RECHTBANK DEN HAAG
Beschikking zorgmachtiging
[betrokkene],
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak- en rekestnummer: C/09/712924 / FA RK 26-9603
Datum beschikking: 25 september 2026
op het verzoek van de officier van justitie als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1969 in [geboorteplaats],
wonend in [woonplaats],
verblijvend in de accommodatie van [zorginstelling] in [plaats],
advocaat: mr. G.E.M. Later uit Den Haag.
ProcesverloopOp 31 augustus 2026 is door de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 21 september 2026.
De officier van justitie heeft op 21 september 2026 verzocht om een zorgmachtiging. De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen.
De zitting heeft plaatsgevonden op 25 september 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de psychiater, [naam].
Beoordeling
Uit de stukken en de zitting blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een schizofrene stoornis. Wegens de manische component wordt ook gedacht aan een schizoaffectieve stoornis.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige materiële schade;
- ernstige financiële schade;
-ernstige verwaarlozing;
-maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Betrokkene is al langere tijd in zorg. In de thuissituatie zijn er zorgen ontstaan toen hij zijn huisraad, kleding, servies en boodschappen weggooide. Ook gaf betrokkene geld en sieraden weg. Het lukte betrokkene niet om goed voor zichzelf te zorgen en ook blijkt hij niet in staat om zijn financiën te overzien. Hij houdt behandelaars en andere hulp af, en is ook dreigend richting derden. Tot nu toe liet betrokkene zijn vader en zus nog toe om hem te ondersteunen, maar hij houdt hen nu ook op afstand en is dreigend richting vader als deze hem wil helpen met zijn financiën. Daarmee is het steunsysteem helemaal weggevallen. Vanwege een toename van de ontregeling met ernstig nadeel tot gevolg is betrokkene met een crisismaatregel opgenomen op de High Intensive Care en vervolgens gisteren overgeplaatst naar de huidige afdeling. De rechtbank leidt uit de stukken af dat betrokkene thuis zijn medicatie niet langer goed innam. Dit betrof zowel de psychiatrische als de voor hem ook heel belangrijke somatische medicatie. Betrokkene is namelijk ook bekend met diabetes, hypertensie, hypercholesterolemie en overgewicht. De rechtbank heeft ter zitting van de arts gehoord dat er nu nog sprake is van een kennismakingsfase en dat tijdens de klinische opname nader onderzoek zal worden gedaan naar de juiste medicatie voor betrokkene, ook al is duidelijk geworden dat bij betrokkene gesproken moet worden van de aanwezigheid van een chronisch psychotisch beeld. Het doel van de behandeling is om dit beeld te stabiliseren zodat betrokkene daarna weer naar huis kan. Het is, gelet op het altijd aanwezige klachtenpatroon, niet te verwachten dat de behandeling van betrokkene korter zal kunnen duren dan de nu verzochte zes maanden.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Ondanks dat betrokkene ter zitting heeft aangegeven niet veel bezwaar te hebben, is de rechtbank van oordeel dat verplichte zorg nodig is. Betrokkene heeft weinig ziektebesef en tijdens zijn opname op de High Intensive Care, heeft hij een ontslagwens geuit. Bovendien was hij daar dreigend waarbij hij op de tafel sloeg. De rechtbank vindt het voorzienbaar dat betrokkene in de huidige accommodatie, tegen medisch advies in, ook eerder naar huis zou willen dan bij de behandeling past. Gebleken is in de thuissituatie dat betrokkene medicatieontrouw was, met de eerder genoemde heftige ontregeling tot gevolg. De rechtbank vindt het daarom belangrijk dat er vroegtijdig kan worden ingegrepen indien betrokkene decompenseert. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het dossier en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de vormen van verplichte zorg zoals hierna in de beslissing zijn opgenomen nodig zijn. Ter zitting is door de psychiater toegelicht dat de zorgvormen ‘andere medische handelingen en therapeutische maatregelen’ en ‘insluiten’ niet voorzienbaar zijn. De rechtbank zal deze zorgvormen dan ook afwijzen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De zorgmachtiging zal daarom worden verleend.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1969 in [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 25 maart 2027;
wijst het meer of anders verzochte af.