn nodig om de belangen van NOEM Holding en NOEM te beschermen. Tijdens de schorsing van Plan B als bestuurder kan PHD als tijdelijk bestuurder nader onderzoek doen en zo nodig orde op zaken stellen. Plan B werkt hier niet aan mee, ook niet aan het verzoek om een AVA bijeen te roepen, waar beslissingen hierover genomen kunnen worden.

[eiseressen] c.s. vorderen in de verzetdagvaarding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het verstekvonnis te vernietigen voor zover daarbij veroordelingen jegens [eiseressen] c.s. zijn uitgesproken en, opnieuw rechtdoende, de vorderingen van PHD c.s. jegens [eiseressen] c.s. alsnog af te wijzen, althans [eiseressen] c.s. te ontheffen van de tegen hen uitgesproken veroordelingen in het verstekvonnis, met veroordeling van PHD c.s. in de kosten van de procedure in verzet, op de wijze zoals nader in de verzetdagvaarding omschreven.

[eiseressen] c.s. voeren daartoe (alsnog) verweer tegen het in de verstekdagvaarding gevorderde. [eiseressen] c.s. betwisten de stellingen van PHD c.s. over het gebrek aan informatieverschaffing. De gevraagde informatie is volgens hen tot mei 2026 gewoon verstrekt. Daarna verbleef [eiser] een periode in Spanje vanwege familieomstandigheden, waardoor hij een periode tijdelijk minder goed in staat was de stroom aan berichten en stukken te overzien. PHD c.s. wisten hiervan. Zij hebben [eiseressen] c.s. in deze periode kennelijk snel buiten spel willen zetten. [eiser] heeft door de familieomstandigheden ook gemist dat het kort geding zou plaatsvinden. Hij is hier pas achter gekomen na betekening van het verstekvonnis. Hij kon daaraan toen echter geen uitvoering meer geven, omdat hij door de schorsing van plan B als bestuurder direct geen toegang meer had tot de bankrekening en het boekhoudsysteem en geen informatie meer kreeg van de accountant.

PHD c.s. hebben hun vorderingen nadien gewijzigd, eerst in de akte van eisvermeerdering en daarna nog in de spreekaantekeningen ten behoeve van de zitting. Zij vorderen nu, zakelijk weergegeven, om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

[eiser] en Plan B hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 642.283 aan PHD, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van het vonnis;

[eiser] en Plan B hoofdelijk te veroordelen tot het tijdens de zitting op 24 augustus 2026 verlenen van redelijke medewerking om de toegang van de heer [naam] tot diens NOEM Microsoft-account te herstellen en hem als enig Global Administrator aan te wijzen, op straffe van verbeurte van een dwangsom zoals nader in de akte van eiswijziging omschreven;

[eiser] en Plan B hoofdelijk te veroordelen om binnen een week na de betekening van dit vonnis per e-mail ( [e-mailadres] ) de volgende inlichtingen aan PHD te verschaffen:

een uitleg van wat er met de door NOEM aan Plan B netto betaalde gelden van € 642.283 is gebeurd, dus wat Plan B met die gelden heeft gedaan en waar die nu zijn;

een opsomming, naar beste weten van [eiser] , van de (potentiële) verplichtingen en schulden en (potentiële) rechten en vorderingen van NOEM en NOEM Holding;

de stand van zaken, naar beste weten van [eiser] , van mogelijk nog lopende of recent beëindigde onderhandelingen met derde partijen, inclusief met betrekking tot Althio en OranjeSteen, op straffe van verbeurte van een dwangsom zoals nader in de akte van eiswijziging omschreven;

de inhoud van de mappen die te zien zijn op de als productie 14 door [eiseressen] c.s. overgelegde screenshot;

4. de veroordelingen in onderdelen 3.7 en 3.8 van het dictum van het verstekvonnis per de datum van dit vonnis te vervangen door de volgende veroordeling, met bepaling dat reeds verschuldigde dwangsommen verschuldigd blijven en niet meetellen voor het nieuwe maximum:

gebiedt Plan B en [eiser] , voor zover voor hen toegankelijk, om binnen twee weken na betekening van dit vonnis, per e-mail ( [e-mailadres] aan PHD te verstrekken:

het grootboek van NOEM Holding en NOEM;

de jaarrekeningen en tussentijdse cijfers van NOEM Holding en NOEM vanaf 2024;

alle lopende overeenkomsten waarbij NOEM Holding en NOEM partij zijn;

een overzicht van de huidige vorderingen en schulden van NOEM Holding en NOEM;

alle correspondentie en adviezen vanaf 1 januari 2024 van de accountant, administrateur en overige adviseurs van NOEM Holding en NOEM;

op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50.000 voor elk onderdeel van de veroordeling waaraan niet tijdig wordt voldaan, te vermeerderen met – per onderdeel van de veroordeling – EUR 5.000 voor elke dag dat de veroordeling na die termijn niet wordt nagekomen, tot een maximum van EUR 250.000;

5. het verstekvonnis voor het overige in stand te laten.

met (hoofdelijke) veroordeling van [eiseressen] c.s. in de kosten van de procedure in verzet en de nakosten, op de wijze zoals nader in de akte van eisvermeerdering vermeld.

PHD c.s. hebben aan hun eisvermeerderingen, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. Plan B c.s. hebben niet voldaan aan het verstekvonnis en geen medewerking verleend aan redelijke verzoeken van PHD om te zorgen dat de bedrijfsvoering van NOEM doorgang kan vinden. Verder hebben PHD c.s. na het verstekvonnis een aantal schokkende ontdekkingen gedaan. [eiser] blijkt onder meer te hebben gelogen tegen PHD c.s. over stortingen die hij zou hebben gedaan in NOEM, maar niet heeft gedaan. Hij heeft de aandelenuitgifte aan Largus verzwegen, de ontvangen investering een dag later geheel naar de rekening van Plan B overgemaakt en het grootste deel daarvan niet teruggeboekt. Dit een en ander heeft hij gedaan zonder daarvoor de vereiste goedkeuringen te hebben. [eiser] heeft voorts roekeloze afspraken gemaakt, zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrifte en zich ook nog andere wijze ernstig onrechtmatig gedragen.

[eiseressen] c.s. voeren daartegen verweer. De aantijgingen zijn volgens hen onterecht. [eiseressen] c.s. stellen in de kern dat [eiser] de aangewezen persoon was om de onderneming verder te brengen door investeerders aan boord te krijgen. [eiseressen] c.s. hebben zich dan ook daarmee bezig gehouden en PHD c.s. daarover tijdens wekelijkse overleggen geïnformeerd. De SHA gold volgens [eiseressen] c.s. pas vanaf maart 2026, zodat Plan B daarvoor bevoegd was om alle handelingen te verrichten die zij heeft verricht. Omdat [eiseressen] c.s. dag en nacht bezig waren voor de onderneming, heeft de administratie wel enige achterstand opgelopen, waardoor de administratie en jaarrekeningen nog moeten worden bijgewerkt en vastgesteld. Van onrechtmatige onttrekkingen is geen sprake. Bovendien zijn er nog diverse verrekenposten en een rekening courantvordering. Ook heeft Plan B diverse bedragen aan NOEM Holding betaald. Er dient eerst een alomvattend overzicht te komen voordat kan worden vastgesteld of er nog iets moet worden betaald. Hoe dan ook is [eiser] persoonlijk niet aansprakelijk voor betaling. Door de onbezonnen acties van PHD c.s. en de onmiddellijke inschrijving van de schorsing van Plan B na het verstekvonnis, is het [eiser] onmogelijk gemaakt om mee te werken aan het verstrekken van de gevraagde stukken en inlichtingen.

De standpunten van partijen zullen hierna, voor zover nodig, nader worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil (in verzet)

Inleidende overwegingen

Niet ter discussie staat dat [eiseressen] c.s. tijdig verzet hebben ingesteld tegen het verstekvonnis. NOEM Holding heeft geen verzet ingesteld tegen het verstekvonnis, zodat de veroordelingen van NOEM Holding onder 3.5 en 3.7 in het verstekvonnis in ieder geval gehandhaafd zullen blijven.

In deze procedure dient te worden beoordeeld of de door PHD c.s. tegen [eiseressen] c.s. ingestelde vorderingen sub 1 tot en met 5 (zoals vermeld onder 3.4) voor toewijzing vatbaar zijn, indien acht wordt geslagen op het daartegen door [eiseressen] c.s. gevoerde verweer. Deze vorderingen zullen hierna uit proceseconomisch oogpunt in omgekeerde volgorde worden besproken.

De voorzieningenrechter stelt bij die beoordeling het volgende voorop. Uit de in de periode van 29 tot en met 31 december 2025 tussen partijen gewisselde WhatsApp-berichten, zoals gehecht aan het in deze procedure overgelegde beslagrekest, blijkt dat er op 31 december 2025 mondeling overeenstemming is bereikt over de SHA. Op het bericht ‘ik heb zojuist aandeelhouders overeenkomst gemaild’ heeft [eiser] geantwoord ‘ja zag het, ik ga er nu naar kijken’ en daarna ‘Heb het doorgenomen, prima wat mij betreft’. Daarna hebben de overige partijen ook geantwoord dat zij het prima vinden. Zij hebben toen ook direct getekend. De omstandigheid dat [eiser] zijn handtekening onder de overeenkomst pas later heeft gezet, laat onverlet dat de SHA op 31 december 2025, mondeling, tot stand is gekomen. In de SHA is een uitvoerige informatieverplichting opgenomen voor NOEM Holding, zoals hiervoor onder 2.3 weergegeven. Voorts is daarin opgenomen voor welke besluiten het bestuur van NOEM en NOEM Holding voorafgaande schriftelijke toestemming nodig heeft.

De vordering sub 5: het verstekvonnis in stand laten

De voorzieningenrechter zal eerst de vordering sub 5 bespreken, te weten om de in de verstekdagvaarding sub 3.1 tot en met 3.6 vermelde veroordelingen in stand te laten. Deze veroordelingen betreffen, kort gezegd, de schorsing van Plan B als bestuurder van NOEM Holding (3.1), de benoeming van PHD als tijdelijk bestuurder (3.2), het verbod aan Plan B en [eiser] om tijdens de schorsing van Plan B als bestuurder van NOEM Holding in naam van of voor rekening van NOEM Holding en/of NOEM te handelen (tenzij dit nodig is om de veroordelingen te kunnen nakomen) (3.3 en 3.4), de veroordeling van Plan B om aan PHD toegang te verschaffen tot de online bankomgevingen en alle boekhoudsystemen van NOEM Holding en NOEM (3.5) en de veroordeling van [eiser] om zijn medewerking daaraan te verschaffen (3.6), de veroordelingen sub 3.3 tot en met 3.6 op straffe van verbeurte van een dwangsom.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat, alhoewel een aantal informatieverzoeken en de aanvraag van dit kort geding zijn gedaan in een voor [eiseressen] c.s. lastige periode, waarin familieomstandigheden zijn aandacht vergden, PHD c.s. zich terecht zorgen maakte over de (financiële) situatie van NOEM Holding en de wijze waarop Plan B het bestuur uitoefende. PHD c.s. hebben daar in de verstekdagvaarding verschillende argumenten voor naar voren gebracht, waaronder met name een gebrek aan informatieverschaffing. Dit terwijl daar op 31 december 2025 in de SHA juist duidelijke afspraken over zijn gemaakt. Daar komt bij dat PHD c.s. eind mei 2026 op de hoogte raakten van door NOEM onbetaald gelaten facturen ter hoogte van aanzienlijke bedragen, waarbij voor hen onduidelijk was waarom deze onbetaald bleven, hetgeen voor hen temeer gold omdat er door recente stortingen voldoende geld in de vennootschap zou moeten zitten. [eiseressen] c.s. hebben dit een en ander in de verzetdagvaarding en ter zitting onvoldoende weerlegd. Zij stellen enkel tot mei 2026 wel aan hun informatieverplichtingen te hebben voldaan, maar zij hebben dit onvoldoende onderbouwd. Verder stellen zij dat vorderingen die derden stellen te hebben op NOEM met succes zullen kunnen worden betwist, maar ook daarvoor hebben zij nauwelijks informatie verschaft. De toewijzing van de vorderingen in de verstekdagvaarding op basis van een toen al gerechtvaardigde vrees voor ernstig wanbeleid door [eiseressen] c.s. is naar het oordeel van de voorzieningenrechter dan ook terecht geweest. Het verweer van [eiser] dat er geen grond is voor zijn veroordeling, omdat niet valt in te zien waarom naast Plan B ook [eiser] in privé aansprakelijk zou zijn volgt de voorzieningenrechter niet: [eiser] is op grond van het bepaalde in art. 2:11 BW aansprakelijk voor de nakoming van de verplichtingen van Plan B als bestuurder.

Daar komt het volgende bij. PHD c.s. stellen dat zij na het verstekvonnis hebben ontdekt dat [eiseressen] c.s. in januari 2026 zonder medeweten en dus zonder instemming van hen een aandelenuitgifte bij NOEM hebben laten plaatsvinden. Tussen partijen staat vast dat Plan B hiervoor geen schriftelijke toestemming van PHD c.s. had. Die had zij voor een dergelijke besluit wel nodig op grond van hoofdstuk 3 van de SHA, gelezen in samenhang met Bijlage 3.3. Daar komt bij dat [eiser] ter zitting desgevraagd heeft verklaard dat het voor de aandelen betaalde bedrag direct is overgeboekt naar Plan B en dat Plan B/ [eiser] deze gelden hebben aangewend voor één of meer privé-investeringen. Dit een en ander versterkt het vermoeden van onbehoorlijke taakvervulling c.q. wanprestatie uit hoofde van de SHA door [eiseressen] c.s.

De diverse overige met stukken onderbouwde beschuldigingen door PHD c.s. van onrechtmatige handelingen van [eiseressen] c.s., zoals van valsheid in geschrifte en het afleggen van valse verklaringen, kunnen in het kader van deze procedure onbesproken blijven. Deze hebben voor deze procedure geen verdere gevolgen.

Of [eiseressen] c.s. hebben voldaan aan de veroordelingen in het verstekvonnis en al dan niet dwangsommen hebben verbeurd, valt buiten de reikwijdte van deze verzetprocedure.

De vordering sub 4: verstrekken stukken/gegevens op straffe van verbeurte van een (hogere) dwangsom

De voorzieningenrechter neemt dit onderdeel van de eisvermeerdering in aanmerking en gaat voorbij aan het bezwaar van [eiseressen] c.s. daartegen. De eisende partij is bevoegd zijn eis of de gronden daarvan te vermeerderen, zolang er nog geen eindvonnis is gewezen. In het procesreglement is nader bepaald dat een partij die een eis wenst te veranderen of vermeerderen, de inhoud van deze verandering of vermeerdering zo spoedig mogelijk en bij voorkeur vóór de mondelinge behandeling schriftelijk meedeelt aan de wederpartij, aan de eventuele overige partijen en aan de kortgedingrechter. De eisverandering of eisvermeerdering wordt op schrift gesteld en op de mondelinge behandeling ingediend. De eisvermeerdering is in dit geval vier dagen/twee werkdagen voor de zitting meegedeeld aan de wederpartij en de voorzieningenrechter. Voorts is ter zitting gebleken dat [eiseressen] c.s. voldoende in staat waren om op deze gewijzigde eis te reageren.

Deze vordering komt er, kort gezegd, op neer dat PHD c.s. een hogere dwangsom willen verbinden aan de veroordelingen in de onderdelen 3.7 en 3.8 van het dictum van het verstekvonnis (met uitzondering van het onderdeel dat ziet op het verstrekken van volledige rekeningafschriften vanaf 1 januari 2024 van alle bankrekeningen van NOEM Holding en NOEM, waaruit ook de huidige saldi blijken), met bepaling dat reeds verschuldigde dwangsommen verschuldigd blijven en niet meetellen voor het nieuwe maximum.

De voorzieningenrechter acht die vordering toewijsbaar, met de toevoeging dat [eiseressen] c.s. deze informatie moeten verstrekken voor zover deze beschikbaar is. Dit gelet op hun verweer dat een aantal stukken er niet is omdat de administratie achterstand heeft opgelopen. Voor zover die stukken er wel zijn, hebben PHD c.s. daar naar het oordeel van de voorzieningenrechter, als aandeelhouders die 74,7 % van de aandelen houden, in ieder geval uit hoofde van de SHA recht op en zijn zowel Plan B als [eiser] , als bestuurder van Plan B, ertoe gehouden om hieraan te voldoen. De voorzieningenrechter gaat voorbij aan de weren van [eiseressen] c.s. op dit punt.

PHD c.s. hebben onweersproken gesteld dat [eiseressen] c.s. nog niets van de informatie hebben verstrekt, waartoe zij zijn veroordeeld. Dit terwijl de veroordeling is beperkt tot de gegevens voor zover die voor [eiseressen] c.s. toegankelijk zijn. Het gaat dus niet om gegevens/stukken waar [eiseressen] c.s. niet meer bij kunnen vanwege de schorsing/het ontslag van Plan B als bestuurder van NOEM Holding. Het gaat echter wel om gegevens/stukken die zich bevinden in hun privésystemen, waar ze nog wel bij kunnen. Dat zich daar nog informatie bevindt, is door [eiseressen] c.s. ter zitting erkend. Daarmee staat vast dat zij niet aan de veroordeling hebben voldaan.

[eiseressen] c.s. hebben in de verzetdagvaarding als verweer gevoerd dat PHD c.s. geen belang hebben bij de gevorderde informatie omdat zij daarover al (kunnen) beschikken. Ter zitting hebben zij verklaard bereid te zijn om in een ‘meeting’ te vertellen wat zij weten en hebben als PHD c.s. vooraf een overzicht verstrekken van wat ze willen weten en hebben. Gelet op alle feiten en omstandigheden acht de voorzieningenrechter deze opstelling niet gepast. Van [eiseressen] c.s. had mogen worden verwacht dat zij direct en proactief hadden voldaan aan de veroordeling, waarin de te verstrekken gegevens voldoende concreet zijn omschreven. Nu zij dat niet hebben gedaan, zal de voorzieningenrechter deze vordering toewijzen, maar niet met de door PHD c.s. nu gevorderde forse dwangsommen. Die acht de voorzieningenrechter buitenproportioneel. De voorzieningenrechter zal met ingang van de datum van betekening van dit vonnis aan de veroordeling een dwangsom verbinden van € 2.000,- per dag voor elke dag dat [eiseressen] c.s. niet aan deze veroordeling voldoen, met een maximum van € 75.000, met bepaling dat reeds verschuldigde dwangsommen verschuldigd blijven en niet meetellen voor het nieuwe maximum.

De vordering sub 3: verschaffen van inlichtingen

Ook dit onderdeel van de eisvermeerdering wordt in aanmerking genomen. Het bezwaar van [eiseressen] c.s. daartegen wordt afgewezen op dezelfde gronden als vermeld onder 4.9.

Deze vordering is toewijsbaar. De voorzieningenrechter volgt [eiseressen] c.s. niet in hun standpunt dat het gevorderde onvoldoende bepaald is. PHD c.s. hebben voldoende concreet omschreven wat zij van [eiseressen] c.s. wensen te vernemen. Niet valt dan ook in te zien waarom sprake zou zijn van een fishing expedition zoals PHD c.s. stellen. De mappen, waarvan de inhoud moet worden verstrekt zoals onder iv. gevorderd, hebben gezien de titel evident betrekking op NOEM. [eiseressen] c.s. hebben ook niet anderszins gesteld. [eiser] heeft ter zitting bovendien ten aanzien van deze mappen verklaard wel bij sommige informatie te kunnen. De rode kruisjes betekenen volgens hem dat er geen toegang is tot actuele informatie. [eiseressen] c.s. dienen dan ook aan het gevorderde te voldoen, naar beste weten en kunnen, gelet op hetgeen hiervoor onder 4.6 is overwogen.

De vordering sub 2: Herstellen Microsoft account

Deze vordering zal worden afgewezen bij gebrek aan belang, nu hieraan ter zitting is voldaan.

De vordering sub 1: betaling door [eiseressen] c.s. van een bedrag van € 642.283 aan PHD

Deze vermeerdering van eis is kenbaar gemaakt op donderdag 20 augustus 2026 voor de mondelinge behandeling in verzet op 24 augustus 2026. De onderbouwing van deze vordering is dat NOEM aan PHD de opdracht heeft gegeven dit bedrag, dat Plan B zonder enige rechtsgrond (minstens) aan NOEM heeft onttrokken, te vorderen in eigen naam, bij wege van lastgeving ter incasso. Hierdoor heeft PHD in dit kort geding een tweede rol gekregen: aanvankelijk stelde PHD als medeaandeelhouder van Plan B in NOEM Holding vorderingen in, na de eiswijziging is daar een tweede rol bijgekomen, namelijk die van lasthebber die in eigen naam een geldvordering instelt in opdracht (en dus voor rekening) van NOEM.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter gaat het in dit geval te ver in het kader van een en hetzelfde kort geding gedurende de procedure een tweede partijhoedanigheid in te nemen. Hoewel in de civiele procedure, ook in kort geding, een wijziging of uitbreiding van partijhoedanigheid onder zekere voorwaarden toelaatbaar kan zijn, moet aan die uitbreiding in dit geval een halt worden toegeroepen. Plan B en [eiser] hebben bezwaren geuit tegen de omstandigheid dat deze eisvermeerdering en de introductie van een tweede partijhoedanigheid (te) kort voor de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden en dat een behoorlijke voorbereiding van het verweer tegen deze nieuwe vordering niet mogelijk is geweest. Dit beroep op de goede procesorde moet worden gehonoreerd. Deze vordering wordt daarom buiten beschouwing gelaten.

Het voorgaande neemt niet weg dat tijdens de mondelinge behandeling wel gesproken is over de onttrekking van het bij eisvermeerdering gevorderde bedrag (dan wel een ander substantieel bedrag), zoals ook vermeld onder 4.6. De reactie van [eiser] op het verwijt dat hij een groot bedrag uit NOEM heeft gehaald en – naar [eiser] ter zitting zelf vertelde – heeft aangewend voor één of meer privé-investeringen, heeft bij de voorzieningenrechter wel verbazing gewekt. Als dit werkelijk zo is gegaan doet [eiser] er verstandig aan die gelden onverwijld terug te storten naar NOEM omdat dit duidt op een (zeer) ernstig verwijtbare onbehoorlijke taakvervulling.

Conclusie en proceskostenveroordeling

De slotsom is dat het verzet ongegrond wordt verklaard en het verstekvonnis zal worden bekrachtigd. Voorts zullen de hierna vermelde voorzieningen worden getroffen.

[eiseressen] c.s. zullen worden veroordeeld in de kosten van het verzet. Deze proceskosten (inclusief nakosten) worden begroot op:

- salaris advocaat € 1.177

- nakosten € 189 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal € 1.366

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing (in verzet)

De voorzieningenrechter:

verklaart het verzet ongegrond en bekrachtigt het verstekvonnis;

en opnieuw rechtdoende:

bepaalt dat met ingang van de datum van dit vonnis de veroordelingen die staan vermeld in het verstekvonnis onder 3.7 en 3.8 worden gewijzigd in de volgende veroordeling, waarbij de reeds verschuldigde dwangsommen verschuldigd blijven en niet meetellen voor het nieuwe maximum:

gebiedt Plan B en [eiser] , voor zover voor hen toegankelijk en voor zover bij hen beschikbaar, om binnen twee weken na betekening van dit vonnis, per e-mail ( [e-mailadres] ) aan PHD te verstrekken:

het grootboek van NOEM Holding en NOEM;

de jaarrekeningen en tussentijdse cijfers van NOEM Holding en NOEM vanaf 2024;

alle lopende overeenkomsten waarbij NOEM Holding en NOEM partij zijn;

een overzicht van de huidige vorderingen en schulden van NOEM Holding en NOEM;

alle correspondentie en adviezen vanaf 1 januari 2024 van de accountant, administrateur en overige adviseurs van NOEM Holding en NOEM;

op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.000,- per dag voor elke dag dat [eiseressen] c.s. niet aan deze veroordeling voldoen, met een maximum van € 75.000;

veroordeelt [eiser] en Plan B hoofdelijk om binnen een week na de betekening van dit vonnis per e-mail ( [e-mailadres] ) de volgende inlichtingen aan PHD te verschaffen:

i. een uitleg van wat er met de door NOEM aan Plan B netto betaalde gelden van € 642.283 is gebeurd, dus wat Plan B met die gelden heeft gedaan en waar die nu zijn;

een opsomming, naar beste weten en kunnen van [eiser] , van de (potentiële) verplichtingen en schulden en (potentiële) rechten en vorderingen van NOEM en NOEM Holding;

de stand van zaken, naar beste weten en kunnen van [eiser] , van mogelijk nog lopende of recent beëindigde onderhandelingen met derde partijen, inclusief met betrekking tot Althio en OranjeSteen, op straffe van verbeurte van een dwangsom zoals nader in de akte van eiswijziging omschreven;

de inhoud van de mappen die te zien zijn op de als productie 14 door [eiseressen] c.s. overgelegde screenshot;

op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.000 per dag voor elke dag dat [eiseressen] c.s. niet aan deze veroordeling voldoen, met een maximum van € 75.000

veroordeelt [eiseressen] c.s. in de proceskosten van € 1.366, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiseressen] c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten zij € 98 extra betalen, plus de kosten van betekening;

veroordeelt [eiseressen] c.s. in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 7 september 2026.

ts

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand