ECLI:NL:RBDHA:2026:31282

ECLI:NL:RBDHA:2026:31282

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-09-2026
Datum publicatie 24-10-2026
Zaaknummer C/09/710890 / FA RK 26-8347
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Voorlopige voorzieningen. Uitsluitend gebruik echtelijke woning, toevertrouwing minderjarigen en kinderalimentatie.

Uitspraak

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 12 augustus 2026 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. J. Celen te Rijswijk.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man],

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

Op 9 september 2026 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

De rechtbank heeft op 11 september 2026 een e-mail van de man ontvangen. Aangezien deze e-mail is verstuurd nadat de behandeling ter zitting is gesloten, heeft de rechtbank geen acht geslagen op de inhoud van deze e-mail.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:

- de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te [adres], met inbegrip van de inboedel;

- de minderjarige kinderen van partijen aan de vrouw worden toevertrouwd;

- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 400,- per maand per kind wordt vastgesteld, met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De man voert verweer – welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Feiten

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2024 te [geboorteplaats];

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2026 te [geboorteplaats].

Beoordeling

Uitsluitend gebruik echtelijke woning

De vrouw heeft verzocht te bepalen dat zij bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning en de inboedel van die woning. De vrouw stelt dat zij al langere tijd wordt mishandeld door de man. Op 4 augustus 2026 is een huisverbod aan de man opgelegd voor een periode van tien dagen. Dit verbod is daarna verlengd tot 1 september 2026. Gedurende deze periode is rust en veiligheid ontstaan voor de vrouw en de kinderen. Die rust wil zij behouden.

De man betwist dat hij de vrouw heeft mishandeld. Volgens hem is sprake van een wisselwerking tussen partijen, waarbij de man reageert op de vrouw. Voor de man is op dit moment het belangrijkste dat de kinderen op een veilige plek kunnen verblijven. De man slaapt op dit moment in zijn auto. Hij zou daarom het liefst terugkeren naar de woning, maar heeft dat niet gedaan, omdat hij het van belang vindt dat er rust is.

De rechtbank overweegt dat uit het netwerkverslag van 21 augustus 2026 blijkt dat het huisverbod de afgelopen periode aantoonbaar rust en een gevoel van veiligheid heeft gebracht. De onderliggende problematiek is echter onverminderd aanwezig. Er is sprake van ernstige communicatieproblemen, eerdere fysieke en verbale escalaties en conflicten waarbij de kinderen aanwezig zijn geweest, zo staat in het netwerkverslag te lezen. Ook volgt uit het netwerkverslag dat de betrokken hulpverlening zich zorgen maakt over de mogelijkheid dat partijen wederom samen onder één dak verblijven. Ook bestaat er een verhoogd risico op nieuwe confrontaties en oplopende spanningen zolang beide ouders in de woning kunnen. De hulpverlening is daarom van mening dat het beter is dat de ouders niet opnieuw in één woning verblijven met name om de veiligheid van de kinderen te waarborgen.

Het voorgaande maakt dat ook de rechtbank van oordeel is dat het in ieders belang is dat de ouders niet langer in één woning verblijven en dat zij ook niet beiden toegang hebben tot de woning. Voorkomen moet worden dat de kinderen wederom getuige zijn van escalaties tussen hun ouders. Het is in het belang van de kinderen dat zij in hun vertrouwde omgeving kunnen verblijven samen met de vrouw en zonder de aanwezigheid van de man. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vrouw om te bepalen dat zij bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning toewijzen.

Het verzoek om te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen, voor zover niet bij rechterlijke beschikking tot het dagelijks gebruik aan de andere partij is toegewezen.

Toevertrouwing kinderen

De vrouw verzoekt om de toevertrouwing van de kinderen. De man is het daarmee eens.

De rechtbank zal het verzoek van de vrouw als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen, aangezien zij dat in het belang van de kinderen acht.

Alimentatie

De vrouw verzoekt een voorlopige kinderalimentatie vast te stellen. Bij de beoordeling van het verzoek stelt de rechtbank voorop dat deze voorlopige vaststelling het karakter heeft van een ordemaatregel. Daarbij is het uitgangspunt dat wordt uitgegaan van de actuele situatie van partijen, voor zover de rechtbank daar voldoende inzicht in heeft. Indien de rechtbank onvoldoende inzicht in de situatie van partijen heeft, zal de rechtbank beoordelen wat zij redelijk acht en in dat kader een schatting maken.

Bij de vaststelling van de kinderalimentatie en de berekening daarvan neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie opgenomen in het Rapport alimentatienormen als uitgangspunt. De rechtbank rondt hierna in haar berekening de bedragen telkens af op hele euro’s.

Ingangsdatum

Om proceseconomische redenen zal de rechtbank eerst de ingangsdatum vaststellen. De rechtbank stelt voorop dat zij op grond van artikel 1:402 van het Burgerlijk Wetboek een grote mate van vrijheid heeft bij het vaststellen van de ingangsdatum.

Gelet op het bepaalde in artikel 821 vierde lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zal de rechtbank als ingangsdatum voor de voorlopige kinderalimentatie de datum van deze beschikking, te weten 23 september 2026, hanteren.

Behoefte

Bij de berekening van de kinderalimentatie wordt eerst gekeken naar wat de kosten van een kind (de behoefte) zijn. De behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is tussen partijen in geschil. De rechtbank zal daarom hierna de behoefte vaststellen.

Voor het bepalen van de behoefte moet allereerst het netto besteedbaar inkomen (NBI) van ieder van partijen tijdens hun samenleving worden bepaald.

Partijen zijn het niet eens over het NBI van de vrouw, zodat de rechtbank dat hierna zal berekenen. Hiervoor gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 5555,- bruto per maand, te vermeerderen met een bedrag van € 917 aan Individueel Keuze Budget (IKB). De rechtbank gaat hierbij uit van de salarisspecificatie van de vrouw van juli en augustus 2026.

De rechtbank houdt verder rekening met de pensioenpremie van € 367,- (€ 360,- + € 7,-).

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de in de aangehechte berekening opgenomen fiscale heffingskortingen, berekent de rechtbank haar NBI op het moment van samenleving tussen partijen op € 4.222,- per maand.

Partijen zijn het ook niet eens over het NBI van de man, zodat de rechtbank dat hierna zal berekenen. De vrouw stelt dat het netto inkomen van de man exclusief IKB € 3565,- bedraagt, omdat dit bedrag elke maand op de gezamenlijke rekening wordt gestort. De man betwist dit en stelt dat zijn netto inkomen inclusief IKB € 3513,- bedraagt. De man laat zijn IKB namelijk elke maand uitbetalen. De rechtbank zal bij gebrek aan nadere gegevens uitgaan van een netto inkomen van de man van € 3513,- inclusief IKB.

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten, berekent de rechtbank zijn NBI ten tijde van de samenleving van partijen op € 3513,- per maand.

Het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) van partijen bedraagt in 2026 dus € 7735,- per maand (€ 4.222,- + € 3.513,-). Op basis van dit NBGI hebben partijen recht op een kindgebonden budget van € 214,- per maand, zodat de rechtbank daarmee rekening zal houden. Op basis van de tabel eigen aandeel kosten van kinderen 2026, leidt het voorgaande tot een behoefte van € 1.695,- per maand voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2].

De rechtbank zal hierna beoordelen in welke verhouding deze behoefte tussen partijen moet worden verdeeld.

Draagkracht vrouw

Voor de bepaling van de draagkracht van de vrouw gaat de rechtbank uit van het NBI zoals dat bij de behoefte is berekend, te weten € 4.222,- per maand.

Het kindgebonden budget moet volgens vaste rechtspraak bij het inkomen van de desbetreffende ouder die het ontvangt, worden opgeteld. Omdat beide partijen nog ingeschreven staan op het adres van de echtelijke woning zal de rechtbank – net als bij de behoefte – rekening houden met een kindgebonden budget van € 214,- per maand. De rechtbank zal dit kindgebonden budget optellen bij het inkomen van de vrouw, omdat zij conform het wettelijke systeem van kinderalimentatie het merendeel van de kosten voor de kinderen zal voldoen.

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten, berekent de rechtbank haar NBI op € 4.436,- per maand.

Omdat het NBI van de vrouw hoger is dan € 2.200,- zal de rechtbank voor de berekening van haar draagkracht de formule 70% x [NBI – (0,3 NBI + € 1.365,-)] gebruiken. De draagkracht van de vrouw bedraagt dan: 70% x [€ 4.436,- – (€ 1.331 + € 1.365,-)] = € 1.218,- per maand.

Draagkracht man

Voor de bepaling van de draagkracht van de man gaat de rechtbank ook uit van het NBI zoals dat bij de behoefte is berekend, te weten € 3.513,- per maand.

Omdat het NBI van de man ook hoger is dan € 2.200,- zal de rechtbank voor de berekening van zijn draagkracht dezelfde formule gebruiken. De draagkracht van de man bedraagt dan: 70% x [€ 3.513,- – (€ 1.054,- + € 1.365,-)] = € 766,- per maand.

Draagkrachtvergelijking

De draagkracht van partijen bedraagt gezamenlijk € 1.984,- per maand (€ 1.218,- + € 766,-). Dit is voldoende om in de behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te voorzien. De rechtbank zal daarom een draagkrachtvergelijking maken waarbij de behoefte naar rato van ieders draagkracht zal worden verdeeld. Hiervoor gebruikt de rechtbank de formule: ieders draagkracht gedeeld door de totale draagkracht vermenigvuldigd met de behoefte.

Het eigen aandeel van de man bedraagt: € 766,- / € 1.984,- x € 1.695,- = € 654,-

Het eigen aandeel van de vrouw bedraagt: € 1.218,- / € 1.984,- x € 1.695,- = € 1.041,-

samen € 1.695,-

Van de totale behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] komt een gedeelte van € 654,- per maand voor rekening van de man. Een gedeelte van € 1.041,- per maand komt voor rekening van de vrouw.

Zorgkorting

Omdat de man gemiddeld minder dan een per week de zorg heeft voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geldt een percentage van 5% als zorgkorting. De zorgkorting bedraagt dan € 85,- per maand (5% van € 1.695,-).

De zorgkorting strekt in mindering op het hiervoor berekende aandeel. De door de man te betalen bijdrage bedraagt dan € 569,- per maand (€ 654,- -/- € 85,-).

Conclusie

De rechtbank zal met ingang van 23 september 2026 een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 569,- per maand vaststellen. Het meer of anders verzochte ten aanzien van de kinderalimentatie zal de rechtbank afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:

bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning te [adres] en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;

bepaalt dat de minderjarigen:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2024 te [geboorteplaats];

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2026 te [geboorteplaats];

aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;

bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van 23 september 2026 voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van € 569,- per maand (voor beide kinderen gezamenlijk), zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.P. de Klerk

Griffier

  • mr. M.J.W. Straatsma

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand