ECLI:NL:RBDHA:2026:31807

ECLI:NL:RBDHA:2026:31807

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 29-10-2026
Datum publicatie 29-10-2026
Zaaknummer NL26.60527
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

AMbV Duitsland, beroep (kennelijk) ongegrond.

Uitspraak

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. A. Habib-Portier),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser. Verweerder heeft de aanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Dat betekent eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiser heeft op 4 september 2026 een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 2 oktober 2026 deze aanvraag niet in behandeling genomen.

4. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

5. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

6. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Asiel- en Migratiebeheerverordening (Amb-verordening). Op grond van de Amb-verordening neemt verweerder een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

7. In dit geval heeft Nederland aan Duitsland op 11 september 2026 een kennisgeving inzake terugname gestuurd. Duitsland heeft de ontvangst van de kennisgeving op 17 september 2026 bevestigd.

8. Eiser betwist de verantwoordelijkheid van Duitsland niet.

9. Uitgangspunt is dat verweerder op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ervan mag uitgaan dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen nakomt. Van dit uitgangspunt kan alleen worden afgeweken wanneer in Duitsland sprake is van systematische tekortkomingen in de asielprocedure of in de opvangvoorzieningen. Het is aan eiser om dat aannemelijk te maken.

10. De rechtbank is niet gebleken dat er in Duitsland sprake is van dergelijke systematische tekortkomingen. Eiser heeft daarvoor in beroep geen argumenten aangedragen.

Is het bestreden besluit zorgvuldig voorbereid?

11. Eiser heeft aangevoerd dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld door hem pas op 29 september 2026 te vragen om een reactie te geven op de voorgenomen terugname door Duitsland, zonder dat eerst aan hem een advocaat is toegewezen. Eiser stelt dat het bestreden besluit op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen aangezien verweerder zijn digitale systeem niet op orde heeft.

12. Het beroep van eiser op het zorgvuldigheidsbeginsel slaagt niet. Verweerder heeft in het bestreden besluit overwogen dat eiser geen gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid om verweerder te laten weten dat hij het niet eens is met de overdracht, nadat hij op 29 september 2026 in kennis is gesteld van de voorgenomen overdracht. Op 1 oktober 2026 is eiser bericht dat gemachtigde als advocaat aan hem is toegewezen, met haar contactgegevens. Eiser heeft de ontvangst van deze berichten niet ontkend. Eiser is in het bericht van 1 oktober 2026 verzocht om zo spoedig mogelijk contact op te nemen met de advocaat en om zijn telefoonnummer en e-mailadres aan haar door te geven, zodat zij hem kan uitnodigen voor een afspraak. Een dag later heeft verweerder het bestreden besluit bekendgemaakt. Hoewel er een korte periode is gelegen tussen het moment dat eiser een advocaat toegewezen heeft gekregen en het moment dat de beschikking bekend is gemaakt, leidt dit - zeker gelet op de korte termijnen die in het vreemdelingenrecht gelden - niet tot het oordeel dat het bestreden besluit op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Bovendien heeft eiser de mogelijkheid gehad om in deze beroepsprocedure zijn bezwaren tegen overdracht naar Duitsland naar voren te brengen. Van die mogelijkheid heeft eiser ook geen gebruik gemaakt.

Conclusie en gevolgen

13. De conclusie is daarom dat verweerder de asielaanvraag van eiser terecht niet in behandeling heeft genomen. Het beroep is kennelijk ongegrond.

13. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 29 oktober 2026 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E.J. Govaers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand