RECHTBANK DEN HAAG
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/709975 / JE RK 26-1347
Datum uitspraak: 24 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [land], op dit moment verblijvend in Nederland,.
[de grootmoeder mz],
hierna te noemen: de grootmoeder moederszijde,
wonende in [woonplaats].
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 28 juli 2026;
- het advies van de Raad van 14 september 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
de moeder;
de advocaat van de moeder via videoverbinding;
de grootmoeder moederszijde;
- [naam], waarnemend jeugdbeschermer namens de gecertificeerde instelling, via videoverbinding.
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] verblijft bij de grootmoeder moederszijde.
3. Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. De beoordeling
De betrokken jeugdbeschermer heeft zich kort voor de zitting afgemeld omdat zij ziek was. Op verzoek van de kinderrechter was een waarnemend jeugdbeschermer ter zitting via videoverbinding aanwezig. De waarnemend jeugdbeschermer bleek niet inhoudelijk op de hoogte van het dossier en was niet bekend met de actuele stand van zaken. Hiernaast was er ter zitting geen tolk Spaans verschenen voor de grootmoeder moederszijde.
De kinderrechter heeft vastgesteld dat zij door afwezigheid van de betrokken jeugdbeschermer en de noodzakelijke tolk voor de grootmoeder moederszijde niet tot een gedegen inhoudelijke behandeling van het verzoek kon overgaan en heeft daarom besloten de inhoudelijke behandeling van het verzoek te aan te houden.
De kinderrechter heeft vastgesteld dat de huidige ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing op 25 september 2026 en daarom vindt de kinderrechter het noodzakelijk om nu gedeeltelijk te beslissen op het verzoek. Vooralsnog is voldoende gebleken dat de in artikel 1:255, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) genoemde gronden voor een ondertoezichtstelling aanwezig zijn. Ook is vooralsnog voldoende gebleken dat de in artikel 1:265b, eerste lid, BW genoemde gronden voor een machtiging tot uithuisplaatsing aanwezig zijn. Alle partijen hebben ter zitting ingestemd met een korte verlenging van de maatregelen. De ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing zullen daarom voor een korte periode worden verlengd en voor het overige worden aangehouden.
Met inachtneming van de verhinderdata van partijen zal de mondelinge behandeling van het resterend deel van het verzoek worden bepaald op 21 oktober 2026 om 13:00 uur. De kinderrechter verzoekt de gecertificeerde instelling hierbij om er zorg voor te dragen dat er dan een tolk Spaans voor de grootmoeder moederszijde aanwezig zal zijn.
5. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 23 oktober 2026;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 23 oktober 2026;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept de gecertificeerde instelling, de moeder en haar advocaat en de grootmoeder moederszijde op te verschijnen tijdens de zitting van mr. mr. N.B. Haverhoek van de rechtbank Den Haag, locatie Den Haag, in het gerechtsgebouw aan Prins Clauslaan 60 te Den Haag, op 21 oktober 2026 te 13:00 uur, teneinde nader op het verzoek te worden gehoord;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2026 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 25 september 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.