Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 1 juli 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C. Car te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 27 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
Feiten
- Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2006 tot [datum 2] 2025.
- Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats],
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats].
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 26 maart 2025 is – voor zover hier van belang – de echtscheiding tussen partijen afgesproken en zijn het convenant en het ouderschapsplan aangehecht aan de beschikking.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 30 juni 2026 is de Raad voor de Kinderbescherming verzocht onderzoek te verrichten ten aanzien van het gezag en de zorg- c.q. omgangsregeling en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen. Tevens is een voorlopige zorgregeling bepaald tussen de vader en [minderjarige 1], waarbij is bepaald dat [minderjarige 1] een dag(deel) per weekend bij de vader zal zijn. Iedere beslissing ten aanzien van het gezag en ten aanzien van de zorg- c.q. omgangsregeling is aangehouden in afwachting van het onderzoek.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) haar toestemming te verlenen, welke toestemming die van de vader vervangt, om:
- met [minderjarige 1] geboren op [geboortedatum 1] 2010 en [minderjarige 2] [geboortedatum 2] 2022 naar
Turkije te reizen gedurende de periode van 1 juli 2026 tot en met 31 augustus 2026,
dan wel gedurende een kortere aaneengesloten periode, aanvangende op een door
de rechtbank in goede justitie te bepalen datum;
- het paspoort/ reisdocument van de minderjarige [minderjarige 2] geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats], aan te vragen;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft mondeling verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van de minderjarigen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoeken tot vervangende toestemming vakantie en aanvraag van een paspoort.
Vervangende toestemming vakantie
Artikel 1: 253a eerste en tweede lid BW bepaalt dat in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening geschillen tussen de ouders, waaronder ten aanzien van een vakantie, op verzoek van beide of van een van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd en dat de rechtbank een regeling kan vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag.
De moeder wil in de zomervakantie met de kinderen naar Turkije reizen. Volgens de moeder stelt de vader voorwaarden aan het verlenen van zijn toestemming voor de vakantie. Het is voor haar niet mogelijk om al concrete informatie over de bestemming en het verblijf te geven, omdat de vakantie nog geboekt moet worden. Zij wacht eerst op de toestemming van de vader.
De vader heeft op de zitting verweer gevoerd. Hij heeft op de zitting – samengevat – aangegeven dat het niet klopt dat hij niet mee heeft willen werken. De moeder heeft hem niet de volledige informatie verschaft over de vakantie. Ook heeft de moeder de formulieren niet juist / volledig ingevuld.
De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank wijst het verzoek van de moeder af. Een beslissing van de rechtbank is niet meer ter zake doende, omdat de zomervakantie nagenoeg voorbij is. Het belang bij een uitspraak ontbreekt. Ten overvloede overweegt de rechtbank wel dat het gedrag van de vader de oorzaak lijkt voor de vertraging van het proces dat maakt dat het belang bij een uitspraak is verlopen. De moeder is inmiddels met de kinderen op vakantie gegaan in Nederland.
Paspoort
Naar de rechtbank begrijpt verzoekt de moeder de rechtbank vervangende toestemming te verlenen voor het verkrijgen van een reisdocument zoals bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Paspoortwet.
Ingevolge artikel 34, eerste lid, van de Paspoortwet wordt bij een aanvraag door of ten behoeve van een minderjarige een verklaring van toestemming overgelegd van iedere persoon die het gezag uitoefent. Blijkens het tweede lid van voormeld artikel kan, indien bij de gezamenlijke gezagsuitoefening één van de personen die het gezag uitoefent weigert een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid af te geven, deze op verzoek van de andere persoon die het gezag uitoefent, worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter, die alvorens te beslissen een vergelijk tussen beide personen beproeft. Ingevolge het vijfde lid van artikel 34 van de Paspoortwet geeft de rechter onder meer in de in het tweede lid bedoelde gevallen een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
De moeder voert ter onderbouwing aan dat zij de ID-kaart van [minderjarige 2] is verloren. Zij heeft de vader gevraagd om zijn medewerking te verlenen voor het aanvragen van een (nieuw) paspoort voor [minderjarige 2]. Volgens de moeder stelt de vader voorwaarden aan het meewerken aan het aanvragen van een paspoort voor [minderjarige 2], in die zin dat hij eerst omgang met [minderjarige 2]
wenst te hebben.
De vader heeft op de zitting aangeven dat hij het van belang acht dat [minderjarige 2] een geldige ID-kaart heeft. Hij heeft van de moeder begrepen dat zijn medewerking hiervoor niet meer nodig was.
De rechtbank zal het verzoek van de moeder toewijzen. Het is in het belang van [minderjarige 2] dat zij beschikt over een geldig identiteitsbewijs.
Beslissing
De rechtbank:
verleent toestemming aan de moeder, die toestemming van de vader vervangt, om ten behoeve van de minderjarige:
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats];
een paspoort aan te vragen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.