RECHTBANK DEN HAAG
Beschikking zorgmachtiging
[betrokkene],
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak- en rekestnummer: C/09/712706 / FA RK 26-9470
Datum beschikking: 25 september 2026
op het verzoek van de officier van justitie als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1964 in [geboorteplaats],
wonend in [woonplaats],
verblijvend in de accommodatie van [zorginstelling] in [plaats],
advocaat: mr. C.J.M. Dreessen uit Sittard.
ProcesverloopOp 27 augustus 2026 is door de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 17 september 2026.
De officier van justitie heeft op 16 september 2026 verzocht om een zorgmachtiging. De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen.
De zitting heeft plaatsgevonden op 25 september 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de waarnemend arts, [naam 1].
Beoordeling
Uit de stukken en de zitting blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of een andere psychotische stoornis (differentiaaldiagnose schizofrenie).
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige immateriële schade;
-ernstige verwaarlozing;
-maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Betrokkene is bekend met recidiverende psychotische ontregelingen waarvoor zij in het verleden meermaals opgenomen is geweest. Zij is op dit moment met een crisismaatregel opgenomen wegens een dergelijke ontregeling, waarschijnlijk geluxeerd door medicatieontrouw. Betrokkene was voorafgaand aan deze opname in toenemende mate verward en angstig, at en dronk weinig tot niets en zorgde ook overigens niet goed meer voor zichzelf waardoor sprake was van ernstige zelfverwaarlozing. Vanuit haar angst belde ze steeds 112 en voelde zij zich in haar huis niet langer veilig. Zij verbleef bij haar 85-jarige moeder.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Ziektebesef en ziekte-inzicht ontbreken en betrokkene ontkent de gebeurtenissen die voorafgaand aan de opname hebben plaatsgevonden. Betrokkene voelt zich goed en is het niet eens met de diagnose. Zij is van mening dat er niet langer sprake is van een psychose en verwijst naar wat psychiater [naam 2] daarover zei bij de mondelingen behandeling van het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel. Zij wil en kan naar huis, om haar leven weer op te pakken. Zij wil de kans krijgen om weer aan de slag te gaan als advocaat, zoals voorheen, en daarmee voorkomen dat zij haar appartement niet zou kunnen behouden.
Hoewel betrokkene aangeeft open te staan voor zorg op vrijwillige basis, vindt de rechtbank het voorzienbaar dat betrokkene zich op enig moment opnieuw aan de voor haar noodzakelijke zorg, en de hierbij horende ononderbroken medicatie, zal gaan onttrekken indien hieraan geen verplichting ingevolge een zorgmachtiging ten grondslag ligt. De ontregeling die tot de crisismaatregel heeft geleid en is ontstaan in de maanden daaraan voorafgaand, toen er geen sprake was van verplichte zorg, is daarvan het bewijs. Dit en het gegeven dat bij betrokkene besef en inzicht ontbreken met betrekking tot de aanwezigheid bij haar van een psychische stoornis die niet onbehandeld kan blijven, maken dat verplichte zorg nodig is.
De rechtbank is op grond van het dossier en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de vormen van verplichte zorg zoals hierna in de beslissing zijn opgenomen nodig zijn.
Namens betrokkene wordt door de advocaat bezwaar gemaakt tegen de zorgvormen ‘toedienen van vocht’, ‘toedienen van voeding’ en ‘toedienen van medicatie’ nu betrokkene ontkent dat er sprake is van katatonie. Daarnaast voert betrokkene verweer tegen de zorgvorm ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’ nu betrokkene stelt dat zij geen misbruik maakt van haar telefoon en dat zij geen ongewenst contact opneemt met haar familie. De rechtbank gaat aan deze verweren voorbij en baseert dit op het feit dat betrokkene geen ziektebesef en -inzicht heeft en hele eigen opvattingen heeft over hetgeen in haar behandeling moet gebeuren. Bovendien blijkt uit de toelichting van de arts, die de medische verklaring volledig en actueel noemt, dat vocht- en voeding-inname ten tijde van de crisismaatregel wel degelijk een probleem vormde voor betrokkene en zij enkel haar medicatie in nam omdat er sprake was van een verplichting. Dat geldt ook voor samenwerking met haar (ambulante) behandelaars. Betrokkene trekt haar eigen plan, zodra de verplichting wegvalt. De rechtbank acht het dan ook belangrijk dat de behandeling met de verzochte vormen van zorg consequent en ononderbroken wordt voortgezet.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De zorgmachtiging zal daarom worden verleend.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1964 in [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van vocht;
- toedienen van voeding;
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 25 maart 2027;