ECLI:NL:RBMNE:2026:6394

ECLI:NL:RBMNE:2026:6394

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 17-09-2026
Datum publicatie 17-09-2026
Zaaknummer UTR 26/2472
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Wht, aanvraag aanvullende vergoeding voor werkelijke schade. Het beroep slaagt niet.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 september 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

Dienst Toeslagen, kantoor Utrecht

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 26/2472

(gemachtigde: mr. J. Ruijs),

en

(gemachtigden: mr. [gemachtigde 1] , mr. [gemachtigde 2] ).

Procesverloop

1. Eiser is aangemerkt als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Na herbeoordeling van de toeslagjaren 2009, 2010 en 2011 is aan eiser een compensatiebedrag van € 44.402,- toegekend.

2. Volgens eiser is de werkelijke schade die hij heeft geleden hoger dan het compensatiebedrag. Op 24 maart 2023 heeft eiser een verzoek ingediend voor aanvullende vergoeding voor werkelijk geleden schade.

3. De Commissie Werkelijke Schade (CWS) heeft het verzoek van eiser beoordeeld en heeft de Dienst Toeslagen op 10 juli 2025 geadviseerd een aanvullende schadevergoeding toe te kennen van € 23.028,-. Met het besluit van 1 september 2025 (het primaire besluit) heeft de Dienst Toeslagen een aanvullende schadevergoeding toegekend aan eiser à € 27.008,-. Eiser heeft op 17 september 2025 bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.

4. Met het besluit van 10 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft de Dienst Toeslagen het advies van het CWS gevolgd.

5. Eiser heeft op 25 maart 2026 beroep ingediend omdat hij het niet eens is met de hoogte van de toegekende schadevergoeding.

6. De Dienst Toeslagen heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

7. De rechtbank heeft het beroep op 6 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigden van de Dienst Toeslagen.

Beoordeling door de rechtbank

Het geschil

8. De Dienst Toeslagen heeft in het bestreden besluit het verzoek van eiser om aanvullende compensatie voor werkelijk geleden schade afgewezen. De rechtbank beoordeelt of de Dienst Toeslagen terecht de aanvullende compensatie voor werkelijk geleden schade heeft vastgesteld op € 27.008,-.

Het toetsingskader

9. Als een gedupeerde aanvrager meer schade heeft geleden dan op grond van de herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag is toegekend, heeft de aanvrager aanspraak op een aanvullende schadevergoeding. De aanvrager van aanvullende compensatie hoeft zijn schade niet te bewijzen, maar moet wel aannemelijk en concreet maken dat en in welke mate de werkelijk geleden schade het toegekende compensatiebedrag te boven gaat. De Dienst Toeslagen moet bij zijn besluit op de aanvraag om aanvullende compensatie aansluiting zoeken bij het civiele schadevergoedingsrecht. Hetzelfde geldt voor de bestuursrechter bij de toetsing van een dergelijk besluit. Dat betekent dat de bestuursrechter de aansprakelijkheid voor de schade en de omvang daarvan ten volle toetst, uitgaande van wat daarover tussen de Dienst Toeslagen en de aanvrager in geschil is. De rechtbank zal beoordelen of de Dienst Toeslagen de aanvullende schadevergoeding op goede grond heeft vastgesteld. De rechtbank doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser, te beginnen met de materiële schadecomponenten en vervolgens de immateriële schadecomponenten.

Beoordeling van het beroep

Ingetrokken beroepsgrond

10. Eiser heeft zijn beroepsgrond dat de psychosociale schade van de kinderen onvoldoende en onjuist is beoordeeld op de zitting ingetrokken.

Materiele schadevergoeding

Geleden inkomensschade

11. Eiser voert aan dat hij inkomensschade heeft geleden door de kinderopvangtoeslag-vorderingen en dat de Dienst Toeslagen daar onterecht geen vergoeding voor heeft toegekend. Eiser heeft toegelicht dat hij werkte als zelfstandige en door de KOT-vorderingen opdrachten is misgelopen. Daarbij heeft eiser vier projecten genoemd die hij door het handelen van de Dienst Toeslagen is misgelopen. Verder heeft eiser gewezen op het ontstane gat in zijn CV en op het feit dat hij zijn kinderen zelf heeft moeten opvangen in de jaren 2008 tot 2015. Eiser wijst ter ondersteuning van zijn stelling op de inkomensgegevens die bekend zijn bij de CWS en waaruit een daling van zijn jaarinkomen over verschillende jaren blijkt. Verder stelt eiser dat hij vanaf 2010 arbeidsongeschikt is geraakt. Het is volgens eiser niet uit te sluiten dat de kinderopvangproblematiek in belangrijke mate heeft bijgedragen aan verlies van opdrachten, verdiencapaciteit en het structurele terugval in inkomen.

12. De Dienst Toeslagen baseert zich op het advies van de CWS en heeft het advies van de commissie op dit punt integraal overgenomen. De Dienst Toeslagen acht het niet aannemelijk dat er een causaal verband bestaat tussen de KOT-problemen en de geclaimde inkomensschade. Daarbij merkt de Dienst Toeslagen op dat de omvang van de geclaimde schade niet aannemelijk is gemaakt. Ten eerste is niet duidelijk of het overzicht van het belastbaar inkomen van eiser een compleet beeld geeft van zijn inkomen in de jaren 2010 tot 2015. Eiser heeft toen namelijk veelvuldig in het buitenland gewoond en gewerkt, blijkend de adreshistorie. Zo is ook de daling in het inkomen in 2011 ten opzichte van 2010 te verklaren uit het feit dat eiser voor een groot deel van dat jaar in [land] woonde en werkte. Daarnaast stelt de Dienst Toeslagen dat eiser kinderopvangtoeslag heeft ontvangen van 2008 tot 2013. Ook blijkt uit de adreshistorie dat toen eiser voor lange perioden in het buitenland woonde, hij daar zonder zijn kinderen verbleef. Het is daarom niet aannemelijk dat eiser zelf in de opvang van zijn kinderen heeft moeten voorzien in die jaren. Tenslotte heeft eiser niet gereageerd op verzoeken van de Dienst Toeslagen om informatie te verschaffen over zijn medische toestand. De Dienst Toeslagen heeft daarom geen mogelijkheid gehad om een medisch adviseur te laten beoordelen of de gezondheidsklachten van eiser zijn veroorzaakt door de KOT-vorderingen. De Dienst Toeslagen ziet daarom geen reden om een vergoeding te baseren in verband met inkomensschade.

13. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten om van het oordeel van de Dienst Toeslagen af te wijken en overweegt dat het aan eiser is om aannemelijk en concreet te maken dat de schade daadwerkelijk is geleden en dat deze schade is toe te schrijven aan de kinderopvangtoeslagbesluiten. Dat heeft eiser niet gedaan. Eiser heeft evenmin stukken overgelegd over zijn medische situatie vanaf 2010.

Schadebegroting gedwongen verhuizing, dak- of thuisloosheid en samenhangende schade

14. Eiser voert aan dat de Dienst Toeslagen hem onterecht geen vergoeding heeft toegekend onder de schadepost voor dak- en thuisloosheid. Eiser voert aan dat de voortdurende financiële druk, de conflicten rond de kinderopvanginstantie, de beschuldigingen en het wantrouwen zijn huwelijk zwaar hebben belast. In die periode is hij uit huis gezet en had hij gedurende geruime tijd geen vaste verblijfplaats. Het standpunt van de Dienst Toeslagen dat eiser en zijn ex-partner al in 2008 uit elkaar zijn gegaan vóór de kinderopvangproblematiek is te kort door de bocht. Eiser wijst daarnaast op het CWS-kader dat stelt dat ook andere oorzaken in de afweging worden betrokken en dat zo nodig slechts een deel van de schade aan de toeslagenproblematiek wordt toegerekend. Volgens eiser is die causaliteit niet onderzocht. Daarnaast heeft de Dienst Toeslagen de gevraagde materiële en immateriële routes niet apart beoordeeld.

15. Ook hierin volgt de Dienst Toeslagen het advies van de CWS. De Dienst Toeslagen stelt dat eiser geen recht heeft op een (materiële dan wel immateriële) schadevergoeding wegens (gedwongen) verhuizing of dak- of thuisloosheid. Dat eiser heeft aangegeven dat hij als gevolg van de kinderopvangtoeslagproblematiek is gescheiden van tafel en bed en hierdoor op 1 mei 2016 heeft moeten verhuizen, kan de Dienst Toeslagen niet volgen. Gelet op de beschikking van 29 juli 2014 gaat de Dienst Toeslagen ervan uit dat de ouder bedoelt dat hij de echtelijke woning in juli 2014 heeft moeten verlaten. Vanaf dat moment is eiser ook niet langer op hetzelfde adres als zijn ex-partner ingeschreven. Eiser heeft verklaard dat de spanningen/problemen er al waren vanaf 2008 en eiser en zijn (ex)partner feitelijk al in 2008 uit elkaar waren gegaan. De Dienst Toeslagen benadrukt dat de kinderopvangtoeslag-problematiek pas ontstond in 2012. Daaruit concludeert de Dienst Toeslagen dat de relatieproblemen al bestonden voor de kinderopvangtoeslagproblematiek en ziet daarom geen causaal verband met kinderopvangtoeslag-problematiek.

16. De rechtbank kan de uitleg van de dienst volgen en stelt vast dat de Dienst Toeslagen het verzoek tot vergoeding van de materiele geleden schade ook op dit punt apart heeft beoordeeld. De beroepsgrond slaagt niet.

Immateriële schadevergoeding

Verdergaande immateriële schade ten behoeve van eiser

17. Eiser voert aan dat er te weinig schadevergoeding is toegekend onder bouwsteen A. Eiser heeft op de zitting zijn standpunt verduidelijkt en uitgelegd dat hij zich gediscrimineerd voelt en daarom meer schadevergoeding wil. Desgevraagd gaat het dan om toepassing van bouwsteen A factor 2: ‘Ervaren ongelijke behandeling / discriminatie’.

18. De Dienst Toeslagen stelt dat de factoren onder bouwsteen A op juiste wijze zijn vastgesteld en dat deze vaststelling voldoende is gemotiveerd in de beslissing op bezwaar. De Dienst Toeslagen legt uit dat het schadekader van 1 juli 2024, dat is toegepast op het bestreden besluit, zijn onderbouwing vindt in ‘de werkwijze en het schadekader van de Commissie Werkelijke Schade’. Daarin is aangegeven dat de immateriële schade wordt berekend aan de hand van diverse bouwstenen en kostenposten. Er zijn 22 factoren waarvoor per factor € 750,- wordt vergoed. Zo ook voor de factor ‘ervaren ongelijke behandeling/discriminatie’. De Dienst Toeslagen stelt dat de schade onder deze factor is erkend en dat € 750,- is toegekend. De rechtbank stelt vast dat uit bijlage 3 van het verweerschrift inderdaad blijkt dat de Dienst Toeslagen voor deze factor € 750,- aan eiser heeft toegekend. De rechtbank ziet geen reden om op dit punt meer toe te kennen, de beroepsgrond slaagt niet.

Zorgvuldigheid

19. Eiser heeft aangevoerd dat de Dienst Toeslagen een onzorgvuldig en ondeugdelijk besluit heeft genomen. De rechtbank overweegt dat deze beroepsgrond evenmin slaagt. De Dienst Toeslagen heeft het advies van de CWS gevolgd en overgenomen. Het advies was logisch, navolgbaar en consistent zodat de Dienst Toeslagen zich daarop heeft mogen baseren. Daarbij neemt de rechtbank in ook in aanmerking dat eiser in bezwaar heeft aangegeven dat hij geen gebruik wil maken van de procedure bij de Bezwaarschriftenadviescommissie (BAC) maar de voorkeur geeft aan een ambtelijke hoorzitting. De rechtbank heeft met betrekking tot de motivering van het bestreden besluit geen onvolkomenheden gezien.

Conclusie

20. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de beslissing op bezwaar over de aanvullende vergoeding voor werkelijke schade in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. van Es-de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Vermeer, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 17 september 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.R. van Es-de Vries

Griffier

  • mr. S. Vermeer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand