ECLI:NL:RBMNE:2025:8029

ECLI:NL:RBMNE:2025:8029

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 06-11-2025
Datum publicatie 17-09-2026
Zaaknummer UTR 25/4772
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

BNT WIA aanvraag gegrond. Geen onredelijk laat beroep

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 november 2025 in de zaak tussen

Raad op Maat B.V., gevestigd te Wijk bij Duurstede, eiseres

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/4772

(gemachtigde: L. Eekhof-Meerdink)

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar verzoek om herbeoordeling van de heer [naam] .

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

3. Eiseres heeft haar verzoek om herbeoordeling ingediend op 4 april 2022. Verweerder heeft de aanvraag ontvangen op 7 april 2022. De rechtbank stelt vast dat verweerder de ingebrekestelling op 1 november 2023 heeft ontvangen en sindsdien twee weken zijn verstreken. Eiseres heeft op 19 augustus 2025 beroep ingesteld.

4. Verweerder heeft in zijn verweerschrift aangevoerd dat het beroep onredelijk laat is ingediend en daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De rechtbank is het daar niet mee eens en legt hierna uit waarom.

5. Artikel 6:12, vierde lid, van de Awb bepaalt dat de betrokkene binnen een redelijke termijn beroep moet instellen. Hoewel de betrokkene niet binnen een bepaalde termijn beroep hoeft in te stellen, geldt wel dat de betrokkene dit niet onredelijk laat moet doen. Wanneer sprake is van een onredelijk laat beroep kan niet in zijn algemeenheid worden bepaald en dit wordt beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval. Wel blijkt uit de rechtspraak dat van belang is of de betrokkene er nog vanuit mocht gaan dat het bestuursorgaan nog een besluit zou nemen. In dat verband kan ook van belang zijn of en hoe er nadien van gedachten is gewisseld tussen betrokkene en bestuursorgaan.

6. In dit geval is de rechtbank van oordeel dat eiseres er nog van uit mocht gaan dat er nog een besluit zou komen. Het is immers algemeen bekend dat verweerder al langere tijd kampt met een groot tekort aan verzekeringsartsen en dat claim- en herbeoordelingen en de afhandelingen van bezwaren daardoor erg lang op zich laat wachten. De rechtbank kan begrijpen dat eiseres niet direct juridische stappen heeft ondernomen omdat zij op de hoogte is van de achterstanden bij verweerder. Verder heeft eiseres meermalen contact gehad met verweerder om de stand van zaken op te vragen. Het is naar het oordeel van de rechtbank niet wenselijk dat een betrokkene onder deze omstandigheden te snel wordt tegengeworpen dat hij niet eerder beroep heeft ingesteld.

7. Omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Het wettelijke uitgangspunt is op grond van het bepaalde in artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb een termijn van twee weken. In bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen (artikel 8:55d, derde lid, Awb). Het is vaste rechtspraak dat die andere termijn niet onnodig lang, maar ook niet onrealistisch kort moet zijn.

8. De rechtbank is er ambtshalve mee bekend dat verweerder door een tekort aan verzekeringsartsen grote achterstanden heeft bij de afhandeling van aanvragen en bezwaarschriften De rechtbank ziet hier aanleiding in om de beslistermijn vast te stellen op vier maanden. De rechtbank sluit hiervoor aan bij haar uitspraak van de meervoudige kamer van 9 januari 2025. De rechtbank ziet geen aanleiding om in dit geval af te wijken van deze termijn. Dit betekent dat verweerder binnen vier maanden na het verzenden van deze uitspraak een beslissing moet nemen.

9. De rechtbank bepaalt verder dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000, -.

10. Het beroep is kennelijk gegrond (artikel 8:54 van de Awb).

11. Dat betekent ook dat eiseres een vergoeding krijgt voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag omdat eiseres een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 453,50,-.

12. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht van € 385,- aan eiseres betalen.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;

- draagt verweerder op binnen vier maanden na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;

- bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 453,50 aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan eiseres;

- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 385,- dat eiseres heeft betaald moet betalen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 november 2025.

griffier rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J. Wolbrink

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand