RECHTBANK GELDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
parketnummer : 05-154675-24
raadkamernummer : 26-021490
datum : 10 september 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het bezwaar op grond van artikel 6:3:3 en artikel 6:6:23 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[veroordeelde] ,
geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats] ,(Turkije)
wonende te [adres] [woonplaats] ,
hierna te noemen: veroordeelde.
Advocaat: mr. B. Pernot, advocaat te Wijchen.
Feiten
De politierechter heeft bij vonnis van 20 augustus 2024 veroordeelde veroordeeld tot 10 weken gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Op 12 februari 2025 heeft de politierechter de tenuitvoerlegging van deze gevangenisstraf bevolen en daarbij bepaald dat de gevangenisstraf wordt omgezet in een taakstraf van 140 uren en bevolen dat voor het geval veroordeelde de taakstraf niet (naar behoren) verricht, vervangende hechtenis van 70 dagen zal worden toegepast. Verder heeft de politierechter bepaald dat de taakstraf binnen 10 maanden moet worden voltooid, Deze beslissing is onherroepelijk.
Het Openbaar Ministerie heeft op 11 juni 2026 beslist dat vervangende hechtenis wordt toegepast en hiervan aan veroordeelde kennis gegeven. De kennisgeving van deze beslissing is op 13 juli 2026 door middel van een OM-betekening betekend.
Procedure
Het bezwaar is op 28 juli 2026 op de griffie van deze rechtbank ingediend.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
De rechtbank heeft op 10 september 2026 het bezwaar op de openbare terechtzitting behandeld.
De rechtbank heeft veroordeelde, de advocaat en de officier van justitie op zitting gehoord.
Bezwaar
Het bezwaar richt zich tegen de kennisgeving door het Openbaar Ministerie. Ter zitting heeft de advocaat betoogd dat de beslissing door het Openbaar Ministerie te laat is genomen. De politierechter heeft immers bepaald dat de taakstraf binnen 10 maanden moet worden uitgevoerd. Het Openbaar Ministerie heeft niet binnen 90 dagen na het verstrijken van de termijn de beslissing tot omzetting van de taakstraf in vervangende hechtenis genomen. Het beklag moet daarom gegrond worden verklaard en het aantal nog te verrichten uren dient op nihil te worden gesteld.
Standpunt van de reclasseringUit het rapport van Reclassering Nederland van Werkstrafunit Oost Team 3 van 11 mei 2026, opgemaakt door [persoon] , blijkt dat veroordeelde de opgelegde taakstraf niet volledig heeft verricht. Voordat de taakstraf definitief als mislukt werd beschouwd, heeft veroordeelde 88 uren van de opgelegde taakstraf uitgevoerd.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt de beslissing tot omzetting van de taakstraf in vervangende hechtenis op tijd is genomen. De rechter kan niet treden in de wettelijke termijn van 18 maanden waarbinnen een taakstraf moet worden uitgevoerd. Bij de beslissing tot omzetting heeft het Openbaar Ministerie daarom rekening moeten houden met de wettelijke termijn van 18 maanden en niet met de door de politierechter bepaalde termijn van 10 maanden. Overigens stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat het bezwaar op inhoudelijke gronden gegrond kan worden verklaard.
Beoordeling
Het bezwaar is tijdig ingediend.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak onder bovenvermeld parketnummer, waaronder:
De rechtbank stelt vast dat de officier van justitie de in artikel 6:3:4 van het Wetboek van Strafvordering gestelde termijn waarbinnen de toepassing van de vervangende hechtenis had moeten worden bevolen, heeft overschreden. De rechtbank gaat ervan uit dat de beslissing van de politierechter van 12 februari 2025 leidend is, temeer nu daartegen geen rechtsmiddel is ingesteld. Een rechtzoekende moet ervan kunnen uitgaan dat een beslissing van een rechter bepalend is voor zijn rechtspositie. Uitgaande van de termijn van 10 maanden waarbinnen de taakstraf van veroordeelde moest worden voltooid, is de beslissing tot omzetting van de taakstraf in vervangende hechtenis te laat genomen.
Dit betekent dat de rechtbank het bezwaar gegrond zal verklaren en dat zij niet meer toekomt aan de inhoudelijke beoordeling van het bezwaar. Het bevel tot tenuitvoerlegging van 26 dagen vervangende hechtenis dient dan ook te worden opgeheven. De rechtbank zal het nog resterende aantal uren te verrichten taakstraf bepalen op nihil.
Beslissing
De rechtbank:
Deze beslissing is gegeven door mr. J.S.W. Lucassen, rechter, in tegenwoordigheid van G.C.F.J. Derkx, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2026.