ECLI:NL:RBMNE:2026:6297

ECLI:NL:RBMNE:2026:6297

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 02-09-2026
Datum publicatie 13-09-2026
Zaaknummer 12132135 \ UC EXPL 26-2080
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Vervangende schadevergoeding, overeenkomst van aanneming.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 12132135 \ UC EXPL 26-2080 RvdH/1037

Vonnis van 2 september 2026

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende in [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres] ,

gemachtigde: ARAG SE RECHTSBIJSTAND,

tegen

[gedaagde] B.V.,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 15, - de conclusie van antwoord, - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald.

[gedaagde] werd aanvankelijk bijgestaan door advocaat mr. [A] . Hij heeft op 17 juli 2026 schriftelijk laten weten dat hij zich aan de behandeling van deze zaak onttrekt. Mr. [A] heeft namens [gedaagde] gevraagd om uitstel van de mondelinge behandeling, zodat zij een nieuwe gemachtigde kan vinden. [eiseres] was het daar niet mee eens. De kantonrechter heeft het verzoek afgewezen, omdat onttrekking van een advocaat onvoldoende reden is voor uitstel van de mondelinge behandeling. Namens [gedaagde] zijn geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die maken dat de kantonrechter in deze zaak anders beslist.

Op 23 juli 2026 vond de mondelinge behandeling plaats. [eiseres] is samen met haar gemachtigde mr. P. Vis en zijn kantoorgenoot verschenen. Er is niemand namens [gedaagde] verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken.

De kantonrechter heeft besloten dat de uitspraak vandaag is.

2. De kern van de zaak

[eiseres] heeft [gedaagde] ingeschakeld voor werkzaamheden aan verschillende dakdelen van haar woning. Volgens [eiseres] is na enige tijd gebleken dat [gedaagde] de werkzaamheden niet goed heeft uitgevoerd. [eiseres] wil een derde inschakelen om het werk te herstellen en vordert dat [gedaagde] de kosten daarvan (een vervangende schadevergoeding) betaalt. [eiseres] vordert ook betaling van gevolgschade, rente en kosten. De kantonrechter wijst het voornaamste deel van de vorderingen van [eiseres] toe.

3. De beoordeling

[gedaagde] moet een vervangende schadevergoeding aan [eiseres] betalen

De overeenkomst

De aanleiding voor [eiseres] om [gedaagde] in te schakelen was een lekkage aan de voorzijde van haar woning (in de berging) en de wens om op termijn op het platte dak van de dakkapel zonnepanelen te kunnen plaatsen. Tussen partijen staat niet ter discussie dat [eiseres] en [gedaagde] hebben afgesproken dat [gedaagde] de volgende werkzaamheden zou verrichten:

loodrenovatie dakkapel en voorzijde door middel van loodvervanger,

overlagen van de dakkapel aan de achterzijde,

loodrenovatie gevel door middel van nieuwe loketten.

[gedaagde] heeft de werkzaamheden op 5 april 2023 uitgevoerd. [eiseres] heeft daarvoor € 3.490,85 betaald.

De gebreken

[eiseres] heeft op 7 juli 2023 aan [gedaagde] laten weten dat de loodloketten omhoog krullen. Deze loodloketten zijn vervolgens door een medewerker van [gedaagde] opnieuw geplakt of teruggeslagen. Op 17 januari 2024 heeft [eiseres] aan [gedaagde] laten weten dat er opnieuw een lekkage in de berging aan de voorzijde is ontstaan. Ook is er een lekkage bij het platte dak aan de achterzijde ontstaan. Die was er voor de werkzaamheden van [gedaagde] nog niet. De bestuurder, en later ook een medewerker, van [gedaagde] hebben hierna op verzoek van [eiseres] het dak bekeken. Zij hebben hun visie op de oorzaak van de lekkages gegeven, maar [eiseres] vond die niet afdoende. Daarom heeft zij een deskundige ingeschakeld om het resultaat van de werkzaamheden te beoordelen.

Eerst heeft [eiseres] Vebidak ingeschakeld. [gedaagde] is niet uitgenodigd voor het onderzoek. Het onderzoek door Vebidak is voor deze procedure wel relevant, omdat [eiseres] door dit onderzoek ontdekte dat [gedaagde] het werk niet deugdelijk had verricht. [eiseres] heeft hierna haar gemachtigde ingeschakeld. De gemachtigde van [eiseres] heeft vervolgens nog een andere deskundige benaderd ( [onderneming 1] ) en [gedaagde] uitgenodigd voor het onderzoek door deze partij. [gedaagde] is niet verschenen.

Uit de rapportage van [onderneming 1] blijkt het volgende.

De loodrenovatie aan de dakkapel aan de voorzijde voldoet niet aan de richtlijnen en verwerkingsvoorschriften van de fabrikant en vormt een risico voor waterindringing. De loodvervanger is rechtstreeks op het bestaande voetlood geplakt. Loodvervanger is niet ontworpen om te worden verlijmd op lood, maar als vervanger van traditioneel lood bij aansluitingen. Door het rechtsreeks aanbrengen van extra gewicht op het bestaande lood ontstaat er ongebruikelijke spanning op de naad/aansluiting lood/metselwerk. Het bestaande lood is hier niet op berekend en zal scheuren. Daarnaast is de loodvervanger aan de bovenzijde niet goed afgesloten, want hij laat los op de bovenaansluiting.

De loodrenovatie aan de voorzijde van de woning voldoet evenmin. Ook op deze plek is de loodvervanger rechtstreeks op het bestaande voetlood geplakt en laat die op de bovenaansluiting los. Daarbij komt dat de loodvervanger niet overal aan het bestaande voetlood is geplakt en dat er aan de bovenaansluiting van de loodvervanger en het metselwerk een kitvoeg is aangebracht.

De bestaande dakbedekking van de dakkapel aan de achterzijde is overlaagd, maar voldoet niet aan de minimale waterdicht-eis. De werkzaamheden zijn niet uitgevoerd volgens de geldende richtlijnen. Tijdens de visuele inspectie zijn watersporen op het onderliggende plafond aangetroffen.

Er zijn geen nieuwe loodloketten aangebracht, maar er is op de bestaande loodloketten loodvervanger geplakt. De loketten zijn niet in het achterliggend metselwerk gevreesd, maar voorzien van een kitvoeg. Dit is geen duurzame bovenafdichting. De loodvervanger is rechtstreeks op het bestaande voetlood geplakt, daarvoor is loodvervanger niet ontwerpen (zie hiervoor). Ook deze werkzaamheden zijn niet uitgevoerd volgens de richtlijnen.

[gedaagde] heeft de door [onderneming 1] geconstateerde gebreken slechts in algemene bewoordingen betwist. De kantonrechter gaat daarom uit van de conclusies van [onderneming 1] en stelt vast dat [gedaagde] niet heeft voldaan aan haar verplichting tot het leveren van goed en deugdelijk werk. De toegepaste technieken voldoen niet aan de richtlijnen en brengen risico’s met zich mee (waaronder het scheuren van het lood). Er is dus sprake van gebreken.

De vervangende schadevergoeding

Uit artikel 6:87 BW volgt dat voor zover nakoming van een verbintenis niet al blijvend onmogelijk is, de verbintenis kan worden omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding als de schuldenaar in verzuim is en de schuldeiser hem schriftelijk mededeelt dat hij schadevergoeding in plaats van nakoming vordert.

 Verzuim in de nakoming van de verbintenis tot het deugdelijk uitvoeren van werk

De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] in verzuim verkeert voor wat betreft de nakoming van haar contractuele verbintenis om het overeengekomen werk deugdelijk uit te voeren. [eiseres] heeft [gedaagde] op 25 augustus 2025 in gebreke gesteld en gesommeerd om te bevestigen dat zij bereid is de gebreken te herstellen binnen vier weken. De gemachtigde van [gedaagde] heeft daarop onder andere alle aansprakelijkheid afgewezen. Het verzuim is daarom op grond van artikel 6:83, aanhef en sub c, BW ingetreden, omdat [eiseres] uit die mededeling kon afleiden dat [gedaagde] haar verplichtingen ondanks de ingebrekestelling niet zou gaan nakomen.

 Omzettingsverklaring

[eiseres] heeft op 1 oktober 2025 schriftelijk aan [gedaagde] kenbaar gemaakt dat zij vervangende schadevergoeding vordert in plaats van nakoming. [gedaagde] heeft de inhoud dan wel de ontvangst van deze brief niet betwist.

Gezien al het voorgaande kan [eiseres] aanspraak maken op vervangende schadevergoeding als bedoeld in artikel 6:87 BW.

 Omvang van de vervangende schadevergoeding

[eiseres] wil de gebreken in het door [gedaagde] verrichte werk laten herstellen door een derde. Zij heeft een offerte opgevraagd bij [onderneming 2] . Zij begroot de herstelwerkzaamheden op een bedrag van € 6.745,75. [gedaagde] heeft deze offerte slechts in algemene bewoordingen betwist, want volgens [gedaagde] zijn de bedragen speculatief, onvoldoende onderbouwd en buitenproportioneel’. Dat is onvoldoende. Het is bovendien niet gebleken dat de offerte posten bevat die geen verband houden met de herstelwerkzaamheden dan wel dat de bedragen op de offerte niet reëel zijn. Daarom wordt de vordering tot betaling van vervangende schadevergoeding van [eiseres] toegewezen zoals is gevorderd.

 Wettelijke rente over de vervangende schadevergoeding – verzuim

[eiseres] vordert ook de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW. De gemachtigde van [eiseres] heeft [gedaagde] in zijn e-mail van 1 oktober 2025 op de hoogte gesteld van de offerte van [onderneming 2] en haar gesommeerd tot betaling binnen zeven dagen van onder meer dat offertebedrag ten titel van vervangende schadevergoeding. Deze termijn is daarna verlengd met 7 dagen. De betaling is uitgebleven. [gedaagde] is daarom de wettelijke rente over de vervangende schadevergoeding verschuldigd met ingang van 15 oktober 2025 (zijnde de datum met ingang waarvan zij voor de betaling van de vervangende schadevergoeding in verzuim verkeert) tot de voldoening.

[gedaagde] moet ook een vergoeding betalen voor de gevolgschade

[eiseres] vordert een aanvullende schadevergoeding van € 1.112,35 omdat zij de slaapkamer en de berging opnieuw moet (laten) sauzen na de lekkages. De kantonrechter gaat ervan uit dat de wijze waarop [gedaagde] haar werk heeft verricht, heeft geleid tot lekkages: de eerdere lekkage in de berging is ondanks het werk teruggekeerd en in de slaapkamer is een nieuwe lekkage ontstaan.

[onderneming 1] heeft vastgesteld dat er sporen van lekwater zichtbaar zijn in het plafond van de slaapkamer. De lekkage is daar ter plaatse van de overgang van het platdak van de dakkapel en het schuindakvlak van de woning. Deze lekkage is begonnen na de werkzaamheden van [gedaagde] aan het platdak van de dakkapel. [onderneming 1] heeft een licht verhoogde vochtwaarde waargenomen in het gipsplaatplafond van de slaapkamer en dat duidt op een permanente zeer lichte vochtbelasting. Als dit was ontstaan door een koudebrug, zouden ook voor de overlaging watersporen zichtbaar zijn geweest. Volgens [onderneming 1] kan hieruit worden geconcludeerd dat de bitumineuze dakbedekking en de aansluitingen van het platdak niet waterdicht zijn. Gezien het moment van ontstaan en het schadebeeld is het volgens [onderneming 1] zeer aannemelijk dat de lekkage het gevolg van het feit dat de dakbedekking niet voldoet aan de minimale eis ‘waterdicht’.

[gedaagde] heeft aangevoerd dat er meerdere alternatieve oorzaken voor de lekkage aanwezig kunnen zijn, waaronder gebrekkige dakpannen, een ondeugdelijke nokconstructie, algemene slijtage en achterstallig onderhoud en overige bouwkundige gebreken buiten de opdracht aan [gedaagde] . In het licht van de hiervoor genoemde conclusie van [onderneming 1] is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde] de door [eiseres] gestelde oorzaak van de lekkages onvoldoende gemotiveerd heeft betwist.

Uit de rapportage van [onderneming 1] blijkt bovendien voldoende dat [eiseres] de berging en de slaapkamer opnieuw moet sauzen, omdat er sporen van lekwater zichtbaar zijn. De kantonrechter zal de gevorderde schadevergoeding toewijzen tot een bedrag van € 592,35, omdat de door [eiseres] gevorderde vergoeding voor de manuren (8 x € 65,00) voor het verplaatsen en (de)monteren van meubelstukken en het afplakken wordt afgewezen. Dat [eiseres] en/of haar partner niet in staat is deze voorbereidende werkzaamheden zelf te verrichten, is namelijk niet gebleken. De wettelijke rente over deze schadevergoeding wordt toegewezen met ingang van de datum van de dagvaarding tot de voldoening.

De deskundigenkosten

[eiseres] heeft kosten gemaakt om de aansprakelijkheid van [gedaagde] vast te kunnen stellen. Het onderzoek door [onderneming 1] kostte € 1.179,75 en het onderzoek door Vebidak € 860,00, samen € 2.039,75. Volgens [gedaagde] kunnen slechts de kosten voor het onderzoek door Vebidak worden toegewezen, omdat [eiseres] er zelf voor heeft gekozen om twee deskundigen in te schakelen.

De kantonrechter is van oordeel dat [eiseres] voldoende heeft uitgelegd dat de door Vebidak én [onderneming 1] verrichte werkzaamheden redelijkerwijs noodzakelijk waren voor het vaststellen van de aansprakelijkheid en de schade en dat de kosten naar hun omvang redelijk zijn. [eiseres] heeft – zoals gezegd – in de eerste plaats Vebidak ingeschakeld om vast te kunnen stellen wat de oorzaak van de lekkages was en toen kwam zij erachter dat [gedaagde] haar werk niet goed had verricht. [eiseres] heeft verder toegelicht dat zij vervolgens (na het inschakelen van haar gemachtigde) nog een tweede deskundigenonderzoek heeft laten verrichten zodat ook [gedaagde] in de gelegenheid was om een dergelijk onderzoek bij te wonen. De kantonrechter wijst daarom de gevorderde deskundigenkosten van in totaal € 2.039,75 toe, met daarover de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW met ingang van de datum van de dagvaarding tot de voldoening.

De buitengerechtelijke incassokosten

[eiseres] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering wordt beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. [eiseres] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiseres] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. [eiseres] heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Omdat [eiseres] geen ondernemer is, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Daarom zal een bedrag van € 965,00 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen met ingang van de datum van de dagvaarding.

De proceskosten

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

156,75

- griffierecht

265,00

- salaris gemachtigde

720,00

(2 punten × € 360,00)

- nakosten

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.285,75

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 8.517,85, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over:

- het bedrag van € 7.338,10 (aan vervangende schadevergoeding en gevolgschade), met ingang van 8 oktober 2025,- het bedrag van € 1.179,75 (aan expertisekosten),met ingang van 18 februari 2026,telkens tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 965,00 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.285,75, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.R. Scharrenborg en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand