[verzoekster] , v-nummer: [x] , verzoekster
(gemachtigde: mr. S. Mooij),
en
de minister van Asiel en Migratie.
Inleiding
1. De minister heeft op 13 augustus 2026 aan verzoekster een verblijfssticker afgegeven met de arbeidsmarktaantekening dat zij geen arbeid als zelfstandige mag verrichten zonder tewerkstellingsvergunning (TWV). Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om de voorlopige voorziening te treffen dat de minister aan haar een verblijfssticker afgeeft met de arbeidsmarktaantekening dat zij arbeid als zelfstandige mag verrichten zonder TWV.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Uit artikel 8:81 van de Awb volgt dat de voorzieningenrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening kan treffen, als tegen een besluit bezwaar is gemaakt en onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. Verzoekster heeft op 8 september 2026 bezwaar gemaakt tegen de afgifte van een verblijfssticker met de arbeidsmarktaantekening dat zij zonder TWV geen arbeid als zelfstandige mag verrichten. Het bezwaar schort de rechtsgevolgen hiervan niet op. Omdat verzoekster gedurende de behandeling van het bezwaar niet zonder TWV opdrachten mag uitvoeren als zelfstandige, terwijl dit van belang is voor de uitkomst van de procedure tot het wijzigen van haar verblijfsvergunning, heeft verzoekster spoedeisend belang bij de verzochte voorziening.
4. Bij bericht van 11 september 2026 heeft de griffier van de rechtbank de minister verzocht om schriftelijk mee te delen of hij zich verzet tegen toewijzing van de voorlopige voorziening totdat op het bezwaarschrift van verzoekster is beslist. De minister heeft op 17 september 2026 laten weten zich hier niet tegen te verzetten. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening daarom toe.
Conclusie en gevolgen
5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe en draagt de minister op aan verzoekster een verblijfssticker af te geven met de arbeidsmarktaantekening dat zij arbeid als zelfstandige mag verrichten zonder TWV, hangende de behandeling van het bezwaar.
Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, moet de minister de door verzoekster gemaakte proceskosten vergoeden. De vergoeding bedraagt € 934,-, omdat haar gemachtigde een verzoekschrift heeft ingediend. Daarnaast moet de minister het door verzoekster betaalde griffierecht van € 200,- vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.F. Vink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. de Lange, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.