ECLI:NL:RBMNE:2026:6272

ECLI:NL:RBMNE:2026:6272

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 01-09-2026
Datum publicatie 12-09-2026
Zaaknummer 12300065 \ UV EXPL 26-167
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Vordering tot ontruiming toegewezen met verlengde ontruimingstermijn

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 12300065 \ UV EXPL 26-167

Vonnis in kort geding van 1 september 2026

in de zaak van

STICHTING WOONIN,

gevestigd in Utrecht,

eisende partij,

hierna te noemen: Woonin,

gemachtigde: mr. M.P.H. van Wezel,

tegen

[gedaagde] , handelend onder de naam [handelsnaam] , in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van [onderbewindgestelde] ,

wonende in [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

Woonin heeft de bewindvoerder op 10 juli 2026 gedagvaard. Vervolgens heeft op 18 augustus 2026 een zitting plaatsgevonden. Hierbij waren namens Woonin mevrouw

[A] ( [functie 1] ), mevrouw [B] ( [functie 2] ) en haar gemachtigde mr. M.P.H. van Wezel aanwezig. De bewindvoerder was ook aanwezig, samen met de heer [onderbewindgestelde] , mevrouw [C] (mentor van [onderbewindgestelde] ), mevrouw [D] (casemanager [onderbewindgestelde] bij [organisatie 1] ) en mevrouw [E] (casemanager [onderbewindgestelde] bij [organisatie 1] ). Partijen hebben de vragen van de kantonrechter beantwoord en hebben op elkaar gereageerd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken.

2. De kern van de zaak

De heer [onderbewindgestelde] (hierna [onderbewindgestelde] ) huurt de woning aan de [adres] in [plaats] (hierna: de woning) van Woonin. De huurovereenkomst tussen partijen is een overeenkomst in het kader van het Laatste Kansbeleid van Woonin. Woonin heeft [onderbewindgestelde] deze overeenkomst aangeboden nadat [onderbewindgestelde] in een andere huurwoning overlast had veroorzaakt. In dit kort geding vordert Woonin ontruiming van de woning, omdat [onderbewindgestelde] volgens haar opnieuw structureel overlast veroorzaakt aan omwonenden. De bewindvoerder van [onderbewindgestelde] , [gedaagde] , en [onderbewindgestelde] zijn het er niet mee eens. Zij menen dat [onderbewindgestelde] geen ernstige overlast veroorzaakt en dat zijn belang bij het behouden van de woning zwaarder moet wegen dan het belang van Woonin bij ontruiming van de woning. De kantonrechter wijst de vordering van Woonin toe en oordeelt dat [onderbewindgestelde] de woning moet ontruimen binnen een termijn van vier weken.

3. De beoordeling

Partijen in deze zaak

Het gaat in deze zaak feitelijk om Woonin en [onderbewindgestelde] . Omdat [onderbewindgestelde] onder bewind staat, is niet hijzelf, maar is [gedaagde] , zijn bewindvoerder formeel partij in deze procedure. Voor het leesgemak wordt in dit vonnis over [onderbewindgestelde] gesproken, tenzij het (zoals in de beslissing) specifiek over zijn bewindvoerder gaat.

Naast de hulp die [onderbewindgestelde] van zijn bewindvoerder krijgt, krijgt [onderbewindgestelde] ook hulp van andere instanties. [onderbewindgestelde] heeft een mentor en hij wordt begeleid door medewerkers van [organisatie 2] en [organisatie 1] . Deze zullen hierna de begeleiders genoemd worden.

Toetsingskader kort geding

In een kort geding kan de kantonrechter een voorlopige voorziening geven. Dat is een voorlopige maatregel die vooruit loopt op de beslissing die wordt verwacht in een gewone rechtszaak (bodemzaak), die na het kort geding kan worden ingesteld. Een vordering in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt, in dit geval Woonin, hierbij zoveel spoed heeft dat zij de uitkomst van een gewone rechtszaak niet hoeft af te wachten. Daarnaast geldt dat de kantonrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vordering in een eventuele bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft, dat vooruitlopend daarop toewijzing daarvan gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.

Spoedeisend belang

De kantonrechter is van oordeel dat Woonin een spoedeisend belang bij haar vorderingen heeft. Woonin heeft namelijk voldoende aannemelijk gemaakt dat de omwonenden van [onderbewindgestelde] al gedurende een langere periode klagen over overlast die [onderbewindgestelde] zou veroorzaken. Woonin heeft er daarom belang bij om de overlast op korte termijn te beëindigen, door de [onderbewindgestelde] de woning te laten ontruimen. Of de meldingen van de buren voldoende zijn om [onderbewindgestelde] te veroordelen de woning te ontruimen, komt later aan bod.

Woonin heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat [onderbewindgestelde] (nog steeds) overlast veroorzaakt

In deze zaak gaat het om de vraag of voldoende aannemelijk is dat [onderbewindgestelde] zodanige overlast veroorzaakt dat dit ontbinding van de huurovereenkomst in een eventuele bodemprocedure en de ontruiming van de woning rechtvaardigt. [onderbewindgestelde] moet zich namelijk op grond van de wet en de huurovereenkomst als een goed huurder gedragen. Dat betekent niet alleen dat hij goed moet zorgen voor de woning, maar ook dat hij geen overlast mag veroorzaken voor zijn buren en omwonenden. Dit geldt des te meer voor [onderbewindgestelde] , nu de huurovereenkomst tussen hem en Woonin geen reguliere huurovereenkomst, maar een ‘Overeenkomst Laatste Kansbeleid’ is. Dit is een tijdelijke huurovereenkomst voor de duur van twee jaar die tussen partijen is aangegaan, omdat [onderbewindgestelde] in een eerdere huurovereenkomst met Woonin overlast heeft veroorzaakt en dreigde zijn huurwoning uitgezet te worden. Het doel van de Overeenkomst Laatste Kansbeleid was om aan [onderbewindgestelde] een woning beschikbaar te stellen, zodat werd voorkomen dat hij op korte termijn dakloos zou raken. In deze overeenkomst zijn strikte voorwaarden opgenomen die [onderbewindgestelde] moet opvolgen om in de woning te mogen blijven wonen, waaronder dat [onderbewindgestelde] geen enkele overlast mag veroorzaken. Als [onderbewindgestelde] hier niet aan voldoet en wel overlast veroorzaakt, is er sprake van een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst. Dat is wanprestatie en wanprestatie kan, afhankelijk van alle omstandigheden van het geval, een grond opleveren voor ontbinding van de huurovereenkomst.

De kantonrechter stelt allereerst vast dat tussen partijen niet ter discussie staat dat [onderbewindgestelde] - na een relatief korte goede periode ten tijde van het aangaan van de Laatste Kansovereenkomst - sinds februari 2026 is teruggevallen in ernstige alcoholproblematiek.

De kantonrechter is van oordeel dat het voldoende aannemelijk is dat [onderbewindgestelde] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst door ernstige overlast te veroorzaken. Deze overlast blijkt uit vele meldingen van de buren over gedragingen van [onderbewindgestelde] , die Woonin bij de dagvaarding heeft overgelegd. Hierin staat onder meer dat [onderbewindgestelde] herhaaldelijk spullen, waaronder een bloempot, van zijn balkon naar beneden heeft gegooid, dat hij regelmatig met bier op het balkon staat te schreeuwen, dat hij geregeld in de nacht over de galerij loopt en op deuren bonst en dat hij dreigt mensen neer te steken met messen die hij in zijn woning heeft. Verschillende buren van [onderbewindgestelde] geven aan dat zij bang zijn voor [onderbewindgestelde] en niet kunnen slapen door de overlast. Uit andere producties blijkt dat de politie geregeld is ingeschakeld en dat [onderbewindgestelde] meerdere keren is aangehouden door de politie.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de bewindvoerder over de overlast gezegd dat de overlast niet zo erg is als de buren omschrijven, dat de overlast niet concreet is gemaakt en dat [onderbewindgestelde] geen agressief persoon is. De kantonrechter volgt de bewindvoerder hier niet in. De vele meldingen van buren zijn concreet en beschrijven welke overlast [onderbewindgestelde] veroorzaakt. De overlastmeldingen van de verschillende buren zijn ook consistent met elkaar. Daar komt bij dat uit overgelegde stukken (onder andere van het PGA-overleg over [onderbewindgestelde] ) blijkt dat ook zijn begeleiders hebben benoemd dat [onderbewindgestelde] overlast veroorzaakt, Tijdens de mondelinge behandeling hebben zij bevestigd dat [onderbewindgestelde] agressief kan zijn wanneer hij alcohol gebruikt.

Dat er door Woonin een omvangrijk dossier over [onderbewindgestelde] met veel meldingen van overlast is overgelegd, maakt niet dat een mogelijke ontruiming van [onderbewindgestelde] niet geschikt is om in een kort geding procedure te behandelen, zoals de bewindvoerder heeft aangevoerd. Juist door de uitgebreide onderbouwing van de dagvaarding kan de kantonrechter een goed geïnformeerde beslissing nemen over de vraag of ontruiming vooruitlopend op een mogelijk bodemprocedure, gerechtvaardigd en noodzakelijk is.

[onderbewindgestelde] moet de woning ontruimen

De aard en omvang van de overlast die [onderbewindgestelde] veroorzaakt maakt in dit geval dat de kantonrechter het voldoende aannemelijk acht dat de bodemrechter de huurovereenkomst met Woonin in een bodemprocedure zal ontbinden. De gevorderde ontruiming zal daarom worden toegewezen. Hierbij heeft de kantonrechter de belangen van partijen gewogen. De kantonrechter begrijpt dat [onderbewindgestelde] zwaarwegende belangen heeft om in de woning te blijven wonen. [onderbewindgestelde] heeft uitgelegd dat hij een kwetsbaar persoon is en dat hij nu misschien dakloos zal raken. Dit is natuurlijk onwenselijk. [onderbewindgestelde] heeft aangegeven dat hij binnenkort een intakegesprek heeft om in aanmerking te komen voor een behandeling van zijn alcoholverslaving door een langdurige opname bij verslavingskliniek [organisatie 3] . Daar staat tegenover dat Woonin een zwaarwegend belang heeft om tegen de overlast op te treden, aangezien zij verantwoordelijk is voor het huurgenot van haar andere huurders. In de verklaringen van de buren is te zien hoe veel (negatieve) invloed de overlast van [onderbewindgestelde] heeft op het dagelijks leven van de buren. Ook heeft mevrouw [A] tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat er zorgen zijn over de veiligheid van de buren, omdat [onderbewindgestelde] al meermaals buren heeft bedreigd, ook met een mes, en hij messen in zijn woning zou hebben. [onderbewindgestelde] betwist dit, maar ter zitting hebben zijn eigen begeleiders erkend dat zij niet het huis van [onderbewindgestelde] in gaan wanneer hij onder invloed is van alcohol. Woonin heeft terecht aangedragen dat de buren van [onderbewindgestelde] op de momenten dat [onderbewindgestelde] onder invloed is, er niet voor kunnen kiezen om weg te gaan, aangezien ze naast hem wonen. Waar de hulpverleners zich kunnen onttrekken aan het risico, hebben de buren deze optie niet. Evenmin kunnen zij zich onttrekken aan het schreeuwen, tieren en op de deuren bonzen. Woonin heeft [onderbewindgestelde] ook al meerdere kansen gegeven om zijn gedrag met betrekking tot de overlast te verbeteren, waaronder met name de Overeenkomst Laatste Kansbeleid op 3 april 2025, maar deze kansen heeft [onderbewindgestelde] onvoldoende aangegrepen.

De kantonrechter neemt in haar afweging mee dat op dit moment - helaas - niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat [onderbewindgestelde] toegelaten zal worden tot een behandeling bij [organisatie 3] . En als hij wordt toegelaten, is de termijn waarop een opname zou kunnen plaatsvinden onduidelijk, maar, zo werd door de hulpverleners toegelicht, dat zal niet op korte termijn zijn. Na het intakegesprek op 17 september 2026 vindt een interne beoordeling plaats van circa twee weken. Na een positieve beslissing geldt een wachttijd, die tenminste 6 weken duurt maar kan oplopen tot maanden. Dit alles maakt dat een mogelijke opname bij [organisatie 3] op dit moment onvoldoende concreet is om de vordering tot ontruiming van Woonin op die grond af te wijzen.

Alles afwegende komt de kantonrechter tot de slotsom dat de belangen van Woonin bij ontruiming zwaarder moeten wegen dan de belangen van [onderbewindgestelde] om in de woning te blijven wonen en dat de vordering moet worden toegewezen.

Waar het belang van Woonin bij de beslissing tot ontruiming beslissend is, houdt de kantonrechter bij het bepalen van de termijn voor ontruiming rekening met de belangen van [onderbewindgestelde] . Woonin heeft gevorderd dat [onderbewindgestelde] binnen twee weken na de betekening van het vonnis de woning moet ontruimen, maar de kantonrechter zal een ontruimingstermijn van vier weken toewijzen. De kantonrechter neemt hierbij in aanmerking dat [onderbewindgestelde] op 17 september 2026 het intakegesprek heeft bij [organisatie 3] . De begeleiders van [onderbewindgestelde] hebben aangegeven dat hierna binnen twee weken duidelijk zal zijn of [onderbewindgestelde] toegelaten wordt tot een behandeling of niet. Tijdens deze behandeling zal [onderbewindgestelde] langdurig worden opgenomen en dus de woning (mogelijk zelfs blijvend) verlaten. Woonin heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat zij in het geval van een toewijzend vonnis zal blijven afwegen of zij al dan niet daadwerkelijk tot ontruiming moet overgaan. Als [onderbewindgestelde] concreet perspectief heeft op een behandeling bij [organisatie 3] en hij bovendien erin zou slagen intussen geen verdere overlast meer te veroorzaken, zou Woonin van ontruiming kunnen afzien. Aangezien de vraag of [onderbewindgestelde] voor behandeling naar [organisatie 3] kan waarschijnlijk eind september duidelijk wordt, zal de kantonrechter de ontruimingstermijn met twee weken verlengen en bepalen op vier weken vanaf de datum van betekening van dit vonnis.

[onderbewindgestelde] moet de proceskosten betalen

[onderbewindgestelde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woonin worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

151,94

- griffierecht

139,00

- salaris gemachtigde

865,00

- nakosten

108,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.264,44

De beslissing zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard

De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd door Woonin. Voornoemde belangenafweging is hier ook van belang, nog daargelaten dat namens [onderbewindgestelde] geen verweer tegen de uitvoerbaar bij voorraadverklaring is gevoerd. Dit betekent dat deze beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde] , in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van [onderbewindgestelde] , om binnen vier weken (28 dagen) na betekening van dit vonnis het pand aan [adres] in [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Woonin zijn, en de sleutels af te geven aan Woonin,

veroordeelt [gedaagde] , in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van [onderbewindgestelde] , in de proceskosten van € 1.264,44, te vermeerderen met de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.R. Creutzberg en in het openbaar uitgesproken op 1 september 2026.

62938

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand