ECLI:NL:RBDHA:2026:31896

ECLI:NL:RBDHA:2026:31896

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 29-09-2026
Datum publicatie 30-10-2026
Zaaknummer C/09/712370 / KG ZA 26-979
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Mondeling vonnis kort geding. Nakoming zorgregeling met dwangsom. Vorderingen m.b.t. informatieverstrekking, raadsonderzoek, benoeming bijzondere curator en sterke arm afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/712370 / KG ZA 26-979

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding ter zitting van 29 september 2026

in de zaak van

[de man] te [woonplaats 1] ,

eiser in conventie,

gedaagde in reconventie,

advocaat mr. M.T.E. Kranenburg te Roosendaal,

tegen:

[de vrouw] te [woonplaats 2] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. F. Uzumcu te Rijswijk.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de man’ en ‘de vrouw’.

Aanwezig is mr. S.J. Hoekstra-van Vliet, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. A.J. Klootwijk, griffier.

Tevens zijn aanwezig:

Nadat partijen hun standpunten hebben toegelicht, over en weer hebben gereageerd op de standpunten van de wederpartij en vragen van de voorzieningenrechter hebben beantwoord, heeft de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 29a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) mondeling uitspraak gedaan. Deze luidt als volgt.

1. De gronden van de beslissing

De man en de vrouw hebben een affectieve relatie gehad. Zij zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] . De man heeft [minderjarige] erkend.

Bij beschikking van deze rechtbank van 6 juli 2021 zijn de ouders belast met het gezamenlijk gezag over [minderjarige] en is een zorgregeling vastgesteld, die inhoudt dat [minderjarige] om de week van vrijdag uit school tot zondag 18.00 uur en gedurende de helft van de vakanties bij de man zal verblijven. Daarbij is bepaald dat de man [minderjarige] zal halen en brengen totdat de vrouw haar rijbewijs heeft gehaald, vanaf welk moment de man [minderjarige] op vrijdag uit school zal halen en de vrouw [minderjarige] op zondagavond bij de man zal ophalen.

Bij proces-verbaal van mondelinge uitspraak van 18 augustus 2022 heeft de voorzieningenrechter de man en de vrouw veroordeeld tot nakoming van de zorgregeling die is vastgesteld in de beschikking van 6 juli 2021, op straffe van een dwangsom van € 250,- per keer dat de regeling niet wordt nagekomen, met een maximum van € 2.500,-.

In het kader van een door de man gestarte procedure waarin verzoeken tot wijziging van het gezag en de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] voorlagen, zijn de ouders overeengekomen zich te zullen wenden tot Sensa Zorg voor hulpverlening ten aanzien van hun onderlinge communicatie. Dit blijkt uit de tussenbeschikking van deze rechtbank van 2 februari 2023. De ouders hebben vanaf augustus 2023 hulpverlening ontvangen van Sensa Zorg en zijn op enig moment overeengekomen om het maken van afspraken over de zorgregeling voortaan via de broer van de vrouw te laten verlopen. Op basis daarvan heeft de man zijn verzoeken tot wijziging van het gezag en de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] op 24 juni 2025 ingetrokken.

Tussen partijen is hoofdzakelijk de uitvoering van de zorgregeling in geschil. Volgens de man frustreert de vrouw al geruime tijd de uitvoering van de zorgregeling en heeft hij [minderjarige] gedurende ongeveer twee maanden niet volgens de zorgregeling bij zich gehad. De man wenst verder zicht te krijgen op de situatie van [minderjarige] bij de vrouw thuis, omdat hij daarover zorgen heeft. Hij wijst erop dat de vrouw is verhuisd zonder hem het nieuwe adres te vertellen en dat hij niet door de vrouw is geïnformeerd over de ziekte waardoor [minderjarige] , zijn eerste schoolweek miste. De vrouw geeft aan dat zij kort geleden een baby heeft gekregen en dat zij is verhuisd en geopereerd, waardoor het haar niet lukt om (volledig) uitvoering te geven aan de zorgregeling die in de beschikking van de rechtbank van 6 juli 2021 is vastgesteld.

De man vordert in deze procedure, zakelijk weergegeven, de vrouw te veroordelen tot nakoming van de zorgregeling op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag, met een maximum van € 50.000,-, omdat zij de zorgregeling niet nakomt. Daarnaast vordert hij de vrouw te bevelen hem haar woonadres en de naam van de huisarts van [minderjarige] te verschaffen, haar te verbieden het contact tussen de man en de school van [minderjarige] te belemmeren, haar te bevelen terug te verhuizen naar [woonplaats 2] indien zij buiten het arrondissement Den Haag is verhuisd en haar te verplichten tot medewerking aan hulpverlening. Verder wenst de man dat de voorzieningenrechter de Raad gelast een beschermingsonderzoek te verrichten en/of een bijzondere curator te benoemen over [minderjarige] , alsmede dat [minderjarige] tijdelijk aan de man wordt toevertrouwd en/of dat zijn hoofdverblijfplaats tijdelijk bij de man wordt bepaald. Ook vordert de man te bepalen dat hij gemachtigd is om met behulp van de sterke arm van justitie en politie de tenuitvoerlegging van de zorgregeling en afgifte van [minderjarige] te bewerkstelligen. Tot slot verzoekt hij de vrouw te veroordelen in de proceskosten.

De vrouw voert verweer tegen het gevorderde en vordert in reconventie te bepalen dat een zorgregeling wordt vastgesteld waarbij de man [minderjarige] eenmaal per twee weken op vrijdag uit school haalt en vervolgens op maandagochtend tijdig naar school brengt.

Zorgregeling

De voorzieningenrechter zal de vordering tot nakoming van de zorgregeling toewijzen en de vrouw daartoe veroordelen, met dien verstande dat zij voor een korte periode niet gehouden zal zijn [minderjarige] terug te halen. Daartoe is het volgende redengevend.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat uitgangspunt is dat de door de rechtbank bij beschikking van 6 juli 2021 vastgestelde zorgregeling nagekomen moet worden. Dit kan evenwel anders zijn als daarna feiten zijn voorgevallen of omstandigheden zijn gebleken die maken dat onverkorte nakoming van deze zorgregeling niet (meer) in het belang van [minderjarige] moet worden geacht.

Van dergelijke feiten en omstandigheden is de voorzieningenrechter niet gebleken. Uit de stukken en dat wat tijdens de zitting is besproken maakt de voorzieningenrechter op. dat de vordering van de vrouw om de zorgregeling te wijzigen, in die zin dat [minderjarige] niet tot zondagavond maar tot maandagochtend bij de man verblijft, met name is ingegeven door haar wens om niet meer geconfronteerd te worden met de man. De voorzieningenrechter acht deze wens met het oog op de verstoorde verstandhouding weliswaar invoelbaar, maar ziet hierin in dit geval geen aanleiding om de zorgregeling voorlopig te wijzigen. De verzochte wijziging zou immers meebrengen dat de man [minderjarige] op maandagochtend vanuit zijn woonplaats in [woonplaats 1] in de spits naar school zou moeten brengen in [woonplaats 2] . De voorzieningenrechter is van oordeel dat het niet in het belang van [minderjarige] is om hem tweewekelijks deze lange reis te laten maken voordat hij naar school gaat op maandag. Daarnaast ziet de rechtbank andere mogelijkheden om het contact tussen de ouders bij de overdracht te minimaliseren of te vermijden, zoals ook ter zitting is besproken.

Nu de vrouw inmiddels beschikt over een rijbewijs, dient zij [minderjarige] conform de beschikking van 6 juli 2021 op zondagavond op te halen uit [woonplaats 1] . De man heeft echter aangegeven dat hij, met het oog op de bijzondere persoonlijke omstandigheden van de vrouw, voorlopig bereid is om zowel het halen als het brengen van [minderjarige] voor zijn rekening te nemen. Daarom zal de voorzieningenrechter bepalen dat de man [minderjarige] vanaf het eerstvolgende contactmoment op 2 oktober 2026 tot de kerstvakantie van 2026 op vrijdag van school zal halen en dat hij hem op zondagavond om 18.00 uur zal terugbrengen bij de vrouw. Bij het terugbrengen zal de man [minderjarige] voor de deur afzetten, zodat [minderjarige] zelf kan aanbellen en de man direct naar zijn auto kan gaan om te vertrekken. Op deze manier wordt voorkomen dat er escalaties of conflicten ontstaan tijdens de overdracht. Vanaf de kerst wordt de haal- en brengregeling uit de beschikking hervat en dient de vrouw [minderjarige] op zondagavond om 18.00 uur weer op te halen in [woonplaats 1] .

Ten aanzien van de vakanties overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Uit de beschikking van 6 juli 2021 volgt dat de vakanties bij helfte tussen de ouders dienen te worden verdeeld. Ook dit onderdeel van de zorgregeling dient door partijen te worden nagekomen. Ter zitting is met partijen besproken dat zij binnen een week na de zitting met elkaar zullen kortsluiten op welke wijze de komende vakanties worden verdeeld. Indien partijen niet onderling tot overeenstemming komen, zal gelden dat [minderjarige] de eerste helft van de herfstvakantie en van de kerstvakantie bij de man zal zijn en de tweede helft van de herfstvakantie en van de kerstvakantie bij de vrouw.

De voorzieningenrechter acht oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing, aangewezen. Zoals ter zitting ook door de advocaat van de vrouw is verzocht en vervolgens met partijen is besproken, zal de dwangsom aan beide ouders worden opgelegd. Dat maakt duidelijk dat niet alleen de vrouw maar ook de man zich stipt aan de zorgregeling dient te houden. De op te leggen dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd. De vordering om de man te machtigen om de sterke arm van justitie en politie in te schakelen voor de tenuitvoerlegging van de zorgregeling zal de voorzieningenrechter afwijzen. De rechtbank verwacht dat de dwangsom voldoende stimulans zal vormen voor nakoming van de zorgregeling en acht bovendien betrokkenheid van de politie bij de uitvoering van de zorgregeling niet in het belang van [minderjarige] .

In het kader van het voorkomen van escalaties en conflicten tussen de man en de vrouw zal de voorzieningenrechter verder bepalen dat de man zich dient te onthouden van communicatie met de familieleden van de vrouw en met haar nieuwe partner, zoals de man ook ter zitting heeft toegezegd.

Informatie, hulpverlening, beschermingsonderzoek, bijzondere curator en tijdelijke wijziging hoofdverblijfplaats

De overige vorderingen in conventie en in reconventie worden afgewezen. Daartoe is het volgende redengevend.

Het woonadres van [minderjarige] en de vrouw is de man inmiddels bekend, waardoor hij geen belang meer heeft bij zijn vordering om de vrouw te verplichten tot het overleggen van die informatie. De vrouw is op grond van de wet gehouden overige relevante informatie [minderjarige] betreffende, zoals een eventuele wijziging van zijn huisarts, aan de man te verstrekken, desgewenst via haar advocaat. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat zij die verplichting zal nakomen. Omdat de vrouw niet buiten het arrondissement Den Haag is verhuisd ontbreekt het belang van de man bij zijn (naar de voorzieningenrechter begrijpt, voorwaardelijke) vordering om de vrouw tot terugverhuizing te bevelen. Voorts is de man vanwege zijn positie als gezaghebbend ouder gerechtigd en in staat om zelfstandig contact op te nemen met de school van [minderjarige] , waardoor ook zijn belang bij toewijzing van de vordering om te vrouw te verbieden dit contact te belemmeren ontbreekt.

Hoewel de voorzieningenrechter met de Raad van oordeel is dat de ouders moeten trachten hun onderlinge communicatie in het belang van [minderjarige] te verbeteren, ziet de voorzieningenrechter geen grond om de vrouw in dit geding te veroordelen tot medewerking aan hulpverlening. De vrouw heeft immers bij antwoord te kennen gegeven bereid te zijn mee te werken aan passende hulpverlening. Het is vooralsnog aan partijen om in het vrijwillig kader hulp te zoeken. Ook ziet de voorzieningenrechter op dit moment, mede gelet op de aard van deze kort gedingprocedure, geen aanleiding om de Raad te gelasten een beschermingsonderzoek te doen, dan wel een bijzondere curator te benoemen. Gelet op de veroordeling tot nakoming van de zorgregeling ziet de voorzieningenrechter op dit moment evenmin reden om [minderjarige] tijdelijk aan de man toe te vertrouwen. Ook de gevorderde wijziging van hoofdverblijfplaats zal worden afgewezen; een dergelijke vordering leent zich niet voor beoordeling in kort geding.

Proceskosten

In de omstandigheid dat dit een procedure van familierechtelijke aard betreft, wordt aanleiding gevonden te bepalen dat iedere partij in conventie en in reconventie de eigen proceskosten draagt.

2. De beslissing

De voorzieningenrechter:

veroordeelt de vrouw en de man ieder voor zich tot stipte nakoming van de zorgregeling die is vastgesteld bij beschikking van 6 juli 2021, met dien verstande dat de man in afwijking van voornoemde beschikking tot de kerstvakantie 2026 zowel het halen als het brengen van [minderjarige] zal verzorgen, waarbij hij [minderjarige] op zondagavond om 18.00 uur voor de deur van de vrouw zal afzetten en direct zal vertrekken en [minderjarige] zelf zal aanbellen;

bepaalt dat de ouders de herfstvakantie en kerstvakantie binnen een week na de zitting in onderling overleg bij helfte moeten verdelen, bij gebreke waarvan geldt dat [minderjarige] de eerste helft van de herfstvakantie en de kerstvakantie bij de man zal zijn en de tweede helft van de herfstvakantie en de kerstvakantie bij de vrouw;

bepaalt dat de man een dwangsom verbeurt van € 250,00 voor iedere keer dat hij in gebreke blijft het onder 2.1 en 2.2 bepaalde na te komen, met een maximum van € 2.500,00;

bepaalt dat de vrouw een dwangsom verbeurt van € 250,00 voor iedere keer dat zij in gebreke blijft het onder 2.1 en 2.2. bepaalde na te komen, met een maximum van

€ 2.500,00;

bepaalt dat de man zich dient te onthouden van communicatie met familieleden van de vrouw en/of de nieuwe partner van de vrouw;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders gevorderde.

WAARVAN PROCES-VERBAAL,

…………………………………

De griffier is buiten staat te tekenen. mr. S.J. Hoekstra-van Vliet

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S.J. Hoekstra-van Vliet De

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand