[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. B.A.S. van Leeuwen),
en
Dienst Toeslagen, verweerder
(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).
Inleiding
Eiseres heeft zich bij verweerder gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire en gevraagd om herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag op grond van de Wet herstel toeslagen (Wht).
Dienst Toeslagen heeft vervolgens een zogeheten ‘lichte toets’ uitgevoerd. Bij die toets is gekeken of eiseres als gedupeerde kan worden aangemerkt en – daardoor – in aanmerking komt voor het compensatiebedrag van € 30.000,- uit de Catshuisregeling. Bij besluit van 10 maart 2022 heeft Dienst Toeslagen naar aanleiding van deze lichte toets vastgesteld dat eiseres niet als gedupeerde kan worden aangemerkt en dat zij dus geen compensatie krijgt.
Tegen dit besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt.
Het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 1 mei 2021 is door Dienst Toeslagen ongegrond verklaard bij besluit van 30 oktober 2024 (het bestreden besluit). Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld. Daarover gaat deze uitspraak.
Op 12 februari 2025 heeft Dienst Toeslagen een besluit genomen naar aanleiding van de ‘integrale herbeoordeling’, die na de lichte toets volgt. Daarbij heeft Dienst Toeslagen vastgesteld dat eiseres geen gedupeerde is en ook niet in aanmerking komt voor compensatie. Tegen dit besluit heeft eiseres ook bezwaar gemaakt.
Dienst Toeslagen heeft een verweerschrift ingediend in deze procedure.
De rechtbank heeft het beroep op 4 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde en de gemachtigden van Dienst Toeslagen.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak dus niet inhoudelijk. Dienst Toeslagen moet wel het griffierecht aan eiseres vergoeden. Dit omdat eiseres wel procesbelang had op het moment dat zij beroep instelde. Eiseres krijgt ook een vergoeding van haar proceskosten. Dienst Toeslagen moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.814,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen.
Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Beslissing
De rechtbank:- verklaart beroep niet-ontvankelijk;- bepaalt dat Dienst Toeslagen het griffierecht van € 51,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt Dienst Toeslagen tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 juli 2025 door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier.
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.