ECLI:NL:RBDHA:2026:30660

ECLI:NL:RBDHA:2026:30660

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 18-09-2026
Datum publicatie 19-10-2026
Zaaknummer C/09/706052 / FA RK 26-5343
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Zorgregeling

Uitspraak

Zorgregeling

Beschikking op het op 29 mei 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. N. Bagici-Çiçek te Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder:

De minderjarigen [minderjarige 2] en [minderjarige 1] zijn in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het verzoek, maar hebben hier geen gebruik van gemaakt.

Op 21 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

Feiten

en zijn partijen doorverwezen naar een traject ouderschapsbemiddeling.

- Bij beschikking van deze rechtbank van 22 juni 2022 is – voor zover hier van belang – bepaald dat:

waarbij de man de kinderen haalt en brengt;

Verzoek en verweer

De moeder heeft verzocht:

- gedurende de Islamitische feestdagen in onderling overleg te bepalen;

waarbij de vader de kinderen haalt en brengt;

- de vader te veroordelen om aan de moeder een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere keer dat hij zich niet houdt aan de bovengenoemde zorgregeling, tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt;

voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

De vader heeft op de zitting verweer gevoerd.

Beoordeling

Zorgregeling

Op grond van artikel 1:253a vierde lid in samenhang met artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een beslissing inzake de zorgregeling alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling onder meer wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd.

De moeder wil de zorgregeling wijzigen naar een regeling die in de praktijk uitgevoerd wordt. Volgens de moeder houdt de vader zich namelijk niet aan de zorgregeling die bij beschikking van 22 juni 2022 is vastgesteld. Zo vindt er op woensdag geen omgang plaats tussen de vader en de kinderen. Daarnaast haalt en brengt de vader de kinderen op momenten die hem uitkomen, zonder dit vooraf met de moeder te overleggen. Dit zorgt voor onrust en onduidelijkheid.

De vader heeft bevestigd dat er op woensdag geen omgang meer plaatsvindt. Dit komt doordat hij op die dag moet werken. Daarnaast geeft de vader aan dat ook de moeder zich niet altijd aan de gemaakte afspraken houdt. Hij vindt het vervelend dat de moeder hem soms vraagt om de kinderen niet bij haar terug te brengen, maar bijvoorbeeld naar familie te brengen.

De rechtbank overweegt als volgt.

Het is gebleken dat partijen niet met elkaar communiceren en dat de communicatie voornamelijk via de kinderen gaat. Ook is gebleken dat de bij beschikking van deze rechtbank van 22 juni 2022 bepaalde zorgregeling niet volledig wordt nagekomen. Verder acht de rechtbank het van belang dat de kinderen weten waar zij aan toe zijn. Hiervoor is het noodzakelijk, mede gelet op dat de ouders niet met elkaar communiceren, dat er tussen de ouders geen onduidelijkheid over de zorgregeling bestaat. Deze omstandigheden maken dat de huidige zorgregeling niet in stand kan blijven. De rechtbank zal de zorgregeling daarom wijzigen. Daarbij zal de rechtbank een vast schema bepalen voor de verdeling van de vakanties en feestdagen. Bij de verdeling zijn de Christelijke feestdagen opgenomen, omdat die dagen ‘officiële feestdagen’ en dus werkvrije dagen (kunnen) zijn. Tijdens de zitting is voorts besproken dat de rechtbank geen roterende zorgregeling zal vastleggen. Om misverstanden te voorkomen zal de rechtbank een regeling vaststellen die elk jaar hetzelfde zal zijn. De rechtbank zal verder bepalen dat de vader de kinderen bij de moeder thuis moet ophalen en terugbrengen. Dat betekent dat de kinderen dus niet ergens anders dan bij het huis van de moeder zullen worden opgehaald of terug zullen worden gebracht.

Dwangsom

Door de moeder is een dwangsom verzocht van € 250,- voor iedere keer dat de vader zich niet houdt aan de bovengenoemde zorgregeling, met een maximum van € 25.000,-.

De rechtbank ziet aanleiding om een dwangsom op te leggen. Op de zitting heeft de vader bevestigd dat hij de regeling niet altijd nakomt. Gelet op de uitlatingen van de vader op zitting vreest de rechtbank dat dit ook zal gebeuren bij de nieuw vast te stellen zorgregeling. Het is in het belang van de kinderen dat de zorgregeling wordt nagekomen. De rechtbank is daarom van oordeel dat een dwangsom op dit moment passend is als prikkel om de zorgregeling na te komen. De rechtbank ziet wel aanleiding om de verzochte dwangsom te matigen. De rechtbank zal een dwangsom op leggen van € 200,- per keer dat de vader de in deze beschikking neergelegde zorgregeling niet zal nakomen, met een maximum van € 5.000,-.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 22 juni 2022 – :

*

bepaalt dat als reguliere zorgregeling geldt voor:

dat zij bij de vader zullen zijn eens in de veertien dagen van vrijdag 18.00 uur tot zondagavond 18.00 uur, waarbij de vader de kinderen op het adres van de moeder ophaalt en de kinderen daar ook weer terugbrengt;

*

stelt de vakantieregeling en feestdagenregeling als volgt vast:

- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven tijdens de vakanties volgens het navolgende schema bij de ouders:

- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven tijdens de feestdagen volgens het navolgende schema bij de ouders:

- de ouders bepalen in onderling overleg waar de kinderen verblijven gedurende de Islamitische feestdagen;

waarbij de vader de kinderen op het adres van de moeder ophaalt en daar ook weer naartoe terugbrengt;

*

stelt vast dat de vakantieregeling voor de reguliere regeling gaat en dat de feestdagenregeling voor de vakantieregeling gaat;

*

veroordeelt de vader tot betaling van een dwangsom van € 200,- voor iedere keer dat de vader de in deze beschikking neergelegde zorgregeling niet zal nakomen, waarbij de dwangsom gemaximeerd is tot € 5.000,-;’

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, bijgestaan door mr. J.R. Hokwerda als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 september 2026.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.R. Hokwerda

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand