ECLI:NL:RBGEL:2025:126

ECLI:NL:RBGEL:2025:126, Rechtbank Gelderland, 13-01-2025, 05.078638.24 militair

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 13-01-2025
Datum publicatie 17-11-2025
Zaaknummer 05.078638.24 militair
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0008804

Samenvatting

Militair veroordeeld tot een taakstraf van 160 uur en tot het betalen van een geldboete van € 1.000,00 voor het bezit van wapens en munitie.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05-078638-24

Datum uitspraak : 13 januari 2025

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige militaire kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1978 in [geboorteplaats],

wonende aan de [adres], [postcode] in [woonplaats],

raadsman: mr. M.P.K. Ruperti, advocaat in Apeldoorn.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 oktober 2022 tot

en met 26 mei 2023 te Emmerich am Rhein, in elk geval in Duitsland en/of te Ten

Boer, in elk geval in Nederland, (telkens) zonder erkenning één of meer wapen(s)

van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten

- een (gas) pistool van het merk Walther, type P22Q, kaliber 9 mm P.A.K. (Pistole

Automatik Knall) en/of

Automatik Knall) en/of

- ( (daarbij behorende) patroonhouder/magazijn,

zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool (telkens)

voorhanden heeft gehad;

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 mei 2023 tot en

met 26 mei 2023 te Ten Boer, in elk geval in Nederland, munitie van categorie III

van de Wet wapens en munitie, te weten:

voorhanden heeft gehad;

3.

hij op of omstreeks 26 mei 2023 te Ten Boer, in elk geval in Nederland, een wapen

van categorie 1, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de

Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige

bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat

deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk

een nabootsing van een pistool, merk Tokyo Marui, model Glock 17 en/of (daarbij

behorende) patroonhouder/magazijn, dat voor wat betreft de vorm, afmeting en

kleur een sprekende gelijkenis vertoond met een bestaand vuurwapen, te weten een

pistool van het merk Glock, model 17 van het kaliber 9 Luger, voorhanden heeft gehad.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

t.a.v. feit 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 15;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 50 t/m 53;

- het proces-verbaal van bevindingen onderzoek wapens en munitie, p. 146 t/m 153;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 december 2024.

t.a.v. feit 2

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 50 t/m 53;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 155 t/m 163;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 december 2024.

t.a.v. feit 3

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 50 t/m 53;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 153 t/m 155;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 december 2024.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 oktober 2022 tot

en met 26 mei 2023 te Emmerich am Rhein, in elk geval in Duitsland en/of te Ten

Boer, in elk geval in Nederland, (telkens) zonder erkenning één of meer wapen(s)

van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten

- een (gas) pistool van het merk Walther, type P22Q, kaliber 9 mm P.A.K. (Pistole

Automatik Knall) en/of

Automatik Knall) en/of

- ( (daarbij behorende) patroonhouder/magazijn,

zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool (telkens)

voorhanden heeft gehad;

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 mei 2023 tot en

met 26 mei 2023 te Ten Boer, in elk geval in Nederland, munitie van categorie III

van de Wet wapens en munitie, te weten:

voorhanden heeft gehad;

3.

hij op of omstreeks 26 mei 2023 te Ten Boer, in elk geval in Nederland, een wapen

van categorie 1, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de

Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige

bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat

deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk

een nabootsing van een pistool, merk Tokyo Marui, model Glock 17 en/of (daarbij

behorende) patroonhouder/magazijn, dat voor wat betreft de vorm, afmeting en

kleur een sprekende gelijkenis vertoond met een bestaand vuurwapen, te weten een

pistool van het merk Glock, model 17 van het kaliber 9 Luger, voorhanden heeft gehad.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III, meermalen gepleegd;

feit 2:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

feit 3:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot het verrichten van een taakstraf voor de duur van 160 uren, subsidiair 80 dagen hechtenis en een geldboete ter hoogte van € 1.000,-.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht een werkstraf voor een groot deel voorwaardelijk op leggen, eventueel in combinatie met een geldboete.

De beoordeling door de militaire kamer

De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De militaire kamer heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

De militaire kamer heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat het voorhanden hebben van vuurwapens met bijbehorende munitie in Nederland ernstige strafbare feiten betreft. Binnen de samenleving leidt de aanwezigheid van wapens en munitie tot gevoelens van onrust en onveiligheid. Verdachte had dit, juist uit hoofde van zijn functie bij Defensie, moeten weten. Dat verdachte op zo’n lichtzinnige wijze is overgegaan tot het in huis halen van vuurwapens met munitie rekent de militaire kamer hem aan. Deze actie verhoudt zich niet met de voorzichtigheid en terughoudendheid die bij Defensie wordt gehanteerd als het gaat om het gebruik van en omgaan met wapens. De militaire kamer is dan ook van oordeel dat dergelijke feiten in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen.

Anderzijds houdt de militaire kamer rekening met het feit dat verdachte openheid van zaken heeft gegeven. Daarnaast heeft de militaire kamer geconstateerd dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.

Alles afwegende is de militaire kamer – in overeenstemming met de eis van de officier van justitie – van oordeel dat een taakstraf voor de duur van 160 uren (met aftrek van de tijd in inverzekeringstelling doorgebracht) en een geldboete ter hoogte van € 1.000,- passend is.

Met betrekking tot het beslag

De militaire kamer is – met de officier van justitie – van oordeel dat de volgende voorwerpen dienen te worden onttrokken aan het verkeer:

Het ongecontroleerde bezit van voornoemde voorwerpen is in strijd met de wet.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:

- 9, 22 c, 22d, 23, 24c, 36b, 36d, 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9. De beslissing

De militaire kamer:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 legt op een taakstraf van 160 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 80 dagen;

 beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;

 legt op een geldboete van € 1.000,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis;

 beveelt de onttrekking aan het verkeer van:

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Y.H.M. Marijs

Griffier

  • mr. C.F. Brouwer en mr. T.H. Boshuizen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand