RECHTBANK DEN HAAG
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/710224 / JE RK 26-1375
Datum uitspraak: 24 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
De Jeugd- & Gezinsbeschermers, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,
[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 2] ,
hierna ook gezamenlijk te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de doorverwijzingsbeschikking van de rechtbank Noord Holland met bijlagen, ontvangen op 29 juli 2026;
- de aanvullende stukken van de gecertificeerde instelling van 17 augustus 2026;
- de herstelbeschikking van de rechtbank Noord Holland van 24 september 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- [naam] , namens de gecertificeerde instelling.
De kinderrechter heeft [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben verteld.
2. De feiten
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn erkend door de vader.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wonen bij hun vader.
De kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland heeft bij beschikking van 24 september 2025 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] verlengd tot 1 oktober 2026.
De meervoudige kamer in de rechtbank Noord-Holland heeft bij beschikkingen van 5 maart 2026 en 24 juni 2026 de machtiging verlengd [de minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de vader zonder gezag en [de minderjarige 1] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de vader zonder gezag en de grootmoeder vaderszijde tot 1 oktober 2026.
3. Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] bij de vader zonder gezag te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. De standpunten
De jeugdbeschermer heeft in de afgelopen periode het gezin voor hulpverlening bij iHub aangemeld. Dit is misgegaan en daarom is pas afgelopen maandag gestart met het intakeproces. De jeugdbeschermer heeft van de school van de kinderen teruggekregen dat het goed gaat met de kinderen bij de vader en dat hij de kinderen rust en structuur biedt. De moeder heeft de afgelopen periode ook stappen gemaakt en doet haar best als ouder op afstand.
De moeder heeft ingestemd met het verzoek. De moeder heeft dit jaar haar traumatherapie afgerond en heeft nazorg aangevraagd. iHub is betrokken in het kader van het contactherstel tussen de moeder en de kinderen. De moeder wil het beste voor de kinderen en heeft er begrip voor dat zij op dit moment bij de vader willen wonen. De moeder geeft hiervoor ook toestemming.
De vader heeft ook ingestemd met het verzoek. [de minderjarige 1] woont sinds de zomervakantie bij de vader, omdat het bij de grootmoeder vaderszijde niet meer goed ging. Het gaat goed met de kinderen bij hem thuis. Het is vervelend dat ze met z’n drieën in een kleine woning wonen, maar de vader is hiermee bezig.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
Uit de overgelegde stukken en de zitting blijkt dat zowel de kinderen als de ouders in de afgelopen periode positieve stappen hebben gezet. [de minderjarige 1] als [de minderjarige 2] wonen nu bij de vader wat, los van de kleine woonruimte, goed lijkt te verlopen. Ook gaan de kinderen weer naar school. Er bestaan nog wel zorgen over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] . Beide kinderen hebben in het verleden veel meegemaakt en lijken dit nog onvoldoende te hebben verwerkt. De hulpverlening voor het gezin is nog onvoldoende van de grond is gekomen. iHub [plaats] is momenteel betrokken bij de moeder thuis. De moeder en [de minderjarige 1] hebben op dit moment telefonisch contact, maar het contact tussen de moeder en [de minderjarige 2] is nog niet hersteld. De hulpverlening in de thuissituatie bij de vader is nog niet gestart en de kinderen hebben nog geen (regionale) persoonlijke hulpverlening. De kinderrechter vindt het daarom noodzakelijk dat er een jeugdbeschermer betrokken blijft bij het gezin die hen kan ondersteunen, de regie kan voeren over de noodzakelijke hulpverlening en die samen met de ouders, de kinderen en de hulpverlening kan onderzoeken hoe het contact tussen de moeder en de kinderen kan worden hersteld, zodat op termijn ook (begeleide) omgang kan plaatsvinden. De ouders hebben ter zitting aangegeven dat zij dit ook prettig zouden vinden.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voor de duur van een jaar.
De kinderrechter wijst het verzoek tot verlenging van de uithuisplaatsing af. De kinderrechter stelt vast dat de vader op 18 mei 2026 met toestemming van de moeder het gezamenlijk gezag heeft gekregen over de kinderen, waardoor beide ouders op dit moment gezag hebben. De kinderen wonen al een tijd bij de vader en op de zitting is voldoende gebleken dat de moeder zich hier niet tegen verzet.
De beslissing om de ondertoezichtstelling te verlengen wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] tot 1 oktober 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2026 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 2 oktober 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.