RECHTBANK DEN HAAG
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf
[de cliënt],
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/712001 / FA RK 26-9043
Datum beschikking: 23 september 2026
Beschikking naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedatum] 1946 te [geboorteplaats], [geboorteland],
wonende te [woonplaats],
advocaat: mr. M.F. Laning te 's-Gravenhage.
Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 2 september 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 17 juni 2026;
- een aanvraag voor een artikel 21-besluit aan het CIZ van 3 augustus 2026;
- een op 31 augustus 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [naam 1], die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij zijn behandeling betrokken was;
- het document “Voorstel tijdelijke evaluatieperiode met ondersteuning thuis” van de kinderen van cliënt.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 23 september 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- de advocaat van betrokkene;
- de casemanager, [naam 2];
- de wijkverpleegkundige, [naam 3];
- de echtgenote van cliënt;
- de zoon, [de zoon].
Cliënt was niet ter zitting aanwezig. Omdat hij bedlegerig is, heeft de rechtbank hem bezocht in zijn slaapkamer. Hier gaf cliënt aan dat hij niet bij de mondelinge behandeling aanwezig wilde zijn en dat zijn familie namens hem het woord voert. De mondelinge behandeling heeft daarom zonder aanwezigheid van cliënt plaatsgevonden.
Standpunten ter zitting
De advocaat heeft ter zitting naar voren gebracht dat de familie het gevoel heeft dat in de thuissituatie nog niet alles is geprobeerd. Cliënt wil absoluut niet worden opgenomen in een accommodatie.
De echtgenote heeft ter zitting naar voren gebracht dat cliënt één keer per week naar beneden komt en voor de rest van de tijd op bed ligt. Op momenten heeft cliënt last van arm- en hoofdpijn, waardoor hij agressief kan reageren. Inmiddels is cliënt rustiger en is de agressie afgenomen. Hij is geen gevaar thuis en hoeft niet te worden opgenomen in een accommodatie.
De zoon heeft ter zitting naar voren gebracht dat thuis nog niet alles is geprobeerd, waardoor een evaluatieperiode wenselijk is. De komende periode kunnen de kinderen van cliënt bij cliënt overnachten, met het doel om in kaart te brengen op welke momenten en onder welke omstandigheden het misgaat.
De casemanager heeft ter zitting naar voren gebracht dat zij begrip heeft voor de wensen van de familie, maar dat het voor cliënt noodzakelijk is dat hij verhuist naar een accommodatie waar hij multidisciplinaire zorg kan ontvangen. Er is sprake van forse overbelasting van het steunsysteem, waarbij de psychische en lichamelijke druk voor de echtgenote groot is. De echtgenote geeft aan dat geen zorg nodig is, waardoor zij de zorg voor cliënt zelf verleent en hiermee lichamelijk wordt belast. Er is sprake van frequent en ernstig valgevaar en de mobiliteit is beperkt, waardoor cliënt voornamelijk in zijn slaapkamer verblijft. Daarnaast achten de artsen in het ziekenhuis het van belang dat wordt gestart met medicatie bij de ziekte van Parkinson, wat in de thuissituatie niet adequaat kan worden opgevolgd. Cliënt gaat cognitief achteruit en heeft gedragsproblemen, waarbij hij vaak veel boosheid en ontredderd gedrag laat zien wanneer contact met hem wordt gezocht. De zorgbehoefte is groot, maar de noodzakelijke professionele zorg kan vanwege deze gedragsproblemen niet structureel worden ingezet. De casemanager acht het van belang dat het gedrag van cliënt binnen een multidisciplinaire context wordt onderzocht en gegeven, zodat de zorg beter kan worden afgestemd op zijn zorgbehoefte. Hoewel de casemanager de bereidheid van de kinderen om zich extra in te zetten waardeert, biedt dit volgens haar geen structurele oplossing voor het onderliggende probleem. De familie kan wel ondersteuning bieden, maar professionele en multidisciplinaire zorg niet structureel vervangen. De mogelijkheden om de benodigde zorg thuis te organiseren zijn inmiddels uitgeput.
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten een uitgebreide neurocognitieve stoornis, passend bij vasculaire dementie.
Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Bij cliënt is sprake van een cognitieve achteruitgang en een progressieve daling in de zelfredzaamheid. Hij is volledig afhankelijk van anderen en kan zelf niet in zijn basisbehoeften voorzien. Hij is valgevaarlijk en heeft mobiliteitsproblemen, waardoor hij vrijwel de hele dag in bed ligt. Daarnaast is sprake van toenemende agressie richting zijn omgeving. Zo heeft hij zijn echtgenote geslagen en is hij agressief geweest richting thuiszorgmedewerkers. Tevens ervaart hij pijnklachten, maar weigert hij diagnostiek en behandeling.
De opname en het verblijf in een accommodatie zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. De rechtbank heeft kennisgenomen van het voorstel van de kinderen van cliënt voor een tijdelijke evaluatieperiode om de zorg thuis voort te zetten. De rechtbank heeft waardering voor de inzet van de familie maar stelt vast dat er sprake is van een zeer complexe situatie die al langere tijd speelt. Het ernstig nadeel kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden afgewend met het door de kinderen voorgestelde plan. Hoewel de kinderen bereid zijn om nog meer hulp te bieden, volgt de rechtbank de casemanager in haar visie dat de benodigde professionele en multidisciplinaire zorg die cliënt, gelet op zijn situatie en zorgbehoefte, nodig heeft, alleen in een accommodatie kan worden geboden.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf in een accommodatie. Ter zitting is gebleken dat cliënt noodzakelijke zorg niet accepteert. Hij wil niet opgenomen worden in een accommodatie en weigert onder meer hulp bij incontinentiezorg, hygiëne en ADL-zorg.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie ten aanzien van:
[de cliënt],
geboren op [geboortedatum] 1946 te [geboorteplaats], [geboorteland],
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 maart 2027.