ECLI:NL:RBMNE:2025:3465

ECLI:NL:RBMNE:2025:3465, Rechtbank Midden-Nederland, 15-07-2025, 11730062

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 15-07-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 11730062
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005289

Samenvatting

Kort geding; verstek in klare taal; ontruiming bedrijfsruimte en betaling huurachterstand.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 11730062 \ UV EXPL 25-139

Vonnis van 15 juli 2025

in de zaak van

[eiseres] B.V.,

gevestigd in [vestigingsplaats 1] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres] ,

gemachtigde: mr. R.G. Goossens,

tegen

[gedaagde] ,

gevestigd in [vestigingsplaats 2] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

niet verschenen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 10 juni 2025, met producties; - de mondelinge behandeling van 1 juli 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

Ten slotte is bepaald dat vandaag het vonnis wordt gewezen.

2. De kern van de zaak

[eiseres] verhuurt kantoorruimtes en parkeerplaatsen (hierna: ‘de kantoorruimtes’) aan [gedaagde] . Omdat [gedaagde] een huurachterstand van € 21.946,11 heeft, wil [eiseres] dat [gedaagde] de kantoorruimtes verlaat en de huurachterstand aan haar betaalt. De vorderingen van [eiseres] worden grotendeels toegewezen.

3. De beoordeling

Tegen [gedaagde] is verstek verleend

[gedaagde] was niet aanwezig op de mondelinge behandeling (zitting) en heeft ook niet op een andere manier gereageerd. Uit de dagvaarding volgt dat zij op de juiste manier is opgeroepen voor de zitting. Daarom is tijdens de mondelinge behandeling tegen haar verstek verleend. De zaak is dus zonder aanwezigheid of reactie van [gedaagde] behandeld. Dit betekent dat de vorderingen tegen [gedaagde] worden toegewezen, tenzij de kantonrechter vindt dat deze in strijd zijn met de wet of [eiseres] geen geldige reden hiervoor heeft.

[gedaagde] moet de kantoorruimtes verlaten

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing van een vordering in kort geding moet aan twee voorwaarden worden voldaan. Er moet sprake zijn van een spoedeisend belang én het moet zeer waarschijnlijk zijn dat de vordering in een bodemprocedure zal worden toegewezen.

Een spoedeisend belang is aanwezig als van [eiseres] niet verwacht kan worden dat zij de uitkomst van een normale, uitgebreide procedure (bodemprocedure) afwacht. Dat is hier het geval. [gedaagde] heeft een huurachterstand van drie maanden, die steeds verder oploopt. Daarnaast gaf de gemachtigde van [eiseres] tijdens de mondelinge behandeling aan dat het lastig is om contact te krijgen met [gedaagde] over deze kwestie.

[gedaagde] moet de kantoorruimtes ontruimen, want het is zeer waarschijnlijk dat de kantonrechter in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal beëindigen en de ontruiming zal toewijzen. Inmiddels is de huurachterstand opgelopen tot € 21.946,11 (3 maanden). Tijdens de mondelinge behandeling heeft de gemachtigde van [eiseres] verteld dat de huur voor juni ook niet is betaald. Daarnaast heeft [eiseres] er belang bij om de kantoorruimtes te kunnen verhuren aan andere huurders die wel op tijd de huur betalen..

De gevorderde ontruiming is daarnaast niet in strijd met de wet en terecht door [eiseres] ingesteld.

De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op 14 dagen

[eiseres] heeft een ontruimingstermijn van 72 uur gevorderd, maar deze termijn is te kort. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van [eiseres] toegelicht dat [gedaagde] twee verdiepingen huurt van ongeveer 200m2. De ontruimingstermijn wordt daarom vastgesteld op 14 dagen, zodat [gedaagde] meer tijd heeft om de kantoorruimtes leeg en netjes achter te laten.

[gedaagde] moet de huurachterstand betalen

[eiseres] vordert € 21.946,11 aan huurachterstand tot en met mei 2025. Ook vordert zij de wettelijke handelsrente over de huurachterstand. Deze vorderingen worden toegewezen, omdat deze niet in strijd zijn met de wet en terecht zijn ingesteld.

[gedaagde] moet € 994,46 aan buitengerechtelijke kosten betalen

[eiseres] vordert € 3.291,92 als vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter wijst € 994,46 toe. [eiseres] en [gedaagde] zijn een vergoeding overeengekomen die van de wettelijke regeling afwijkt. Omdat [gedaagde] heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf, mag van de wettelijke regeling worden afgeweken. De kantonrechter wijst een lager bedrag toe dan [eiseres] heeft gevorderd omdat zij de vordering toetst aan de oriëntatiepunten in het Rapport BGK-integraal en daarbij de redelijke wettelijke tarieven gebruikt.

[gedaagde] moet de proceskosten betalen

[gedaagde] moet de proceskosten (inclusief nakosten) betalen omdat zij grotendeels ongelijk krijgt. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

122,35

- griffierecht

€

135,00

- salaris gemachtigde

€

1.086,00

(2 punten × € 543,00)

- nakosten

€

135,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.478,35

Uitvoerbaar bij voorraad

De kantonrechter verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad, zoals [eiseres] heeft gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de partijen hoger beroep instelt tegen deze beslising. De beslissing geldt in dat geval tot het gerechtshof een andere beslissing neemt

4. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis de kantoorruimtes aan de [adres] ( [postcode] ) in [plaats] met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [eiseres] zijn, te verlaten, te ontruimen en in oorspronkelijke onbeschadigde en schone staat aan [eiseres] op te leveren en de sleutels gelijktijdig af te geven aan [eiseres] , met het verbod de kantoorruimtes na de ontruiming opnieuw te betrekken of te gebruiken,

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 22.375,17, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 21.946,11, met ingang van 27 mei 2025, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 994,46 aan buitengerechtelijke kosten,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.478,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J.A. Boots en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2025.

61312

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand