ECLI:NL:RBDHA:2026:31410

ECLI:NL:RBDHA:2026:31410

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 25-09-2026
Datum publicatie 26-10-2026
Zaaknummer C/09/712868 / FA RK 26-9569
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf

[cliënt] , geregistreerd als [cliënt] ,

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/712868 / FA RK 26-9569

Datum beschikking: 25 september 2026

Beschikking naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:

hierna te noemen: cliënt,

geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

thans verblijvende in de accommodatie van [accommodatie] te [plaats] ,

advocaat: mr. Ph. van Kampen te Goes.

De rechtbank heeft in de ingezonden stukken gelezen dat bij cliënt genderdysforie speelt en dat cliënt met ‘hij/hem’ wil worden aangesproken. In de beschikking zal verder overeenkomstig deze wens gebruik worden gemaakt van mannelijke voornaamwoorden.

Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 21 september 2026.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 5 december 2025;

- een aanvraag voor een rechterlijke machtiging aan het CIZ van 15 september 2026;

- een op 14 september 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [arts] , die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij zijn behandeling betrokken was;

- een zorgplan van 14 september 2026;

- een afschrift van de beschikking waarbij mentorschap is ingesteld.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 25 september 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:

- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;

- de gedragskundige tevens behandelcoördinator, [gedragskundige] ;

- de mentor, [mentor] (via een Teams verbinding).

Standpunten ter zitting

Door en namens cliënt wordt duidelijk gemaakt dat hij de rechterlijke machtiging niet nodig vindt. Cliënt geeft aan dat hij is gegroeid, ook emotioneel, en dat hij hard bezig is met het tegengaan van zijn verslaving en het verwerken van zijn trauma’s. Het gaat hem nu echt lukken om door te pakken, zonder rechterlijke machtiging. Hij vertoont geen vluchtgedrag en wil in de accommodatie blijven, zeker ook omdat hij geen ander adres heeft om te wonen.

De behandelingscoördinator geeft aan dat het voor haar en haar team ook een lastig te beantwoorden vraag is of de rechterlijke machtiging nog wel nodig is. Er is met cliënt vaker besproken of een vrijwillige behandeling mogelijk is, en de wil om dat te doen is er zeker bij hem. Hij heeft tot nu toe goed meegewerkt aan de EMDR-therapie die hij krijgt en al twee trauma’s verwerkt. Het is erg belangrijk dat cliënt ook blijft meedoen aan het laatste stuk van die behandeling en wij voorzien dat dat met een rechterlijke machtiging gaat lukken. Zonder machtiging zal cliënt geen weerstand kunnen bieden aan zijn verslaving alcohol te gebruiken. Er zijn immers in de afgelopen tijd vaker terugvallen van cliënt geweest in alcoholgebruik, ook afgelopen week weer. En eigenlijk elke twee weken wel een keer. Dus de zucht naar alcohol is bij hem nog heel sterk aanwezig. Daarom houden wij serieus rekening met de keuze van cliënt om voortijdig te stoppen met zijn EMDR-behandeling. Dat zou echt heel erg jammer zijn en alles teniet kunnen doen wat hij tot nu toe bereikt heeft. En dat willen wij in zijn belang voorkomen. Daarbij is de rechterlijke machtiging nodig.

De mentor geeft aan dat zij, ondanks de groei van cliënt, het belangrijk vindt dat de rechterlijke machtiging er komt als stok achter de deur.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een verstandelijke handicap, te weten een licht verstandelijke beperking in combinatie met een laag sociaal emotioneel ontwikkelingsniveau en een disharmonisch ontwikkelingsprofiel, gepaard gaand met psychische stoornissen, te weten PTSS, genderdysforie en een stoornis in het gebruik van alcohol.

Deze verstandelijke handicap die gepaard gaat met psychische stoornissen leiden tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:

– levensgevaar;

– ernstig lichamelijk letsel;

– ernstige psychische schade.

Cliënt is als gevolg van zijn verstandelijke beperking in combinatie met zijn psychiatrische stoornissen niet in staat om regie te voeren over zijn dagelijks leven. Er is sprake van serieuze verslavingsproblematiek en cliënt ervaart depressieve klachten. Bovendien bestaat er een aanzienlijk risico op ernstige psychische schade in het geval cliënt zijn traumabehandeling niet voortzet. Hij zal zijn traumaklachten dan behouden.

De opname en het verblijf in een accommodatie zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.

Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf in een accommodatie. Hij geeft aan gemotiveerd te zijn en zichzelf te willen bewijzen zonder dat aan de behandeling een rechterlijke machtiging ten grondslag ligt. Op basis van wat ter zitting naar voren is gebracht komt de rechtbank tot het oordeel dat voldoende duidelijk is geworden dat cliënt echt heel graag wil laten zien dat hij de sterke groei die hij de laatste maanden heeft doorgemaakt kan volhouden en ook in staat is zijn behandeling op basis van vrijwilligheid voort te zetten. Toch is de rechtbank van mening, dat het nog te vroeg is om de rechterlijke machtiging achterwege te laten, omdat cliënt nog met regelmaat en ook nog heel recent laat zien dat hij zijn zucht naar alcohol nog niet de baas is. Juist ook bij alcoholgebruik is het risico volgens de behandelaars voorzienbaar dat hij zich gaat verzetten en besluit te stoppen met zijn behandeling. Met een rechterlijke machtiging wordt dat voorkomen.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden. De rechtbank merkt hierbij op dat het belangrijk is dat cliënt hierbij goede begeleiding krijgt, waarbij hij niet het gevoel heeft dat hij neerbuigend wordt behandeld.

Beslissing

De rechtbank:

verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie ten aanzien van:

[cliënt] , (zich noemende: [cliënt] )

geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ,

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 25 maart 2027.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.L. Sandberg-Crommelin

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand