RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/616131 / FV RK 26-2038
Datum uitspraak: 13 augustus 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende in [woonplaats] ,
verblijvende bij [Instelling] , locatie [locatie] in [plaats] ,
advocaat: mr. M. Landsman.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen op 11 augustus 2026 ontvangen.
De zitting heeft plaatsgevonden op 13 augustus 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- [naam] , verpleegkundig specialist.
2. Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel bij [Instelling] , locatie [locatie] in [plaats] . De burgemeester van Utrecht heeft de crisismaatregel op 10 augustus 2026 afgegeven.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
4. De beoordeling
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Hierna wordt uitgelegd waarom de rechtbank deze beslissing heeft genomen.
De verpleegkundig specialist heeft tijdens de zitting uitgelegd dat het inzetten van verplichte zorg een averechtse werking heeft. Om die reden heeft zij verzocht om het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel af te wijzen. Zij legt uit dat het van belang is dat er duidelijke afspraken worden gemaakt met betrokkene, zodat de zorg op vrijwillige basis kan worden verleend. De verpleegkundig specialist heeft aangegeven dat zij er voldoende vertrouwen in heeft om die afspraken samen met betrokkene te kunnen maken.
De advocaat sluit zich aan bij de uitleg van de verpleegkundig specialist en pleit voor een afwijzing van het verzoek.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel afwijzen. Er wordt niet voldaan aan de voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Uit de toelichting ter zitting blijkt dat het inzetten van verplichte zorg een averechtse werking heeft, waardoor de maatregel niet doelmatig zal zijn. Het is de bedoeling dat er duidelijke afspraken worden gemaakt met betrokkene, zodat zij de zorg die zij behoeft op vrijwillige basis kan ontvangen. Ondanks dat betrokkene heeft laten merken dat zij dit zelf spannend vindt, is er vanuit de verpleegkundig specialist voldoende vertrouwen dat zij er samen uit zullen komen.
5. De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.