ECLI:NL:RBDHA:2026:31345

ECLI:NL:RBDHA:2026:31345

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 24-09-2026
Datum publicatie 26-10-2026
Zaaknummer C/09/692450 / FA RK 25-7425
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Wijziging partneralimentatie

Uitspraak

Alimentatie

Beschikking op het op 26 september 2025 ingekomen verzoek van:

[de man] ,

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. C.H. Remmelink te Zoetermeer.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw] ,

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. H. Hulshof te Emmeloord.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

Op 13 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

Feiten

Verzoek en verweer

Het verzoek van de man luidt – met wijziging van de beschikking van deze rechtbank van 2 november 2017 en het gevoegde convenant – met ingang van 1 april 2021, althans met ingang van december 2024, althans met ingang van 25 juni 2025, althans met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, althans met ingang van een in goede justitie te bepalen datum:

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vrouw voert verweer dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Ontvankelijkheid

De man beroept zich op het eerste lid van artikel 1:401 BW. Dat sprake is van een wijzigingsgrond, is niet tussen partijen in geschil.

De rechtbank zal daarom de man ontvangen in het verzoek en hierna overgaan tot een inhoudelijke beoordeling om te onderzoeken of, en zo ja, in hoeverre de wijzigingsgrondslag leidt tot een wijziging van de rechterlijke uitspraak.

Inhoudelijke beoordeling

Ingangsdatum

Om proceseconomische redenen zal de rechtbank eerst de ingangsdatum vaststellen. De rechtbank stelt voorop dat zij op grond van artikel 1:402 BW een grote mate van vrijheid heeft bij het vaststellen van de ingangsdatum. Drie data liggen het meest voor de hand: de datum van het verzoek, de datum waarop de rechter beslist of de datum waarop de omstandigheden intreden die voor de onderhoudsverplichting bepalend zijn.

De rechtbank zal de partneralimentatie wijzigen met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, te weten 26 september 2025. De rechtbank acht die datum redelijk, omdat de vrouw vanaf toen daadwerkelijk rekening heeft kunnen houden met een wijziging van de partneralimentatie. De man heeft de vrouw wel al eerder benaderd over de hoogte van de partneralimentatie, maar heeft toen geen verdere stappen ondernomen. De rechtbank sluit daarom aan bij de datum van het verzoekschrift.

Twee periodes

De rechtbank zal de wijziging van de partneralimentatie voor twee periodes berekenen. De vrouw is namelijk sinds februari 2026 met pensioen gegaan, waardoor er sinds die datum aan haar zijde ook sprake is van een wijziging van omstandigheden. De rechtbank berekent de partneralimentatie daarom over de periode van 25 september 2025 tot februari 2026, en over de periode vanaf februari 2026.

PERIODE 1

Behoefte

Partijen zijn het erover eens dat de in 2017 vastgestelde huwelijksgerelateerde behoefte geïndexeerd moet worden. Geïndexeerd naar 2025 bedraagt de behoefte dan € 2.420,- netto per maand.

Aanvullende behoefte

Partijen zijn het erover eens dat het NBI van de vrouw, voordat zij met pensioen ging,

€ 1.290,- per maand bedroeg. De aanvullende behoefte van de vrouw is daarom (€ 2.420 –

€ 1.290,- =) € 1.130,- per maand.

Draagkracht man

Partijen verschillen van mening of voor het berekenen van de draagkracht van de man uitgegaan moet worden van een AOW-uitkering voor samenwonenden of alleenstaanden. De vrouw vindt dat er uitgegaan moet worden van alleenstaand, omdat de berekening ook rekening houdt met een alleenstaande voor onder andere de woonlasten. De man vindt dat er rekening gehouden moet worden met een AOW voor een samenwoner, omdat hij inmiddels opnieuw getrouwd is en met zijn huidige vrouw samenwoont.

De rechtbank volgt het standpunt van de man en zal rekening houden met de AOW-uitkering voor samenwonenden nu hij opnieuw getrouwd is en met zijn vrouw samenwoont. Uit de door de man in productie 10 overgelegde betaalbewijzen van de SVB leidt de rechtbank af dat de man een daarbij passende AOW-uitkering voor een samenwoner ontvangt. De rechtbank rekent daarom met een AOW-uitkering van € 1.104,- bruto per maand en een pensioenuitkering van € 26.072,- bruto per jaar. De rechtbank gaat hierbij voor de pensioenuitkering uit van de aangifte IB 2025.

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met in de aangehechte berekening opgenomen heffingskortingen, berekent de rechtbank het NBI van de man in 2025 op € 2.654,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.

Omdat het NBI van de man hoger is dan € 2.125,- per maand, zal de rechtbank voor de bepaling van zijn draagkracht volgens de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie de daarbij behorende draagkrachtformule van 60% x [NBI – (0,3 x NBI + 1.456)] toepassen. Hieruit volgt een draagkracht van de man van € 236,- netto per maand (60% x [2.654 – (796 + 1.456)]). Gebruteerd komt dit neer op € 326,- per maand.

Conclusie

De draagkracht van de man is niet voldoende om in de aanvullende behoefte van de vrouw te voorzien. De man moet daarom volledig naar zijn draagkracht bijdragen. De rechtbank bepaalt daarom de partneralimentatie met ingang van 26 september 2025 op € 326,- bruto per maand.

PERIODE 2

Behoefte

Partijen zijn het erover eens dat de naar 2026 geïndexeerde huwelijksgerelateerde behoefte

€ 2.531,- per maand bedraagt.

Aanvullende behoefte

Partijen zijn het er ook over eens dat het NBI van de vrouw, nadat zij met pensioen is gegaan, € 2.269,- bedraagt. De aanvullende behoefte van de vrouw is daarom (€ 2.531 –

€ 2.269,-) = € 262,-

Draagkracht man

Partijen zijn het erover eens dat, ongeacht of de draagkrachtberekening van de man of de vrouw wordt gevolgd, de draagkracht van de man voldoende zal zijn om in de aanvullende behoefte van de vrouw te voorzien. De rechtbank hoeft de draagkracht van de man daarom niet te berekenen, en bepaalt een gewijzigd bedrag aan partneralimentatie ter hoogte van de aanvullende behoefte van de vrouw.

Conclusie

De rechtbank bepaalt de met ingang van 1 februari 2026 door de man aan de vrouw te bepalen partneralimentatie op € 262,- per maand. Gebruteerd is dat € 368,-.

Het meer of anders verzochte ten aanzien van de partneralimentatie wijst de rechtbank af.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 2 november 2017 – :

bepaalt de door de man met ingang van 26 september 2025 te betalen

partneralimentatie op € 326,- bruto per maand en met ingang van 1 februari 2026 op € 368,- bruto per maand, vanaf vandaag telkens bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E. Boot

Griffier

  • mr. E.M. van Middelkoop

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand