Vernietiging erkenning
Beschikking op het op 11 september 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. T.Y. Tsang te Den Haag.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de juridische vader],
de juridisch vader,
zonder bekende woon- en/of verblijfplaats binnen en buiten Nederland.
[minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats 1],
de minderjarige,
in rechte vertegenwoordigd door mr. M.F. Laning,
advocaat te Voorschoten,
in de hoedanigheid van bijzondere curator.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van:
[minderjarige] is uitgenodigd voor een gesprek met de kinderrechter op 26 augustus 2026. Hij heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. [minderjarige] heeft een brief geschreven aan de kinderrechter. Deze brief is door de rechtbank ontvangen op 21 augustus 2026.
Op 28 augustus 2026 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder bijgestaan door haar advocaat, de juridisch vader bijgestaan door een tolk, de bijzondere curator.
De rechtbank heeft na de zitting, op 31 augustus 2026, het aangepaste verzoek van de bijzondere curator ontvangen.
Feiten
op 21 oktober 2015 [minderjarige] heeft erkend. Hierbij is gekozen voor de geslachtsnaam ‘[geslachtsnaam 1]’.
benoemd tot bijzondere curator om [minderjarige] op grond van artikel 1:212 Burgerlijk Wetboek (BW) te vertegenwoordigen.
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens:
gehouden is tot doorhaling van de akte van erkenning van [minderjarige] door [de juridische vader] en daarbij aan te tekenen dat [minderjarige] voortaan de naam zal dragen [voornamen] [geslachtsnaam 2].
De bijzondere curator verzoekt namens [minderjarige] om de vernietiging van de erkenning.
De juridisch vader heeft geen verweer gevoerd. Hij heeft tijdens de zitting toegelicht dat hij instemt met vernietiging van de erkenning.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De Nederlandse rechter is op grond van artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bevoegd, omdat de moeder en [minderjarige] in Nederland wonen.
Uit de geboorteakte en de vermelding betreffende erkenning blijkt dat op de erkenning het Nederlands recht is toegepast. De rechtbank zal daarom op grond van artikel 10:96 BW in samenhang met artikel 10:95 BW Nederlands recht toepassen op onderhavig verzoek.
Nietigheid / vernietiging erkenning
De moeder verzoekt voor recht te verklaren dat de erkenning van [minderjarige] door de juridische vader nietig is. De rechtbank overweegt dat de erkenning niet nietig is. Er is geen sprake van een van de situaties genoemd in artikel 1:204 BW. Daarom wijst de rechtbank het verzoek van de moeder af.
De erkenning kan wel worden aangetast op grond van artikel 1:205 BW.
Op grond van artikel 1:205 lid 1 BW kan een verzoek tot vernietiging van de erkenning, op de grond dat de erkenner niet de biologische vader van het kind is, bij de rechtbank worden ingediend:
Ontvankelijkheid
De bijzondere curator heeft namens [minderjarige] een verzoek tot vernietiging van de erkenning gedaan. De bijzondere curator is op grond van artikel 1:205 lid 4 BW ontvankelijk in dit verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank is gebleken dat voor alle betrokkenen vaststaat dat [de juridische vader] niet de biologische vader van [minderjarige] is. De moeder heeft [de juridische vader] leren kennen tijdens haar zwangerschap. Zij kregen een relatie en hebben toen besloten dat hij [minderjarige] zou erkennen. De relatie tussen de moeder en [de juridische vader] is in 2017/2018 verbroken. Er is momenteel geen contact meer tussen [minderjarige] en [de juridische vader]. Inmiddels weet [minderjarige] ook dat [de juridische vader] niet zijn biologische vader is. Het is niet bekend wie de biologische vader van [minderjarige] is. Omdat de relatie al enige tijd is verbroken, wil de moeder dat de erkenning door [de juridische vader] wordt vernietigd en dat [minderjarige] haar achternaam krijgt. [de juridische vader] heeft ingestemd met vernietiging van de erkenning.
De rechtbank is van oordeel dat is voldaan aan het in artikel 1:205 BW genoemde vereiste om over te gaan tot de vernietiging van de erkenning. Vaststaat dat [de juridische vader] niet de biologische vader van [minderjarige] is. De rechtbank acht het bovendien, net als de bijzondere curator, in het belang van [minderjarige] dat de erkenning wordt vernietigd. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek toewijzen.
De rechtbank merkt hierbij op dat toewijzing van het verzoek, nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, reeds gevolgen heeft voor de achternaam van [minderjarige]. Hij zal dan de achternaam van de moeder krijgen (op grond van artikel 1:206 BW en artikel 1:5 BW). De ambtenaar van de burgerlijke stand zal dit verwerken. Een afzonderlijke beslissing hierover is dan ook niet nodig.
Beëindigen werkzaamheden bijzondere curator
Uit de te nemen beslissing volgt dat vertegenwoordiging van [minderjarige] door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.
Beslissing
De rechtbank:
*
vernietigt de erkenning – gedaan op 21 oktober 2015 bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage – door:
[de juridische vader], geboren op [geboortedatum 2] 1989 te [geboorteplaats 2], [geboorteland],
van:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats 1];
uit:
[de moeder], geboren op [geboortedatum 3] 1988 te [geboorteplaats 3];
*
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.