RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05/289700-25
Datum uitspraak : 25 augustus 2026
Tegenspraak
verkort vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] in [woonplaats] .
Raadsman: mr. P.L.O. van de Waarsenburg, advocaat in Nijmegen.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een achter gesloten deuren gehouden terechtzitting.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1. hij op of omstreeks 29 oktober 2025 te Ochten, gemeente Neder-Betuwe, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [slachtoffer] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, als bestuurder van een Motorrijtuig met Beperkte Snelheid (MMBS-voertuig, te weten een Volkswagen Caddy met kenteken: [kenteken] ) meermalen althans eenmaal,- met een hoge snelheid, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, heeft gereden,- aan de verkeerde kant van de rijbaan en/of over het trottoir heeft gereden,- achter die [slachtoffer] is aangereden en achter voornoemde persoon is aan blijven rijden, althans met het voertuig voornoemde persoon heeft opgezocht en/of achtervolgd,- in de richting van die [slachtoffer] is gereden en/of- (vervolgens) met de voorkant van het voertuig tegen die [slachtoffer] en/of tegen diens fiets is aangereden, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] ten val is gekomen,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair:
hij op of omstreeks 29 oktober 2025 te Ochten, gemeente Neder-Betuwe, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft mishandeld, door, als bestuurder van een Motorrijtuig met Beperkte Snelheid (MMBS-voertuig, te weten een Volkswagen Caddy met kenteken: [kenteken] ):meermalen, althans eenmaal,- met een hoge snelheid, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, te rijden,- aan de verkeerde kant van de rijbaan en/of over het trottoir te rijden,- achter die [slachtoffer] aan te rijden en achter voornoemde persoon aan te blijven rijden, althans met het voertuig voornoemde persoon op te zoeken en/of te achtervolgen,- in de richting van die [slachtoffer] te rijden en/of- (vervolgens) met de voorkant van het voertuig tegen die [slachtoffer] en/of tegen diens fiets aan te rijden, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] ten val is gekomen;
2. hij op of omstreeks 29 oktober 2025 te Ochten, gemeente Neder-Betuwe, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk de bestuurder van een Motorrijtuig met Beperkte Snelheid (MMBS-voertuig, te weten een Volkswagen Caddy met kenteken: [kenteken] ), komende uit de richting van de Cuneraweg en/of gaande in de richting van de kruising met de 44 Ri-straat en/of de Liniestraat en/of de Molendam, daarmee rijdende over de weg, Burgemeester H. Houtkoperlaan,- terwijl hij ter plaatse bekend is en/of- terwijl hij ter plaatste een (vanuit het perspectief van verdachte) fietser van achteren naderde,- zijn aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of- op de Burgemeester H. Houtkoperlaan, gelegen in de bebouwde kom, heeft gereden met een hoge snelheid in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, heeft gereden en/of- in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn verplichting heeft voldaan zoveel mogelijk rechts te houden, terwijl daar voetgangers en/of een fietser gebruik maakte van die weghelft en/of- in strijd met artikel 10 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn verplichting heeft voldaan om gebruik te maken van de rijbaan en/of- in strijd met artikel 19 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van de door hem bestuurde voertuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of- vervolgens met het door hem bestuurde motorrijtuig op de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende verkeer en/of (vervolgens) op het trottoir bestemd voor voetgangers is terechtgekomen, alwaar hij met het door hem bestuurde voertuig is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, een fietser (te weten: [slachtoffer] ), althans een fiets en/of de bestuurster van deze fiets en/of (vervolgens) in gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, een hekwerk van het gemeenteplantsoen en/of een tuinhekje en/of bosschage,en aldus in strijd met het in artikel 5a van de WVW94 gestelde verbod, zich opzettelijk zodanig in het verkeer heeft gedragen dat voormelde verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, waardoor daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;
subsidiair:hij op of omstreeks 29 oktober 2025 te Ochten, gemeente Neder-Betuwe, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk de bestuurder van een Motorrijtuig met Beperkte Snelheid (MMBS-voertuig, te weten een Volkswagen Caddy met kenteken: [kenteken] ), komende uit de richting van de Cuneraweg en/of gaande in de richting van de kruising met de 44 Ri-straat en/of de Liniestraat en/of de Molendam, daarmee rijdende over de weg, Burgemeester H. Houtkoperlaan,- terwijl hij ter plaatse bekend is en/of- terwijl hij ter plaatste een (vanuit het perspectief van verdachte) fietser van achteren naderde,- zijn aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of- op de Burgemeester H. Houtkoperlaan, gelegen in de bebouwde kom, heeft gereden met een hoge snelheid in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, heeft gereden en/of- in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn verplichting heeft voldaan zoveel mogelijk rechts te houden, terwijl daar voetgangers en/of een fietser gebruik maakte van die weghelft en/of- in strijd met artikel 10 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn verplichting heeft voldaan om gebruik te maken van de rijbaan en/of- in strijd met artikel 19 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van de door hem bestuurde voertuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of- vervolgens met het door hem bestuurde motorrijtuig op de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende verkeer en/of (vervolgens) op het trottoir bestemd voor voetgangers is terechtgekomen, alwaar hij met het door hem bestuurde voertuig is gebotst tegen, althans inaanrijding is gekomen met, een fietser (te weten: [slachtoffer] ), althans een fiets en/of de bestuurster van deze fiets en/of (vervolgens) in gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, een hekwerk van het gemeenteplantsoen en/of een tuinhekje en/of bosschage,door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.
2. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1, primair, en onder feit 2, primair, tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1. primair hij op of omstreeks 29 oktober 2025 te Ochten, gemeente Neder-Betuwe, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [slachtoffer] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, als bestuurder van een Motorrijtuig met Beperkte Snelheid (MMBS-voertuig, te weten een Volkswagen Caddy met kenteken: [kenteken] ) meermalen althans eenmaal,- met een hoge snelheid, in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, heeft gereden,- aan de verkeerde kant van de rijbaan en/of over het trottoir heeft gereden,- achter die [slachtoffer] is aangereden en achter voornoemde persoon is aan blijven rijden, althans met het voertuig voornoemde persoon heeft opgezocht en/of achtervolgd,- in de richting van die [slachtoffer] is gereden en/of- (vervolgens) met de voorkant van het voertuig tegen die [slachtoffer] en/of tegen diens fiets is aangereden, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] ten val is gekomen,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2. primairhij op of omstreeks 29 oktober 2025 te Ochten, gemeente Neder-Betuwe, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk de bestuurder van een Motorrijtuig met Beperkte Snelheid (MMBS-voertuig, te weten een Volkswagen Caddy met kenteken: [kenteken] ), komende uit de richting van de Cuneraweg en/of gaande in de richting van de kruising met de 44 RI-straat en/of de Liniestraat en/of de Molendam, daarmee rijdende over de weg, Burgemeester H. Houtkoperlaan,- terwijl hij ter plaatse bekend is en/of- terwijl hij ter plaatste een (vanuit het perspectief van verdachte) fietser van achteren naderde,- zijn aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of- op de Burgemeester H. Houtkoperlaan, gelegen in de bebouwde kom, heeft gereden met een hoge snelheid in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, heeft gereden en/of- in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn verplichting heeft voldaan zoveel mogelijk rechts te houden, terwijl daar voetgangers en/of een fietser gebruik maakten van die weghelft en/of- in strijd met artikel 10 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn verplichting heeft voldaan om gebruik te maken van de rijbaan en/of- in strijd met artikel 19 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van de door hem bestuurde voertuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of- vervolgens met het door hem bestuurde motorrijtuig op de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende verkeer en/of (vervolgens) op het trottoir bestemd voor voetgangers is terechtgekomen, alwaar hij met het door hem bestuurde voertuig is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, een fietser (te weten: [slachtoffer] ), althans een fiets en/of de bestuurster van deze fiets en/of (vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, een hekwerk van het gemeenteplantsoen en/of een tuinhekje en/of bosschage,en aldus in strijd met het in artikel 5a van de WVW94 gestelde verbod, zich opzettelijk zodanig in het verkeer heeft gedragen dat voormelde verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, waardoor daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.
De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.
3. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1, primair:
poging tot zware mishandeling;
feit 2, primair:
overtreding van artikel 5a, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
4. De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
5. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
6. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf van 60 uur met een proeftijd van twee jaar.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft opgemerkt dat hij zich kan vinden in de strafeis van de officier van justitie.
De beoordeling door de rechtbank
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de inhoud van de volgende stukken:
In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.
Strafblad
[verdachte] is niet eerder veroordeeld.
De ernst van de feiten
[verdachte] heeft zich schuldig gemaakt aan twee ernstige feiten, namelijk een poging tot zware mishandeling en gevaarlijk rijgedrag. Hij heeft in het verkeer ruzie gekregen met een fietser. [verdachte] reed in een voertuig met beperkte snelheid, dat niet harder dan 45 km/u kon rijden. [verdachte] heeft de fietser achtervolgd en is vervolgens tegen hem aangereden, waardoor de fietser ten val is gekomen. Deze achtervolging en opzettelijke aanrijding hebben niet alleen veel impact op het slachtoffer maar zorgen ook voor verontwaardiging en onveiligheidsgevoelens bij omstanders. Gelukkig zijn in dit geval de gevolgen voor het slachtoffer naar omstandigheden relatief beperkt gebleven, maar het had vele malen erger kunnen aflopen. Bij de achtervolging heeft [verdachte] een opeenstapeling van verkeersovertredingen begaan. Door zich in het verkeer te gedragen zoals hij heeft gedaan, heeft [verdachte] gevaar veroorzaakt en onverantwoorde risico’s genomen.
Rapportage van de Raad
Uit het rapport van de Raad volgt dat [verdachte] ten tijde van de bewezenverklaarde feiten impulsief heeft gehandeld en dat hij de controle over zijn handelen is verloren. Het nemen van impulsieve beslissingen past bij de levensfase waarin [verdachte] zich bevindt en is eigen aan het puberbrein. Daarnaast is [verdachte] belast met ADHD, wat hem nog gevoeliger maakt voor impulsief handelen.
Er zijn geen zorgen over de ontwikkeling en het functioneren van [verdachte] binnen de verschillende levensgebieden. Er is sprake van een betrokken gezinssysteem en een positieve, intensieve dagbesteding. De kans op herhaling wordt als gering ingeschat. Het advies is om een voorwaardelijke taakstraf op te leggen. Ter terechtzitting heeft de Raad toegelicht dat dit een voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf moet zijn.
De straf
Met de officier van justitie, de raadsman en de Raad vindt de rechtbank een voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf passend.
De door [verdachte] gepleegde feiten komen voort uit impulsief handelen. Naar eigen zeggen kreeg [verdachte] ‘een waas voor zijn ogen’ toen het slachtoffer beledigingen richting [verdachte] riep. Deze beledigingen hebben [verdachte] diep geraakt en waren voor hem een trigger om te handelen zoals hij heeft gedaan. Kennelijk is [verdachte] niet eerder geconfronteerd geweest met dusdanig verbaal agressief gedrag van andere verkeersdeelnemers. In lijn met het pedagogisch karakter van het jeugdstrafrecht stelt de rechtbank voorop dat jongeren moeten kunnen leren van hun fouten. Dat geldt ook voor [verdachte] . [verdachte] heeft tijdens de zitting oprechte gevoelens van schuld en spijt laten zien. Hij ziet in dat hij fout heeft gehandeld en dat zijn gedrag voor het slachtoffer intimiderend moet zijn geweest. Hij snapt dat hij een eventuele volgende keer de confrontatie uit de weg moet gaan. [verdachte] heeft zich opengesteld voor een mediationtraject met het slachtoffer, maar het slachtoffer heeft hier (vooralsnog) niet aan willen meewerken. De ouders van [verdachte] hebben zijn handelen zeer afgekeurd, maar benadrukken dat sprake is geweest van een incident. Zij zijn erg betrokken bij [verdachte] .
[verdachte] heeft al meerdere consequenties ervaren van de gepleegde feiten. Zo heeft hij enkele dagen in voorarrest gezeten, is hij zijn rijbewijs tijdelijk kwijtgeraakt en heeft hij van zijn ouders drie maanden huisarrest gekregen.
De rechtbank heeft er vertrouwen in dat de gepleegde feiten op zichzelf staan en dat [verdachte] niet opnieuw de fout in zal gaan. Vanwege zijn ADHD is [verdachte] kwetsbaar voor impulsief handelen. [verdachte] is zich hiervan bewust en is bereid om, indien nodig, hulp in te schakelen. Zijn omgeving kan hem hierbij ondersteunen.
Toch maken de ADHD en het feit dat [verdachte] (op school) eerder gevoelens van boosheid en frustratie heeft ervaren dat enig risico op herhaling, ondanks getoond inzicht en een betrokken omgeving, aanwezig blijft. Met het opleggen van een voorwaardelijke werkstraf wil de rechtbank voorkomen dat [verdachte] (uit impulsiviteit) opnieuw strafbare feiten zal plegen en hopelijk helpt deze straf hem om een volgende keer beter na te denken. Omdat [verdachte] werkweken maakt van 60 uur is dit voor hem een stevige stok achter de deur.
De rechtbank vindt het uit het oogpunt van vergelding niet nodig om [verdachte] een consequentie te laten ervaren in de vorm van een onvoorwaardelijke straf. Voorop staat dat [verdachte] nooit had mogen handelen zoals hij heeft gedaan. De rechtbank heeft wel oog voor het feit dat het verbaal agressieve gedrag van het slachtoffer voor [verdachte] een aanzet is geweest voor zijn handelen.
De rechtbank merkt op dat met een herstelgesprek wellicht meer recht wordt gedaan aan de belangen van het slachtoffer. Ter terechtzitting is duidelijk geworden dat het slachtoffer eerder geen duidelijk beeld had van een herstelgesprek en hier na uitleg van de officier van justitie mogelijk toch voor open staat. De rechtbank wil partijen dan ook van harte aanbevelen om alsnog met elkaar in gesprek te gaan.
Alles overwegende zal de rechtbank, conform de eis van de officier van justitie, een voorwaardelijke werkstraf van 60 uur opleggen.
7. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 45, 77 a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77gg en 302 van het Wetboek van Strafrecht;
- 5 a en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.
8. De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een taakstraf, te weten een werkstraf van 60 uur, met bevel dat als deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 30 dagen;
bepaalt dat deze taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft maakt aan een strafbaar feit;
heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.