beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Verschoningskamer
zaaknummer: C/05/ 455804 KG RK 25-658
Beslissing van 21 augustus 2025
van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van
mr. [verzoeker],
rechter in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechter
in zijn hoedanigheid van rechter in de zaak met zaaknummer 11511495 / CV EXPL 25-672 tussen [eiseres] als eiseres en [gedaagden] en [gedaagden] als gedaagden.
1. De procedure
De rechter heeft op 19 augustus 2025 een verschoningsverzoek ingediend. Een afschrift van het verzoek zal tegelijk met het afschrift van deze beslissing aan de partijen worden verzonden.
2. Het verschoningsverzoek
De rechter heeft aan zijn verschoningsverzoek het volgende ten grondslag gelegd. Eiseres is een [bedrijf] van [bedrijf] . In zijn vorige dienstbetrekking heeft de rechter als advocaat tot april 2022 opgetreden voor het [bedrijf] en van 2017 tot 2018 heeft de rechter als in-house advocaat op het [bedrijf] gewerkt. Toen heeft hij zowel [bedrijf] van [bedrijf] zelf als ook [bedrijf] die onder de vlag van [bedrijf] een [bedrijf] , bijgestaan. De rechter kan zich voorstellen dat zijn vroegere werkzaamheden voor het [bedrijf] , zowel bij partijen als de maatschappij als geheel, de schijn van partijdigheid in het leven kan roepen.
3. De beoordeling
Op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, kan elk van de rechters die een zaak behandelen verzoeken zich te mogen verschonen.
Bij de beoordeling van een verschoningsverzoek dient uitgangspunt te zijn dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert (de subjectieve toets). Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor verschoning als de bij een partij bestaande vrees voor onpartijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn (de objectieve toets). Het subjectieve oordeel van een partij is niet doorslaggevend.
De verschoningskamer stelt voorop dat de rechter niet heeft aangevoerd dat hij van oordeel is dat hij door de voor verschoning aangevoerde grond de zaak niet meer onpartijdig zou kunnen behandelen. De verschoningskamer ziet daar ook geen aanwijzingen voor.
Het door de rechter aangevoerde feit dat hij als advocaat werkzaamheden heeft verricht voor het [bedrijf] en eisende partij een [bedrijf] van [bedrijf] is, kan (objectief) de schijn van partijdigheid van de rechter in het leven roepen. De verschoningskamer ziet hierin, rekening houdend met de eerder genoemde uiterlijke schijn, een grond voor verschoning. Het verschoningsverzoek zal daarom worden toegewezen.
4. De beslissing
De verschoningskamer van de rechtbank wijst het verzoek tot verschoning van mr. [verzoeker] toe, en verstaat dat in de zaak een andere rechter zal worden aangewezen.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.