Vervangende toestemming identiteitskaart
Beschikking op het op 5 augustus 2026 ingekomen verzoek van:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen.
Op 28 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader en de moeder.
Feiten
“2.3 Beheer van het paspoort van [minderjarige] is toebedeeld aan de moeder. Deze zal het paspoort afgeven indien nodig voor een buitenlandse vakantie. Partijen zullen elkaar informeren over het adres waar zij gedurende de vakantie verblijven en, indien met het vliegtuig wordt gereisd, ook van de vluchtgegevens. Beiden ouders zullen, voor zover nodig en op verzoek hun medewerking binnen maximaal 14 dagen verlenen bij het aanvragen van een paspoort of identiteitskaart van [minderjarige].”
- De vader en de moeder hebben een geregistreerd partnerschap gehad van [datum 1] 2017 tot [datum 2] 2020.
- Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats].
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
- [minderjarige] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- Bij beschikking van 7 oktober 2021 is door deze rechtbank een co-ouderschapsregeling vastgesteld.
- De ouders hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 1:247a BW een ouderschapsplan opgesteld en ondertekend op 13 januari 2020, waarin onder meer het volgende is opgenomen:
Verzoek en verweer
De vader verzoekt de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
onverminderd het beheer van het paspoort door de moeder op grond van artikel 2.3 van het ouderschapsplan, en dat elk van de ouders het door hem of haar beheerde document op verzoek van de andere ouder beschikbaar stelt wanneer dat voor [minderjarige] nodig is;
De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Paspoort
Juridisch kader
Ingevolge artikel 34, eerste lid, van de Paspoortwet wordt bij een aanvraag door of ten behoeve van een minderjarige een verklaring van toestemming overgelegd van iedere persoon die het gezag uitoefent. Blijkens het tweede lid van voormeld artikel kan, indien bij de gezamenlijke gezagsuitoefening één van de personen die het gezag uitoefent weigert een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid af te geven, deze op verzoek van de andere persoon die het gezag uitoefent, worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter, die alvorens te beslissen een vergelijk tussen beide personen beproeft. Ingevolge het vijfde lid van artikel 34 van de Paspoortwet geeft de rechter onder meer in de in het tweede lid bedoelde gevallen een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
Op de zitting zijn de ouders overeengekomen dat de moeder aan de vader toestemming zal geven voor de aanvraag van een ID-kaart voor [minderjarige].
Bij de aanvraag en het afhalen van de ID-kaart heeft [minderjarige] zijn paspoort nodig, en als hij zijn paspoort moet verlengen zal hij zijn ID-kaart daarbij nodig hebben. De ouders hebben ter zitting afspraken gemaakt over de overdracht van het paspoort en de ID-kaart ten behoeve van de aanvraag of verlenging. Als de vader een ID-kaart aanvraagt of verlengt, stuurt hij de moeder per e-mail een voorstel voor een datum waarop hij een afspraak daarvoor bij de gemeente kan inplannen. Uitgangspunt is dat de moeder ervoor zorgdraagt dat het paspoort uiterlijk drie dagen voor die datum bij de vader is en dat hij het paspoort twee weken in beheer heeft, zodat hij er de beschikking over heeft bij de aanvraag en bij het afhalen van het ID-bewijs. Als de moeder het paspoort van [minderjarige] in die periode van twee weken zelf nodig heeft, bericht zij de man daarover per e-mail, waarna de vader een nieuw voorstel voor een datum doet. De moeder doet het paspoort tijdig bij de vader door de brievenbus, de vader zorgt ervoor dat hij het paspoort nadat hij het ID-bewijs heeft afgehaald weer bij de moeder terug bezorgt. Als de moeder het paspoort van [minderjarige] moet verlengen, wordt zijn ID-bewijs op dezelfde wijze tijdelijk bij de moeder in bewaring gegeven.
Gelet op het feit dat de ouders tot overeenstemming zijn gekomen en afspraken hebben gemaakt over het aanvragen van een nieuw identiteitsbewijs voor [minderjarige], heeft de vader geen belang meer bij zijn verzoek. De rechtbank zal daarom de verzoeken omtrent het aanvragen van een identiteitsbewijs voor [minderjarige] afwijzen.
Doorverwijzing naar hulpverlening
Tijdens de zitting is het de rechtbank gebleken dat er geen vertrouwen meer is tussen de ouders en dat zij niet in staat zijn om zonder hulp van een derde afspraken te maken. Dit is een onderliggend probleem dat op de zitting niet opgelost kon worden. Op de zitting is daarom met de ouders het traject Ouderschapsbemiddeling besproken met in het bijzonder het traject van Parallel Solo Ouderschap. De ouders hebben al eerder een traject van Ouderschap Blijft geprobeerd, maar tevergeefs. Beide ouders hebben zich bereid getoond om opnieuw een hulpverleningstraject aan te gaan om de situatie tussen hen te verbeteren, maar zij staan er niet voor open om gezamenlijke gesprekken te voeren. Momenteel geven de ouders al feitelijk uitvoering aan een vorm van parallel solo ouderschap, in die zin dat [minderjarige] bij hen beiden opgroeit maar zij onderling geen contact hebben. Zoals ook uit de noodzaak voor deze procedure – en de noodzaak voor het maken van de zeer gedetailleerde afspraken met betrekking tot de overdracht van het paspoort en het ID-bewijs die hierboven zijn opgenomen – blijkt, hebben zij nog nadere handvatten nodig om het parallelle ouderschap constructief vorm te kunnen geven. De rechtbank acht het daarom in het belang van [minderjarige] dat de ouders deel gaan nemen aan het traject Parallel Solo Ouderschap, zodat [minderjarige] in de toekomst niet wordt belast met alle stress die gepaard gaat met procedures als de onderhavige.
De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar het Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan het Kenniscentrum Kind en Scheiding.
Nadat de rechtbank de doorverwijzing naar het Kenniscentrum Kind en Scheiding heeft verstuurd, ontving zij op 10 september 2026 van hen het bericht dat de vader de beschikking wil afwachten alvorens hij akkoord gaat met het aanvragen van de aanvullende verwijzing bij de gemeente en het doorsturen van de beschikking naar de jeugdhulpaanbieder en de gemeente. Ondanks dat de deelname aan het traject op vrijwilligheid is gebaseerd, benadrukt de rechtbank dat het in het belang van Oliver is dat de ouders hieraan zullen deelnemen.
De rechtbank zal de ouders bij eindbeschikking verwijzen naar het hulpverleningstraject, zodat het niet nodig is dat de hulpverleningsinstantie een (eind)rapportage over het verloop van het traject indient.
Proceskosten
Gelet op het feit het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.
Beslissing
De rechtbank:
*
stelt vast dat de ouders, te weten:
[de vader], (de vader)
wonende op [adres 1];
en
[de moeder], (de moeder)
wonende op [adres 2];
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar het Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel Solo Ouderschap en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:
Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;
*
bepaalt dat ieder de eigen proceskosten draagt;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.