RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05-078638-24
Datum uitspraak : 13 januari 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige militaire kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1978 in [geboorteplaats],
wonende aan de [adres], [postcode] in [woonplaats],
raadsman: mr. M.P.K. Ruperti, advocaat in Apeldoorn.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 oktober 2022 tot
en met 26 mei 2023 te Emmerich am Rhein, in elk geval in Duitsland en/of te Ten
Boer, in elk geval in Nederland, (telkens) zonder erkenning één of meer wapen(s)
van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten
- een (gas) pistool van het merk Walther, type P22Q, kaliber 9 mm P.A.K. (Pistole
Automatik Knall) en/of
Automatik Knall) en/of
- ( (daarbij behorende) patroonhouder/magazijn,
zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool (telkens)
voorhanden heeft gehad;
2.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 mei 2023 tot en
met 26 mei 2023 te Ten Boer, in elk geval in Nederland, munitie van categorie III
van de Wet wapens en munitie, te weten:
voorhanden heeft gehad;
3.
hij op of omstreeks 26 mei 2023 te Ten Boer, in elk geval in Nederland, een wapen
van categorie 1, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de
Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige
bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat
deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk
een nabootsing van een pistool, merk Tokyo Marui, model Glock 17 en/of (daarbij
behorende) patroonhouder/magazijn, dat voor wat betreft de vorm, afmeting en
kleur een sprekende gelijkenis vertoond met een bestaand vuurwapen, te weten een
pistool van het merk Glock, model 17 van het kaliber 9 Luger, voorhanden heeft gehad.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
t.a.v. feit 1
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 15;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 50 t/m 53;
- het proces-verbaal van bevindingen onderzoek wapens en munitie, p. 146 t/m 153;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 december 2024.
t.a.v. feit 2
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 50 t/m 53;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 155 t/m 163;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 december 2024.
t.a.v. feit 3
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 50 t/m 53;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 153 t/m 155;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 december 2024.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 oktober 2022 tot
en met 26 mei 2023 te Emmerich am Rhein, in elk geval in Duitsland en/of te Ten
Boer, in elk geval in Nederland, (telkens) zonder erkenning één of meer wapen(s)
van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten
- een (gas) pistool van het merk Walther, type P22Q, kaliber 9 mm P.A.K. (Pistole
Automatik Knall) en/of
Automatik Knall) en/of
- ( (daarbij behorende) patroonhouder/magazijn,
zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool (telkens)
voorhanden heeft gehad;
2.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 mei 2023 tot en
met 26 mei 2023 te Ten Boer, in elk geval in Nederland, munitie van categorie III
van de Wet wapens en munitie, te weten:
voorhanden heeft gehad;
3.
hij op of omstreeks 26 mei 2023 te Ten Boer, in elk geval in Nederland, een wapen
van categorie 1, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de
Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige
bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat
deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk
een nabootsing van een pistool, merk Tokyo Marui, model Glock 17 en/of (daarbij
behorende) patroonhouder/magazijn, dat voor wat betreft de vorm, afmeting en
kleur een sprekende gelijkenis vertoond met een bestaand vuurwapen, te weten een
pistool van het merk Glock, model 17 van het kaliber 9 Luger, voorhanden heeft gehad.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III, meermalen gepleegd;
feit 2:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
feit 3:
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
5. De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot het verrichten van een taakstraf voor de duur van 160 uren, subsidiair 80 dagen hechtenis en een geldboete ter hoogte van € 1.000,-.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht een werkstraf voor een groot deel voorwaardelijk op leggen, eventueel in combinatie met een geldboete.
De beoordeling door de militaire kamer
De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De militaire kamer heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
De militaire kamer heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat het voorhanden hebben van vuurwapens met bijbehorende munitie in Nederland ernstige strafbare feiten betreft. Binnen de samenleving leidt de aanwezigheid van wapens en munitie tot gevoelens van onrust en onveiligheid. Verdachte had dit, juist uit hoofde van zijn functie bij Defensie, moeten weten. Dat verdachte op zo’n lichtzinnige wijze is overgegaan tot het in huis halen van vuurwapens met munitie rekent de militaire kamer hem aan. Deze actie verhoudt zich niet met de voorzichtigheid en terughoudendheid die bij Defensie wordt gehanteerd als het gaat om het gebruik van en omgaan met wapens. De militaire kamer is dan ook van oordeel dat dergelijke feiten in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen.
Anderzijds houdt de militaire kamer rekening met het feit dat verdachte openheid van zaken heeft gegeven. Daarnaast heeft de militaire kamer geconstateerd dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.
Alles afwegende is de militaire kamer – in overeenstemming met de eis van de officier van justitie – van oordeel dat een taakstraf voor de duur van 160 uren (met aftrek van de tijd in inverzekeringstelling doorgebracht) en een geldboete ter hoogte van € 1.000,- passend is.
Met betrekking tot het beslag
De militaire kamer is – met de officier van justitie – van oordeel dat de volgende voorwerpen dienen te worden onttrokken aan het verkeer:
Het ongecontroleerde bezit van voornoemde voorwerpen is in strijd met de wet.
8. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 9, 22 c, 22d, 23, 24c, 36b, 36d, 57 van het Wetboek van Strafrecht;
- 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
9. De beslissing
De militaire kamer:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
legt op een taakstraf van 160 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 80 dagen;
beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;
legt op een geldboete van € 1.000,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis;
beveelt de onttrekking aan het verkeer van: