ECLI:NL:RBGEL:2026:8318

ECLI:NL:RBGEL:2026:8318

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 06-07-2026
Datum publicatie 28-10-2026
Zaaknummer 05/087749-22
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zutphen

Samenvatting

Verdachte wordt door de rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. Verdachte heeft zich ruim anderhalf jaar samen met anderen beziggehouden met de voorbereiding om cocaïne via de haven van Antwerpen te laten invoeren naar het grondgebied van Nederland en de poging tot invoer van 675 kilo cocaïne

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05-087749-22

Datum uitspraak : 6 juli 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] in [woonplaats] .

raadsman: mr. B.C.M. Sprenger, advocaat in Utrecht.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1. De inhoud van de tenlastelegging

27 zakken is 675 kilo

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 september 2019 tot en met 17 februari 2021 te Beuningen, in elk geval in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een (zeer grote) hoeveelheid cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet,

- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen en/of om daarbij

behulpzaam te zijn, en/of

- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, en/of

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door

- de logistieke en administratieve afhandeling te verzorgen van de containers waarin de cocaïne is geplaatst en/of vervoerd, en/of

- ( telefonische en/of per e-mail) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) te hebben en/of (een)

bespreking(en) te voeren en/of afspra(a)k(en) te maken met één of meerdere (mogelijke) leverancier(s) en/of transporteur(s) en/of financier(s) en/of afnemer(s) en/of chauffeur(s) en/of tussenperso(o)n(en) en/of verlener(s) van hand- en spandiensten en/of anderen met betrekking tot de invoer/ het vervoer(per container(s)) en/of het afleveren en/of het uithalen en/of het verstrekken en/of de hoeveelheid en/of de transportkosten en/of de levering en/of de betaling en/of de verpakking en/of de opslag van eerdergenoemde hoeveelheid cocaïne, en/of

- één of meerdere van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) te (laten) voorzien van informatie en/of bescheiden/documenten en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of container(s) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of geld en/of betalingen ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering en/of de betaling en/of de verpakking en/of opslag en/of het invoeren en/of het uithalen en/of het afleveren en/of het vervoer/transport van eerdergenoemde hoeveelheid cocaïne, en/of

- grote geldbedragen voorhanden te hebben en/of te ontvangen en/of op te halen en/of betalingen ten behoeve van het transport en/of het uithalen en/of locaties en/of chauffeurs en/of invoerheffingen en/of belastingen te verrichten en/of zich bezig te houden met de verdeling van de opbrengsten;

2

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 3 april 2020 tot en met 9 april 2020 te Beuningen, in elk geval in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland te brengen, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 675 kilo, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, tezamen en in vereniging, althans alleen, opzettelijk

- contact heeft onderhouden en/of informatie heeft uitgewisseld en/of afspraken heeft gemaakt en/of een of meer bespreking(en) en/of ontmoetingen heeft gehad met zijn/hun mededader(s) en/of met één of meerdere (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of anderen met betrekking tot het invoeren en/of afleveren en/of uithalen en/of verstrekken en/of vervoeren van die cocaïne, en/of

- één of meerdere van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) heeft/hebben (laten) voorzien van informatie en/of bescheiden/documenten en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of container(s) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of geld en/of betalingen, en/of

- de logistieke en administratieve afhandeling heeft verzorgd van de container waarin de cocaïne is geplaats en/of vervoerd, terwijl de uitvoering van dit misdrijf niet is voltooid;

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 1 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Bij feit 2 heeft de raadsman vrijspraak bepleit en primair aangevoerd dat geen container te linken is aan de chatberichten. Subsidiair is aangevoerd dat niet is vast te stellen dat het om cocaïne ging. Tot slot heeft de raadsman aangevoerd dat een aannemelijk alternatief scenario zou kunnen zijn dat niet verdachte, maar een ander de mobiele telefoon bediende.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 940-1018 (chats Sky-ID [account] );

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 1029-1068 (over de administratie);

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 745-749 (over de contante stortingen en opnames);

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juni 2026.

Feit 2

Het onderzoek is gestart naar aanleiding van bevindingen uit onderzoek Argus waarin versleutelde berichten, verzonden via cryptocommunicatie aanbieder Sky-ECC, beschikbaar zijn gekomen en (deels) leesbaar zijn gemaakt. Uit die berichten zijn diverse nieuwe verdenkingen ontstaan. De chats tussen de gebruikers van Sky-ECC zijn geanalyseerd. De analyse heeft in de categorieën cocaïne en corruptie hits opgeleverd op de woorden blokken, streep, douane en scan. Op basis hiervan zijn berichten naar voren gekomen van de gebruiker van Sky-ID [account] .

Verdachte heeft ter terechtzitting van 22 juni 2026 verklaard dat hij de crypto-telefoon met Sky-ID [account] in de periode september 2029 tot 17 februari 2021 in bezit had en berichten heeft verstuurd.

Op 8 april 2020 stuurde Sky-ID [account] onder meer de volgende berichten:

Ja en er missen 27 zakken

(…)

Ik heb zelf alle zakken 5x geteld

Moesten er 826 zijn en waren er maar 799

(…)

Die bak heeft dus daar gestaan van vrijdag avond 2200 uur tot donderdag morgen 10 uur

Ik vermoed dat het er gewoon uit is gehaald. Alle zakken gestoken om te kijken of er base in zat. Er zijn nummers op de zakken geschreven met 4 verschillende stiften en een handschrift. Die nummers staan er naar mijn mening op om iets terug te kunnen vinden.

(…)

Nu begrijp je mijn hpuding naar hen misschien ieta beter. Want ik ben vreselijk pissig. Degene die mensen in gwvaar hebben gebracht zijn steen en grote. Ook die loods. Man vreselijk. Als politie daar qaa binnen gevallen met mijn zakken erin hadden we een heel groot probleem. En krul helpt me op te lossen.

[account] stuurt foto’s waarop een grote hoeveelheid zakken te zien zijn met daarin gaten.

Naar het oordeel van de rechtbank biedt het gehele dossier voldoende aanknopingspunten om te concluderen dat het in het gesprek van 8 juli 2020 gaat om (de invoer van) 675 kilo cocaïne door verdachte en zijn mededaders. Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij houttransporten organiseerde vanuit Colombia en dat hij wist dat er door middel van die houttransporten cocaïne werd ingevoerd via de haven van Antwerpen. De communicatie over deze transporten met alle betrokkenen vond plaats met de crypto-telefoon met Sky-ID [account] .

Uit het door [account] op 8 juli 2020 gevoerde gesprek blijkt dat deze 675 kilo werd geleverd in zakken en dat in deze zakken gestoken is om te kijken of er ‘base’ in zat. Base is een term die vaker door criminelen wordt gebruikt voor cocaïne of MDMA. Dat het in dit specifieke gesprek niet om cocaïne gaat, maar om iets anders, is wat de rechtbank betreft niet aannemelijk geworden. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat door verdachte en zijn mededaders is geprobeerd om 675 kilo cocaïne Nederland in te voeren.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 september 2019 tot en met 17 februari 2021 te Beuningen, in elk geval in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een (zeer grote) hoeveelheid cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet,

- een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen en/of om daarbij

behulpzaam te zijn, en/of

- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, en/of

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door

- de logistieke en administratieve afhandeling te verzorgen van de containers waarin de cocaïne is geplaatst en/of vervoerd, en/of

- ( telefonische en/of per e-mail) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) te hebben en/of (een)

bespreking(en) te voeren en/of afspra(a)k(en) te maken met één of meerdere (mogelijke) leverancier(s) en/of transporteur(s) en/of financier(s) en/of afnemer(s) en/of chauffeur(s) en/of tussenperso(o)n(en) en/of verlener(s) van hand- en spandiensten en/of anderen met betrekking tot de invoer/het vervoer (per container(s)) en/of het afleveren en/of het uithalen en/of het verstrekken en/of de hoeveelheid en/of de transportkosten en/of de levering en/of de betaling en/of de verpakking en/of de opslag van eerdergenoemde hoeveelheid cocaïne, en/of

- één of meerdere van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) te (laten) voorzien van informatie en/of bescheiden/documenten en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of container(s) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of geld en/of betalingen ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering en/of de betaling en/of de verpakking en/of opslag en/of het invoeren en/of het uithalen en/of het afleveren en/of het vervoer/transport van eerdergenoemde hoeveelheid cocaïne, en/of

- grote geldbedragen voorhanden te hebben en/of te ontvangen en/of op te halen en/of betalingen ten behoeve van het transport en/of het uithalen en/of locaties en/of chauffeurs en/of invoerheffingen en/of belastingen te verrichten en/of zich bezig te houden met de verdeling van de opbrengsten;

2

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 3 april 2020 tot en met 9 april 2020 te Beuningen, in elk geval in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland te brengen, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 675 kilo, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, tezamen en in vereniging, althans alleen, opzettelijk

- contact heeft onderhouden en/of informatie heeft uitgewisseld en/of afspraken heeft gemaakt en/of een of meer bespreking(en) en/of ontmoetingen heeft gehad met zijn/hun mededader(s) en/of met één of meerdere (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of anderen met betrekking tot het invoeren en/of afleveren en/of uithalen en/of verstrekken en/of vervoeren van die cocaïne, en/of

- één of meerdere van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) heeft/hebben (laten) voorzien van informatie en/of bescheiden/documenten en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of container(s) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of geld en/of betalingen, en/of

- de logistieke en administratieve afhandeling heeft verzorgd van de container waarin de cocaïne is geplaatst en/of vervoerd, terwijl de uitvoering van dit misdrijf niet is voltooid;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

medeplegen van het om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen,

- een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen of mede te plegen om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen;

- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen;

- voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

feit 2:

poging tot medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod.

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat bij het bepalen van de straf rekening moet worden gehouden met het feit dat verdachte geen beslissende rol had in de organisatie, maar dat zijn bedrijf is gebruikt als katvanger en dat hij werd bedreigd. Daarnaast heeft de verdediging gewezen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Hij is op dit moment als directeur werkzaam in een andere branche, waar hij echt niet gemist kan worden en heeft een stabiel leven opgebouwd. Verder moet rekening worden gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich ruim anderhalf jaar samen met anderen beziggehouden met de voorbereiding om cocaïne via de haven van Antwerpen te laten invoeren naar het grondgebied van Nederland. Verdachte heeft daarin een belangrijke rol gespeeld. Hij bezat de expertise om containers te importeren en bezat de bedrijven om dat uit te voeren. Ter zitting heeft verdachte uitgelegd hoe complex dat import proces is. Dat betekent wat de rechtbank betreft dat de rol van verdachte van groot belang was. Uit het dossier blijkt voorts dat het om zeer grote hoeveelheden cocaïne ging. Zo is geprobeerd om 675 kilo cocaïne te laten invoeren. Het gaat om erg winstgevende activiteiten waarbij het algemeen bekend is dat de verdovende middelen schade toebrengen aan de gezondheid van de gebruikers van deze middelen. Daarbij gaat de productie en verkoop ervan gepaard met ernstige vormen van criminaliteit. Door zich hiermee bezig te houden heeft verdachte zijn eigen financiële gewin boven de veiligheid van anderen gesteld en de maatschappij bewust blootgesteld aan de risico’s die gepaard gaan met de handel en het gebruik van cocaïne. Door verdachte is verklaard dat hij werd bedreigd en onder druk werd gezet om zich met deze activiteiten bezig te houden. Anderzijds blijkt uit de chatberichten die aan verdachte worden toegeschreven dat verdachte actief bezig was met de activiteiten en zelf ook druk uitoefende.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte en het reclasseringsrapport van 15 november 2023. Hieruit blijken geen bijzonderheden. Verdachte heeft tijdens de zitting verklaard dat hij zijn vorige bedrijven in de import van groente, fruit en dierenvoer heeft verkocht en inmiddels op ad interimbasis werkt voor een afbouwbedrijf.

Gelet op de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan dan met een andere straf dan een gevangenisstraf van langere duur. De rechtbank is van oordeel dat een gevangenisstraf van 4 ½ jaar passend en geboden is. De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM met ongeveer 25 maanden is overschreden. De rechtbank ziet in die overschrijding aanleiding om de op te leggen gevangenisstraf te matigen met 6 maanden. Alles afwegende, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, passend en geboden.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

De officier heeft gevorderd dat de rechtbank bij eindvonnis schorsing van de voorlopige hechtenis opheft. Het enkele feit dat de rechtbank een langere gevangenisstraf oplegt dan de tijd die verdachte tot heden in voorarrest heeft gezeten, is onvoldoende om de (schorsing van) de voorlopige hechtenis op te heffen. De rechtbank zal de schorsing van de voorlopige hechtenis daarom niet opheffen.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:

- 45, 47, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2, 10, 10 a van de Opiumwet.

9. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. J.M.J.M. Doon
  • mr. O. El Kadi

Griffier

  • mr. J. Hut

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand