ECLI:NL:RBMNE:2025:3484

ECLI:NL:RBMNE:2025:3484, Rechtbank Midden-Nederland, 15-07-2025, 16/026175-24 (P)

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 15-07-2025
Datum publicatie 15-07-2025
Zaaknummer 16/026175-24 (P)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0001941 BWBR0009709

Samenvatting

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het vervoeren en afleveren van 10 kilogram cocaïne. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstaf van 30 maanden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats [plaats 8]

Parketnummer: 16/026175-24 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 15 juli 2025

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1992] te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] , [postcode 1] te [woonplaats] , hierna te noemen: verdachte.

1. ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 1 juli 2025.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. T. Tanghe en van hetgeen verdachte en haar raadsman, mr. M. Jansen, advocaat te Rotterdam, naar voren hebben gebracht.

2. TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

primair

op 8 juni 2020 te Vinkeveen, samen met een of meer anderen, opzettelijk 10 kilogram cocaïne heeft afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad;

subsidiair

medeplichtig is geweest aan bovenstaand feit.

3. VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. WAARDERING VAN HET BEWIJS

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde.

Voor zover relevant zullen de standpunten van de officier van justitie en de raadsman worden besproken onder het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen en redengevende feiten en omstandigheden

Proces-verbaal van bevindingen van 25 mei 2021, zakelijk weergegeven, inhoudende:

[A ] is de gebruiker van account [account 1] . Dit baseer ik op de volgende punten:

- Gebruiker van [account 1] wordt " [A (voornaam)] " / " [A (voornaam)] " genoemd;- Gebruiker stuurt via de chat zijn privé telefoonnummer. Die uit de politiesystemen te koppelen is aan [A ] ;- In een chat wordt benoemd dat [A (voornaam)] zijn telefoon vergeten is. Daarna wordt een telefoonnummer gestuurd door degene die de telefoon van " [A (voornaam)] " in bezit heeft. Dit telefoonnummer is te koppelen aan [verdachte] . Zij staat op hetzelfde adres ingeschreven als [A ] ;- De gebruiker van [account 1] stuurt een foto waarbij een gedeelte van een interieur van een voertuig zichtbaar is. Dit interieur komt overeen met het interieur van een Mercedes-Benz type Vito uit 2017. [A ] is in een Mercedes Vito aangehouden in België;- De Mercedes Vito waarin [A ] gepakt is in België stond op naam van [onderneming] . Het vestigingsadres van [onderneming] stond geregistreerd op de [adres 2] in [plaats 1] . [A ] en [verdachte] stonden daar op dat moment ingeschreven;- De gebruiker van [account 1] maakt gebruik van WIFI account " [A ] ";- Het adres [adres 3] wordt benoemd. Hier staan de ouders van [A (voornaam)] ingeschreven;- De gebruiker van [account 1] straalt het meest aan in [plaats 2] . Zoals eerder benoemd stond [A ] ten tijde van deze encrochat ingeschreven op de [adres 2] in [plaats 1] ;[plaats 1] betreft een klein plaatsje naast [plaats 2] .

Proces-verbaal van bevindingen van 21 februari 2023, zakelijk weergegeven, inhoudende:

Chatgesprek tussen [account 1] en [account 2]

2020-06-07 12:47:44 [account 2] Kan je mij 10 colo brengen

2020-06-07 12:51:13 [account 2] Yes ben er met 8 minuten maat

2020-06-07 12:51:22 [account 2] 10 AP komen eraan

2020-06-08 08:03:01 [account 2] Was jijj al weg?

2020-06-08 08:05:55 [account 1] [A (voornaam)] is al weg en heeft deze tel

thuisgelaten

2020-06-08 08:06:26 [account 2] Ben jij toevallig in de buurt

2020-06-08 08:06:29 [account 1] Ze normale heeft die wel mee

2020-06-08 08:06:33 [account 1] Jaa toevallig wel

2020-06-08 08:06:40 [account 2] Haha mooi

2020-06-08 08:06:46 [account 2] Ik ben het

2020-06-08 08:06:54 [account 2] Die boven winkelcentrum woknt

2020-06-08 08:06:55 [account 2] Woont

2020-06-08 08:07:04 [account 1] Jaa dacht ik al

2020-06-08 08:07:18 [account 2] Kan je mij helpen

2020-06-08 08:07:22 [account 2] Heb wat nodig

2020-06-08 08:07:30 [account 1] Wat heb je nkdig

2020-06-08 08:07:34 [account 2] 4

2020-06-08 08:07:40 [account 1] Oke

2020-06-08 08:07:43 [account 1] Hoelaat

2020-06-08 08:07:49 [account 1] En waar

2020-06-08 08:08:08 [account 2] Bij mij

2020-06-08 08:08:33 [account 1] Oke ga het fixen

2020-06-08 08:08:40 [account 1] 10:45?

2020-06-08 08:08:51 [account 1] Ik neem deze tel niet mee

2020-06-08 08:09:09 [account 1] Kom met de vito

2020-06-08 08:09:47 [account 2] Miss kan je me er beter gelijk 10

geveb

2020-06-08 08:10:02 [account 2] Anders moet k je straks weer vragen

2020-06-08 08:11:40 [account 1] Oke

2020-06-08 08:11:52 [account 1] [A (voornaam)] zei wel dat je gwn kan pakken

op manege als je wil

2020-06-08 08:22:21 [account 1] [A (voornaam)] zegt of we niet op manege kunnen afspreken?

2020-06-08 08:22:41 [account 1] Ivm rijden met 10 voor mij

2020-06-08 08:23:22 [account 2] Ja is goed

2020-06-08 08:23:42 [account 2] Welke atraat is dat okal wwwr

2020-06-08 08:23:47 [account 1] Doe liever niet te veel mee aaj jullie activiteiten

2020-06-08 08:23:55 [account 2] Nee begrijp ik

2020-06-08 08:24:06 [account 1] [adres 3]

2020-06-08 08:24:20 [account 2] Zie ik je op de manege

2020-06-08 08:24:30 [account 1] Ik wacht op die oprit wel

2020-06-08 08:24:43 [account 2] Oke geef je ze daar aan me?

2020-06-08 08:24:46 [account 1] Jaa

2020-06-08 08:24:57 [account 2] Oke ben er met 15 min

2020-06-08 08:25:03 [account 1] [telefoonnummer]

2020-06-08 08:25:13 [account 1] Is mijn nummer kan je appen dat je ernbent

2020-06-08 08:25:19 [account 1] Ik ga daar dan nu heen

2020-06-08 08:25:37 [account 1] 10 he

2020-06-08 08:29:05 [account 2] Yes

Om te achterhalen wie op dat moment de gebruiker van de cryptotelefoon was heb ik gekeken op het GBA adres van [A ] . Dit betrof op het moment van het versturen van de berichten de [adres 2] in [plaats 1] . [A ] stond daar ingeschreven samen met:

[verdachte]

Geboren [1992] (31) te [geboorteplaats] (Nederland)

Geslacht: vrouw

[verdachte] betreft de partner van [A ] . Zij was ook in de woning op de [adres 1] te [plaats 3] aanwezig ten tijde van de aanhouding van [A ] op 10 januari 2023.

In de berichten geeft de gebruiker een telefoonnummer op namelijk [telefoonnummer] .

In de landelijke bevragingsregisters van de politie staat dit telefoonnummer gekoppeld aan [verdachte] (de rechtbank begrijpt: [verdachte] ).

Ik heb vervolgens gekeken of dit telefoonnummer naar voren kwam in de contactlijsten van beslag genomen telefoons uit onderzoek [onderzoek] . Ik zag dat het telefoonnummer onder de volgende namen in meerdere telefoons naar voren kwam:

[verdachte (voornaam]

[verdachte]

[onderneming]

[.]

Uit een KVK uittreksel van [onderneming] blijkt het bedrijf op 01 mei 2016 te zijn opgericht met als vennoten [A ] en [verdachte] . Einddatum van dit bedrijf staat op 31 oktober 2020.

Op het telefoonnummer [telefoonnummer] is een CIOT bevraging gedaan om te kijken op welke naam het telefoonnummer op 08 juni 2020 geregistreerd stond. Dit bleek te zijn:

naam: [verdachte]

adres: [adres 2]

post./ woonpl.: [postcode 2] [plaats 1]

In het gesprek geeft de gebruiker van [account 1] aan dat ze met de “Vito” komt. [A ] is op 10 december 2020 in België aangehouden met 250 kilo cocaïne in zijn auto. De cocaïne zat verborgen in een glazenwasserstank in een Mercedes Vito voorzien van kenteken [kenteken] . Dit voertuig stond op naam van “ [onderneming] ”.

Proces-verbaal van bevindingen van 28 januari 2024, zakelijk weergegeven, inhoudende:

In de cryptocommunicatie van onderzoek [onderzoek] werd [B] geïdentificeerd als zijnde de gebruiker van het volgende account: [account 2]

Proces-verbaal van bevindingen van 24 januari 2024, zakelijk weergegeven, inhoudende:

Chatgesprek tussen [account 2] en [account 3]

2020-06-08 19:09:01 [account 2] Ja heb nu deze

2020-06-08 19:09:10 [account 2] - Stuurt een afbeelding – [eigen

waarneming rechtbank: wit

blokvormig voorwerp met stempel]

2020-06-08 19:11:52 [account 3] Hoe laat kan je 7st bij me afgooien

2020-06-08 19:19:38 [account 2] Kan over 15 min vertrekken

2020-06-08 19:26:52 [account 3] Laat ff weten hoe laat je

[.] zijn zodst ik die kant op ga

2020-06-08 19:27:10 [account 2] Yo

2020-06-08 19:27:15 [account 2] Ga ze nu pakken 7 toch

2020-06-08 19:27:53 [account 2] 45 min ong

2020-06-08 19:28:02 [account 3] Ok top

2020-06-08 20:07:50 [account 2] Ben er

2020-06-08 20:08:44 [account 3] Top

2020-06-08 20:08:49 [account 3] Ik loop nu

2020-06-08 20:54:31 [account 3] Bro

2020-06-08 20:54:41 [account 3] Eentje geur is kut

2020-06-08 20:54:51 [account 3] Ben met klant kijken

2020-06-08 20:54:55 [account 3] Mag ie die ruilen?

Chatgesprek tussen [account 1] en [account 4]

06-06-2020 18:21:43 [account 1] Maat is het mogelijk wat af te rekenen, maak ik me meisie even blij

06-06-2020 18:21:50 [account 1] opslag ice spullen

geld opgehaald [plaats 4]

3 corona naar [plaats 1] gebracht

3 corona naar [winkelnaam] [plaats 3] gebracht

glock afgegeven b bibliotheek

6 corona [winkelnaam]

compressor 2001 ali naar bo gebracht

4 corona naar [straat]

66 corona [plaats 5]

corina 100,- gegeven voor boodschappen

[winkelnaam]

800,- inkopen gedaan camper

18 ingepakt voor tp(8peru,10 diverse)

18 weg gebracht [plaats 6]

5200,- incl borg camper ophalen

(corina 200,- gegeven in duitsland voor boodschappen)

190 stuks naar [plaats 8] gebracht

500,- 2 fietsen

karwei 50,-

95 stuks AP opgehaald [plaats 7]

15 ingepakt voor tp

80 in stash waver gelegd

11-06-2020 10:52:13 [account 1] Is het mogelijk voor jou dit lijstje af te

rekenen?

11-06-2020 10:52:19 [account 1] opslag ice spullen MO

geld opgehaald [plaats 4]

3 corona naar [plaats 1] gebracht

3 corona naar [winkelnaam] [plaats 3] gebracht

glock afgegeven b bibliotheek

6 corona [winkelnaam]

compressor 2001 [.] naar [.] gebracht

4 corona naar [straat]

66 corona [plaats 5]

18 ingepakt voor tp(8peru,10 diverse)

18 weg gebracht [plaats 6]

190 stuks naar [plaats 8] gebracht

95 stuks AP opgehaald [plaats 7]

15 ingepakt voor tp

80 in stash waver gelegd

10 AP naar [B] boven gebracht

30 AP kamerik gebracht

2 AP naar [B] gebracht

10 AP naar [B]

15 AP ingepakt voor tp denemarken

15 Ap naar [plaats 6] gebracht

Bewijsoverweging

Uit de bewijsmiddelen volgt genoegzaam dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte degene is geweest die 10 kg cocaïne heeft afgeleverd aan [B] , zijnde de persoon met het EncroChat-account [account 2] . Voor zover de raadsman heeft opgeworpen dat de EncroChat-gesprekken ook anders kunnen worden uitgelegd en dat het ook iemand anders kan zijn geweest die de berichten heeft verstuurd, overweegt de rechtbank dat, zonder andersluidende aannemelijke verklaring van verdachte, de EncroChat-gesprekken geen andere uitleg toelaten dan dat het verdachte is geweest die de hiervoor weergegeven berichten vanuit het EncroChat-account [account 1] heeft getypt en de cocaïne heeft afgeleverd. Dat de cocaïne daadwerkelijk is afgeleverd, leidt de rechtbank af uit de hiervoor genoemde chatgesprekken van 8-6-2020 (waarin [B] een afbeelding van een blok cocaïne stuurt met de tekst “ik heb nu deze”) en van 11-06-2020 (waarin staat “10 AP naar [B] ”, waarbij de rechtbank het ervoor houdt dat met [B] ) wordt bedoeld). Verdachte heeft ervoor gekozen zich te beroepen op haar zwijgrecht, zodat een andersluidende aannemelijke verklaring door verdachte achterwege is gebleven.

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hieronder is weergegeven in de bewezenverklaring.

5. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op 8 juni 2020 te [plaats 3] , opzettelijk heeft afgeleverd en verstrekt en vervoerd en aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, te weten 10 kilogram, zijnde cocaïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6. STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

7. STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8. OPLEGGING VAN STRAF

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 30 maanden.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht verdachte vrij te spreken. Subsidiair heeft de verdediging verzocht om aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervoeren van een grote hoeveelheid cocaïne. Bovendien lijkt uit het dossier te volgen dat verdachte zich in organisatorisch verband heeft bezig gehouden met de handel in cocaïne.

Het is algemeen bekend dat het gebruik van verdovende middelen ernstige gezondheidsrisico’s oplevert voor de gebruikers ervan. Daarnaast gaat (grootschalige) handel in cocaïne gepaard met verschillende vormen van ernstige en maatschappij-ontwrichtende criminaliteit, waardoor willekeurige slachtoffers worden geraakt en het veiligheidsgevoel in de samenleving wordt aangetast. Met haar handelen heeft verdachte bijgedragen aan de instandhouding van deze problematiek en heeft verdachte geen oog gehad voor de gevolgen ervan.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van verdachte van 2 januari 2025, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

De rechtbank heeft ook kennisgenomen van een rapport van [instelling] over verdachte van 31 januari 2025, opgesteld door [C] , reclasseringswerker. Uit dit rapport volgt dat de reclassering geen zicht heeft op (eventuele) risico’s en geen inschatting kan geven van de kans op recidive. De reclassering kan geen relatie leggen tussen eventuele problematiek op de leefgebieden en de verdenking en heeft in hun onderzoek geen (praktische) problematiek geconstateerd, zowel niet ten tijde van de onderhavige verdenking als momenteel. De reclassering ziet dan ook geen aanknopingspunten voor een reclasseringstraject en kan met de beschikbare informatie niet adviseren of interventies en/of toezicht nodig zijn.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat zij een koopwoning heeft en een baan als ondernemer. Daarnaast heeft zij een jong zoontje waar zij, samen met haar partner, de zorg voor draagt.

De op te leggen straf

De ernst van de bewezen verklaarde feiten rechtvaardigen de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij het bepalen van de duur daarvan heeft de rechtbank gekeken naar de richtlijnen van het LOVS (Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht) en straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS gaan voor het afleveren en vervoeren van harddrugs in georganiseerd verband uit van een gevangenisstraf voor de duur van 50 maanden. De rechtbank zal in het voordeel van verdachte meewegen dat, hoewel geen sprake is van een schending van de redelijke termijn, het een oud feit betreft en dat verdachte niet de spil in het web van de organisatie was, maar in het onderhavige geval meer een hand- en spandienst voor haar partner heeft verricht.

Alles overwegende acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf van 30 maanden, passend en geboden.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

9. TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10. BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het primair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.L.M. van Opstal, voorzitter, mrs. E.H.M. Druijf en P.K. van Riemsdijk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Opsteyn, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 15 juli 2025.

Mr. Druijf en mr. Van Riemsdijk zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 8 juni 2020 te Vinkeveen, in elk geval in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,(telkens) opzettelijkheeft afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad,een of meer (grote) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, te weten 10 kilogram, althans een (grote) hoeveelheid, cocaïne,zijnde cocaïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

( art 10 lid 3 Opiumwet, art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[B] en/of een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 8 juni 2020 te Vinkeveen, in elk geval in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,(telkens) opzettelijkheeft afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad,een of meer (grote) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, te weten 10 kilogram, althans een (grote) hoeveelheid, cocaïne,zijnde cocaïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks 8 juni 2020 te Vinkeveen, in elk geval in Nederland,meermalen, althans eenmaal(telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaften/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door- via het Encrochat-account [account 1] contact te hebben met het Encrochat-account [account 2] en/of met die [B] over voornoemde cocaïne en/of- (vervolgens) een concrete afspraak te maken over het overdragen en/of verstrekken van 10 kilo, althans een hoeveelheid, cocaïne en/of- één of meerdere malen inlichtingen/informatie te geven over de verblijfplaats van voornoemde hoeveelheid cocaïne, te weten op een manege gelegen aan de [adres 3] en/of- voornoemde [B] en/of een of meer onbekend gebleven persoon/personen de toegang te verschaffen tot de plaats waar voornoemde hoeveelheid cocaïne lag;

( art 10 lid 3 Opiumwet, art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand