ECLI:NL:RBMNE:2026:7248

ECLI:NL:RBMNE:2026:7248

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 23-07-2026
Datum publicatie 21-10-2026
Zaaknummer UTR 23/4580
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Beëindiging van een ZW-uitkering. Eiser voert in de kern aan dat hij door de gevolgen van het post Covid syndroom volledig arbeidsongeschikt is. De rechtbank heeft aanleiding gezien om een verzekeringsarts als deskundige te benoemen. De rechtbank volgt het advies van de deskundige. Het beroep is gegrond omdat het besluit onvoldoende is gemotiveerd. De rechtgevolgen blijven in stand.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juli 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 23/4580

(gemachtigde: mr. N. Velthorst),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder

(gemachtigde: J.A. Voorn).

Als derde-partij neemt aan deze zaak deel:

de Staat der Nederlanden (de staatsecretaris voor rechtsbescherming).

1. In deze zaak beoordeelt de rechtbank of het Uwv terecht de uitkering van eiser op grond van de Ziektewet (ZW) heeft beëindigd. Eiser is het daar niet mee eens. Hij voert in de kern aan dat hij door de gevolgen van het post Covid syndroom volledig arbeidsongeschikt is. De rechtbank heeft in deze zaak voor de medische beoordeling een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige benoemd.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is omdat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. De rechtbank laat de rechtsgevolgen in stand omdat zij de conclusie van de deskundige kan volgen. Dat betekent dat het beroep van eiser weliswaar gegrond is, maar dat hij inhoudelijk geen gelijk krijgt in deze zaak. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser werkte als [functie] voor 32 uur per week. Hij heeft zich op 17 oktober 2021 ziekgemeld vanwege een Covid-19 infectie. Op 1 november 2021 is eiser hersteld gemeld. Op 8 november 2021 heeft hij zich weer ziekgemeld. De arbeidsovereenkomst is met ingang van 17 mei 2022 niet verlengd.

Naar aanleiding van de Eerstejaars Ziektewet-beoordeling heeft het Uwv met het besluit van 16 januari 2023 de ZW-uitkering beëindigd vanaf 17 februari 2023, omdat hij per 14 november 2022 in staat wordt geacht meer dan 65% van het maatmanloon te verdienen. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Met het bestreden besluit van 11 september 2023 op het bezwaar van eiser is het Uwv bij dat besluit gebleven.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het Uwv heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 25 april 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en zijn partner, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het Uwv. Tijdens deze zitting heeft de rechtbank het onderzoek aangehouden. De rechtbank heeft vragen gesteld aan het Uwv om inzicht te krijgen hoe verzekeringsartsen van het Uwv zaken beoordelen waarin de hoofddiagnose long covid / Post Covid Syndroom (PCS) is en ook op welke wijze er rekening wordt gehouden met de laatste wetenschappelijke inzichten rondom de behandeling van PCS. In het bijzonder wenste de rechtbank een toelichting hoe een urenbeperking in deze zaken door de verzekeringsarts wordt vastgesteld en welke informatie daarvoor relevant is.

Het Uwv heeft op de vragen van de rechtbank gereageerd met het bericht van 21 mei 2024 en het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 17 mei 2024.

Eisers heeft hierop gereageerd met de brief van 12 juni 2024. De rechtbank heeft vervolgens op 11 juli 2024 partijen laten weten dat er een deskundige in deze zaak zal worden benoemd. In deze brief is benadrukt dat het benoemen van een deskundige enige tijd kan duren.

In oktober 2025 heeft de rechtbank verzekeringsarts [A.] als deskundige benoemd (de deskundige). De deskundige heeft onderzoek verricht en de bevindingen vermeld in het rapport van 13 mei 2025. Eiser heeft op het deskundigenrapport gereageerd met het bericht van 24 juni 2025.

Op verzoek van eiser heeft de rechtbank partijen op 10 juli 2025 uitgenodigd voor een behandeling van het beroep op een nadere zitting op 23 september 2025. Eiser heeft op 5 september 2025 een rapport van verzekeringsarts [B.] (partijdeskundige) ingediend. Het Uwv heeft een aanhoudingsverzoek ingediend om inhoudelijk op de rapportage van de partijdeskundige te kunnen reageren. Dit verzoek is toegewezen en de rechtbank heeft partijen uitgenodigd voor de behandeling van het beroep op de nadere zitting van 18 november 2025.

De rechtbank heeft in de tussentijd de deskundige verzocht aan te geven of het rapport de partijdeskundige [B.] aanleiding geeft om haar eigen deskundigenrapport van 13 mei 2025 aan te passen of om de conclusies van het rapport te wijzigen. De deskundige heeft hierop gereageerd met het rapport van 24 oktober 2025.

Partijdeskundige [B.] heeft vervolgens hierop gereageerd met zijn nadere rapport van 5 november 2025. Op 7 november 2025 heeft het Uwv met een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 5 november 2025 gereageerd. Dit is een reactie op het deskundigenrapport van 13 mei 2025, de reactie van eiser op dit deskundigenrapport en het aanvullende deskundigenrapport van 24 oktober 2025. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft met het rapport van 7 november 2025 gereageerd.

De rechtbank heeft het beroep op 18 november 2025 vervolgens op een nadere zitting behandeld. Hierbij waren aanwezig: eiser met zijn partner, bijgestaan door zijn gemachtigde en verzekeringsarts [B.] en de gemachtigde van het Uwv. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek op de zitting gesloten.

Op 15 december 2025 heeft de rechtbank het onderzoek heropend omdat tijdens het raadkameroverleg is gebleken dat de rechtbank niet tot een beslechting van het geschil kon komen vanwege nadere vragen die zij wilde voorleggen aan de deskundige. De rechtbank heeft in een gelijke brief aan partijen van 15 december 2025 haar vragen aan de deskundige gesteld. De deskundige heeft hierop gereageerd met het rapport van 13 januari 2026. Eiser heeft op dit rapport gereageerd met het bericht van 27 januari 2026. Het Uwv heeft met het bericht van 30 januari 2026 en het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 28 januari 2026 gereageerd.

De rechtbank heeft, nadat partijen desgevraagd niet hebben laten weten nog een nadere zitting te wensen, het onderzoek op 30 maart 2026 weer gesloten. De rechtbank heeft nadien de uitspraaktermijnen moeten verlengen.

Beoordeling door de rechtbank

Beoordelingskader

3. Op grond van artikel 19aa, eerste lid, van de ZW behoudt iemand zijn ZW-uitkering als hij na 52 weken nog steeds ongeschikt is tot werken als gevolg van ziekte en minder kan verdienen dan 65% van zijn laatst verdiende loon (maatmaninkomen). Dit percentage wordt berekend door het maatmaninkomen te vergelijken met het loon dat hij kan verdienen in passende functies. Bij deze beoordeling wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de systematiek van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Ook deze beoordeling is gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig en een arbeidskundig onderzoek.

Bij haar beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het Uwv besluiten over iemands arbeidsongeschiktheid mag baseren op rapporten van verzekeringsartsen, mits die rapporten op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen, geen tegenstrijdigheden bevatten en voldoende begrijpelijk zijn. Het is aan eiser om aan te voeren (en zo nodig aannemelijk te maken) dat de rapporten niet aan die zorgvuldigheidseisen voldoen of dat de medische beoordeling onjuist is. Voor het aannemelijk maken dat een medische beoordeling onjuist is, is in principe een rapport van een arts of medisch behandelaar nodig.

De rechtbank benadrukt verder dat bij deze beoordeling van belang is dat het gaat om de medische situatie van eiser op de zogenaamde datum in geding, de beoordelingsdatum. Deze datum is 14 november 2022.

De inhoudelijke medische beoordeling

Eiser voert aan dat de medische beoordeling onjuist is. Hij heeft vermoeidheidsklachten en concentratieproblemen nadat hij besmet is geraakt met het coronavirus. Ook heeft hij last van hoofdpijn, lage prikkeltolerantie, hersenmist, hartkloppingen, pijn in zijn lichaam, verminderde inspanningstolerantie en geheugenproblemen. De beperkingen die het Uwv heeft aangenomen, met name de urenbeperking, zijn volgens hem onvoldoende. Eiser meent dat een ruimere urenbeperking dan 6 uur per dag en 30 uur per week voor hem had moeten worden aangenomen. Om dit te onderbouwen heeft eiser een brief van de ergotherapeut van 13 februari 2024, rapportages van de fysiotherapeut, informatie van de huisarts en een bewijs van deelname aan een wetenschappelijke studie long covid van 16 juni 2023 overgelegd. Volgens eiser is zijn dagverhaal onvoldoende uitgevraagd en te rooskleurig weergegeven. In het bijzonder is onvoldoende rekening gehouden met zijn recuperatiebehoefte.

In de standpunten van partijen en in wat naar aanleiding van de door de rechtbank gestelde vragen door partijen naar voren is gebracht, heeft de rechtbank aanleiding gezien om een verzekeringsarts als onafhankelijk deskundige te benoemen. De rechtbank heeft de deskundige onder meer gevraagd de gezondheidssituatie van eiser per datum in geding te beoordelen en of de deskundige kan instemmen met de vastgestelde beperkingen zoals het Uwv deze in de FML heeft vastgesteld. In het bijzonder is de deskundige gevraagd of zij zich met het standpunt van de verzekeringsarts van het Uwv kan verenigen dat eiser op de datum in geding in staat was 6 uur per dag en 30 uur per week te werken en dat hij in staat was om ’s avonds te werken en in ploegen-/wisseldienst te werken. Zo niet, heeft de rechtbank gevraagd om inzichtelijk te maken welke urenbeperking wél passend is. Daarbij is gevraagd expliciet het standpunt van eiser te betrekken over zijn energetische beperkingen en verhoogde recuperatiebehoefte waarmee volgens hem het ziektebeeld gepaard gaat en blijkt uit zijn dagverhaal.

Het deskundigenrapport

Eiser is door de deskundige gezien op 19 maart 2025 en is lichamelijk en psychisch onderzocht. De deskundige heeft ook dossier- en literatuur onderzoek verricht. Volgens de deskundige is geen sprake van een in het Schattingsbesluit vastgelegde uitzondering op basis waarvan geen benutbare mogelijkheden aangenomen kunnen worden. Conform de beoordeling van het Uwv acht de deskundige eiser niet volledige arbeidsongeschikt. De deskundige komt verder tot de conclusie dat de beperkingen die de primaire verzekeringsarts (en de verzekeringsarts bezwaar en beroep) heeft aangenomen in de rubrieken 1, 2, 4 en 5 van de FML medisch gezien passend zijn bij de belastbaarheid van eiser.

Ten aanzien van de urenbeperking stelt de deskundige voorop dat er een medische indicatie bestaat om een urenbeperking aan te brengen in passende arbeid. Er is bij PCS sprake van een objectieve aandoening, waarvan bekend is dat die gepaard kan gaan met sterk energieverlies. Om te beoordelen hoe groot deze urenbeperking is, moet volgens het Schattingsbesluit gekeken worden naar activiteiten die betrokkene wel kan verrichten. Dit wordt bepaald middels informatie van de medische specialisten, een anamnestisch onderzoek met onder andere de daginvulling. Daarna dient een afweging plaats te vinden op basis van interne en externe consistentie , zodat aan het objectiveringsprincipe wordt voldaan. Gelet op de energetische klachten van eiser bij het kunnen functioneren, ten gevolge van zijn long covid en ADHD, is een hele forse urenbeperking niet aannemelijk bovenop de reeds inhoudelijk aangepaste werkzaamheden. Daarbij is relevant dat energieverlies aannemelijk is, omdat het verhaal van energieproblemen consistent aanwezig is en vermoeidheid tot uiting komt in zijn dagverhaal met licht verhoogde recuperatie. Eiser kan hierbij echter wel activiteiten verrichten gedurende de dag. Gezien zijn covid klachten/energie- en vermoeidheidsklachten zijn nachtdiensten volgens de deskundige niet aan te bevelen. Er is daarom sprake van een (aanvullende) beperking voor nachtdiensten. Deze beperking wordt toegevoegd aan de FML. Volgens de deskundige is de urenbeperking in passende arbeid van 6 uur per dag en 30 uur per week adequaat door het Uwv onderbouwd, rekening houdend met de verzekeringskundige eisen.

De reactie van eiser en zijn partijdeskundige

In reactie op het deskundigenrapport stelt eiser in zijn bericht van 24 juni 2025 dat het rapport van de deskundige inhoudelijk zeer summier is en onvoldoende inzichtelijk is onderbouwd, met name op het onderdeel van de urenbeperking. Eiser stelt dat de urenbeperking onvoldoende adequaat is onderbouwd, omdat er inhoudelijk geen (kenbare) relatie wordt gelegd met het dagverhaal. Eiser vindt ook dat onvoldoende is doorgevraagd over het functioneren door de dag heen en ook hoe het verminderde functioneren zich verhoudt tot de dagelijkse duurbelastbaarheid. Volgens eiser is de onderbouwing gebaseerd op een momentopname van het onderzoek, en dit is onjuist. Er is volstrekt onvoldoende ingegaan op het door eiser aan de deskundige overhandigd document, waarin een uitgebreide anamnese is opgenomen en een overzicht van klachten en beperkingen, waaronder PEM, is benoemd. De deskundige had hierop volgens eiser grondig moeten doorvragen.

Eiser heeft op 5 september 2025 een rapport van zijn partijdeskundige (verzekeringsarts) [B.] van 3 september 2025 ingediend, waarin de partijdeskundige in gaat verzekeringsgeneeskundig onderzoek van het Uwv en op het rapport van de door de rechtbank benoemde deskundige. Bij het rapport van de partijdeskundige is een gedetailleerd dagverhaal van eiser ten tijde van november 2022 van twee dagen, overgelegd. Volgens partijdeskundige [B.] is door het Uwv in voldoende mate rekening gehouden met de beperkingen van eiser ten aanzien van de rubrieken persoonlijk functioneren, sociaal functioneren, dynamische handelingen en statische houdingen. Volgens [B.] is de ernst van de vermoeidheidsklachten van eiser echter onvoldoende onderkend door de verzekeringsartsen van het Uwv. Eiser heeft namelijk last van forse vermoeidheidsklachten en hij zit overdag veel op de bank vanwege verminderde energie. Volgens de partijdeskundige is dit het gevolg van een toegenomen recuperatienoodzaak en of herstelbehoefte. Partijdeskundige [B.] wijst erop dat uit de standaard ‘‘Duurbelastbaarheid in Arbeid’’ (standaard Duurbelastbaarheid) blijkt dat een toegenomen recuperatiebehoefte een maat is voor verminderde duurbelastbaarheid. Een representatief en nauwkeurig dagverhaal moet daarom een wezenlijk onderdeel zijn van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek. Volgens de partijdeskundige ontbreekt in de diverse verzekeringsgeneeskundige onderzoeken van eiser dit onderdeel. Slechts in grote lijnen wordt aangegeven hoe het dagverhaal van eiser eruitziet. Partijdeskundige [B.] heeft eiser daarom gevraagd om gedetailleerd aan te geven wat hij ten tijde van verzekeringsgeneeskundig onderzoek in het kader van de EZWB op een dag deed. Volgens [B.] zijn dit representatieve dagverhalen. De partijdeskundige komt tot de conclusie dat eiser 4 uur per dag en 20 uur per week belastbaar is te achten, gelet op het gegeven dat hij nog forse klachten heeft, dat hij rustmomenten moet inbouwen en afscheid moest nemen van een aantal hobby’s. Daarbij wijst de partijdeskundige op pagina 22 van de standaard Duurbelastbaarheid, dat een duurbelastbaarheid van gemiddeld ongeveer vier uur per dag aan de orde is als er na ongeveer vier uur werken een zodanige recuperatietijd nodig is dat binnen dezelfde dag (vrijwel) in het geheel geen arbeidsprestatie meer kan worden geleverd.

Nadere reacties van de deskundige en partijdeskundige

De rechtbank heeft de deskundige verzocht om aan te geven of de reactie van de partijdeskundige van 3 september 2025 aanleiding geeft om het deskundigenrapport van 13 mei 2025 aan te passen of om de conclusies van dat rapport te wijzigen. In haar rapport van 24 oktober 2025 heeft de deskundige kritiek op de wijze waarop de partijdeskundige verzekeringsarts [B.] het onderzoek heeft uitgevoerd. Volgens de deskundige is sprake van een onvolledige medische beoordeling die niet voldoet aan de eisen van de standaard Duurbelastbaarheid doordat geen fysiek consult of persoonlijk contact met eiser is geweest, de partijdeskundige niet het volledige medische dossier tot zijn beschikking heeft gehad en achteraf dagverhalen zijn opgesteld. De deskundige plaatst vraagtekens of de dagverhalen die drie jaar later door eiser met terugwerkende kracht zijn opgesteld, objectieve informatie bevatten. Bovendien wijst de deskundige erop dat het dagverhaal zoals eiser dat nu heeft opgemaakt grotendeels tegenstrijdig is met het dagverhaal zoals aangegeven in de EZWB-beoordeling in 2022. Aldus heeft het rapport van de partijdeskundige geen aanleiding gegeven tot wijzigen van (conclusies uit de) rapportage van de deskundige.

Eiser heeft op 6 november 2025 een rapport van zijn partijdeskundige van 5 november 2025 ingediend, waarbij de partijdeskundige [B.] reageert op het laatste bericht van de deskundige. Samengevat houdt deze reactie in dat er door de deskundige vooral op de vorm, maar niet op de inhoud van zijn rapport wordt gereageerd. De partijdeskundige licht vervolgens in zijn nadere reactie toe op welke wijze hij het onderzoek heeft uitgevoerd alsook de achtergrond van de keuzes hij daarbij heeft gemaakt.

De reactie van het Uwv

Het Uwv heeft op 7 november 2025 met het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 5 november 2025 gereageerd, waarbij wordt ingegaan op het deskundigenrapport van 13 mei 2025, de reacties van eiser op dit deskundigenrapport en de aanvullende reactie van de deskundige van 24 oktober 2025. De verzekeringsarts bezwaar en beroep kan zich vinden in het deskundigenrapport van 13 mei 2025 en heeft voor eiser in de FML een aanvullende beperking voor nachtdiensten opgenomen en voorgelegd aan de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. De aanpassing van de FML leidt niet tot een gewijzigde arbeidskundige conclusie. Eiser blijft per EWZW 32,32% arbeidsongeschikt en kan op 14 november dus meer dan 65% van het maatmaninkomen verdienen.

Een urenbeperking in passende arbeid van 6 uur per dag en 30 uur per week acht de verzekeringsarts bezwaar en beroep passend en plaatst net als de deskundige vraagtekens bij een dagverhaal dat bijna 3 jaar na datum is opgesteld met vermelding van activiteiten per half uur. De verzekeringsarts bezwaar en beroep wijst er vervolgens op dat de primaire verzekeringsarts een beknopt dagverhaal heeft genoteerd, maar dat er ook in de algemene primaire anamnese en ook in de anamnese in bezwaar aanknopingspunten aanwezig zijn dat eiser redelijk actief is, en af en toe tussentijds moet rusten. De verzekeringsarts bezwaar en beroep meent dat de reeds aangenomen urenbeperking hieraan tegemoet komt.

Heropening van het onderzoek: aanvullende vragen aan de deskundige

De rechtbank heeft middels een heropening van het onderzoek aanvullende vragen aan de deskundige. Aanleiding voor deze vragen is de beroepsgrond van eiser dat zijn dagverhaal onvoldoende plek heeft gekregen in de beoordeling van de urenbeperking. Eiser heeft met het rapport van zijn partijdeskundige van 3 september 2025 onderbouwd aangevoerd dat de beoordeling van de urenbeperking niet zou voldoen aan de standaard Duurbelastbaarheid.

Volgens onderdeel 5 ‘‘Het dagverhaal/functioneren in de thuissituatie / privésituatie’’ van de standaard Duurbelastbaarheid is een toegenomen recuperatienoodzaak, uitgedrukt in uren per dag, een maat voor een verminderde duurbelastbaarheid. Daarom moet een representatief en nauwkeurig dagverhaal een wezenlijk onderdeel zijn van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek. De rechtbank heeft zich de vraag gesteld hoe dit zich verhoudt tot het dagverhaal zoals dit in het rapport van de primaire verzekeringsarts van 30 november 2022 is opgenomen en dat is gevolgd door de verzekeringsarts bezwaar en beroep in het rapport van 30 augustus 2023 alsmede hoe en op welke wijze het dagverhaal van de urenbeperking door de onafhankelijke deskundige is beoordeeld. Daarbij heeft de rechtbank zich ook de vraag gesteld of en in hoeverre de onafhankelijke deskundige het dagverhaal heeft gevolgd zoals het is opgenomen in het rapport van de primaire verzekeringsarts, omdat geen aanvullend dagverhaal in het rapport van de onafhankelijk deskundige is opgenomen, althans daarvan geen verslaglegging is opgenomen. Daarnaast heeft de rechtbank de deskundige verzocht om inhoudelijk in te gaan op de kritiek van de partijdeskundige dat het dagverhaal niet voldoet aan de elementen zoals vermeld in de standaard Duurbelastbaarheid.

De onafhankelijk deskundige heeft in haar rapport van 13 januari 2026 antwoord gegeven op de nadere vragen van de rechtbank. Aan de hand van de standaard Duurbelastbaarheid is nader toegelicht dat de vaststelling van de duurbelastbaarheid door de verzekeringsarts uit meerdere factoren bestaat, namelijk: aspecten van de anamnese, eigen onderzoek, aard en ernst van de aandoening, de behandeling, het dagverhaal/functioneren in de thuissituatie/privésituatie, deconditionering, het herstel- en participatiegedrag, het historisch functioneren inclusief verzuimhistorie, waarnemingen door derden, persoonlijkheidsaspecten, cognities en psychodynamische mechanismen en aanvullende gegevens. Het dagverhaal is één van deze aspecten. Al deze factoren dienen te worden meegewogen in de vaststelling van de duurbelastbaarheid.

Bij eiser is sprake van een stoornis in de energiehuishouding. Volgens de onafhankelijke deskundige laat een stoornis in de energiehuishouding zich moeilijk rechtstreeks meten of uitdrukken in een maat voor een beperkte duurbelastbaarheid. Een stoornis in de energiehuishouding leidt niet meteen tot een beperkte duurbelastbaarheid in algemene zin. De deskundige heeft benadrukt dat in de standaard Duurbelastbaarheid is aangegeven dat eerst de inhoudelijke beperkingen voor arbeid in de FML moeten worden vastgesteld. Deze beperkingen in arbeid hebben ook invloed op de energiehuishouding. Daarna wordt gekeken en beoordeeld of nog meer recuperatie nodig is, waarvoor een urenbeperking en in welke mate, nodig is.

De deskundige heeft verder toegelicht dat dit in het geval van eiser ook zo is gebeurd. Voor eiser zijn inhoudelijke beperkingen gegeven voor arbeid en daarna is onderbouwd, met behulp van de mogelijkheden die eiser op een dag heeft, een urenbeperking toegepast. Toegelicht is dat een verzekeringsarts, op basis van het Schattingsbesluit, bepaalt in welke mate een logische en consistente samenhang bestaat tussen de onderzoeksbevindingen en de aard en de ernst van de aandoening in verband met de noodzaak tot extra recuperatie. In de verzekeringskundige beoordeling moet sprake zijn van ziekte of gebrek en dient sprake te zijn van een consistent geheel aan beperkingen met interne en externe consistentie. Dit betekent volgens de onafhankelijk deskundige dat een subjectieve klachtenbeleving wel wordt meegewogen maar dat dit niet direct één op één vertaald moet worden naar beperkingen. De onafhankelijke deskundige heeft toegelicht dat dit ook geldt voor de beoordeling van het dagverhaal van eiser, dat een consistent geheel moet zijn van alle klachten, gegevens, uitslagen en objectieve gegevens.

Op basis van de inhoud van het rapport van de primaire verzekeringsarts van 30 november 2022, het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 30 augustus 2023 en het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 12 maart 2024, waarbij subjectieve klachten geobjectiveerd worden op basis van consistentie van de subjectieve klachten, wordt volgens de deskundige inconsistentie vastgesteld. Eiser geeft aan dat hij cognitieve en vermoeidheidsklachten heeft, maar die worden niet vastgesteld bij objectief onderzoek van de verzekeringsartsen (o.a. dagverhaal en activiteiten) en ook komt dit niet naar voren bij de revalidatie [naam] . Bovendien zijn geen medisch objectieve afwijkingen vastgesteld bij specialistisch onderzoek door de neuroloog. Dat betekent volgens de deskundige dat de beperkingen zoals eiser die claimt niet aangenomen kunnen worden. Het dagverhaal van betrokkene is slechts één van de onderdelen om de recuperatienoodzaak vast te stellen. Daarbij wijst de deskundige er op dat het dagverhaal op de datum van beoordeling, november 2022, activiteiten bevatten die niet meer worden benoemd in het in 2025 opgestelde dagverhaal. Er is, in de onderbouwing van de urenbeperking van 6 uur per dag, 30 uren per week, bovenop de inhoudelijke beperkingen op de FML volgens de deskundige rekening gehouden met alle factoren die nodig zijn om de urenbeperking vast te stellen conform het Schattingsbesluit en de standaard Duurbelastbaarheid.

De rechtbank stelt voorop dat het uitgangspunt is dat de bestuursrechter het oordeel van een onafhankelijke door haar ingeschakelde deskundige volgt als deze deskundige het standpunt inzichtelijk heeft gemotiveerd. Dit uitgangspunt volgt, zoals op de nadere zitting is besproken, uit vaste rechtspraak.

Niet ter discussie staat dat er bij eiser sprake is van een objectieve aandoening, PCS, waarvan bekend is dat die gepaard kan gaan met een sterk energieverlies en er dus een medische indicatie bestaat voor een urenbeperking in passende arbeid. De deskundigen verschillen niet van mening over de inhoudelijk vastgestelde beperkingen in de rubrieken 1, 2, 4 en 5 van de FML. Niet in geschil is verder dat de urenbeperking moet worden vastgesteld aan de hand van de standaard Duurbelastbaarheid. Waarin de deskundigen van mening verschillen is hoe hoog deze urenbeperking bovenop de inhoudelijke beperkingen in de FML moet zijn en in het bijzonder of met eisers forse vermoeidheidsklachten en daarmee samenhangende (verhoogde) recuperatienoodzaak (oftewel herstelbehoefte), voldoende rekening is gehouden bij de vaststelling van de urenbeperking.

De deskundige heeft naar het oordeel van de rechtbank navolgbaar toegelicht dat er bovenop de aangenomen inhoudelijke beperkingen voor arbeid in de FML geen aanleiding bestaat om een verdergaande urenbeperking dan het Uwv heeft gedaan, aan te nemen. Hoewel de rechtbank ziet dat het dagverhaal in het verzekeringsgeneeskundig onderzoek van de primaire verzekeringsarts in november 2022 summier is uitgevraagd, vormt het dagverhaal niet het enige element volgens de standaard Duurbelastbaarheid om een verhoogde herstelbehoefte en daarmee verminderde duurbelastbaarheid vast stellen. In dat kader wijst de deskundige op de onderzoeksbevindingen van de verzekeringsartsen van het Uwv en het anamnestische onderzoek waarbij de ernstige vermoeidheidsklachten en concentratieproblemen niet zijn geobjectiveerd. Ook uit de informatie van de behandelend sector, zoals de revalidatie bij [naam] en de bevindingen van de neuroloog volgen deze klachten niet. Dat volgens de partijdeskundige het achteraf opgestelde dagverhaal een verhoogde herstelbehoefte onderbouwt, is niet voldoende om te twijfelen aan de medische beoordeling van de deskundige. Los van het feit het dagverhaal en daarmee de subjectieve beleving van de klachten niet het enige element is aan de hand waarvan de duurbelastbaarheid wordt vastgesteld, is de waardering van een drie jaar na datum in geding opgesteld dagverhaal moeizaam en staan hierin bovendien diverse activiteiten niet langer benoemd die wel worden beschreven in het dagverhaal in 2022. Bovendien heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de reactie van 5 november 2025 er op gewezen dat een beknopt dagverhaal is genoteerd, maar ook in de algemene primaire anamnese en de anamnese in bezwaar aanknopingspunten zijn te vinden dat eiser redelijk actief is, maar tussentijds af en toe moet rusten, waaraan de vastgestelde urenbeperking tegemoet komt.

Aldus kan de rechtbank de conclusie van de deskundige volgen dat het dagverhaal uit 2022 voldoende representatief is om en er tezamen met de andere beoordelingsfactoren uit de standaard Duurbelastbaarheid geen aanleiding bestaat om een verdergaande urenbeperking aan te nemen. Naar het oordeel van de rechtbank geeft het deskundigenrapport van 13 mei 2025 met de beantwoording van de vragen door de deskundige op 13 januari 2026, blijk van een zorgvuldig onderzoek. De deskundige heeft alle medische informatie in de beoordeling betrokken en heeft haar standpunt inzichtelijk en consistent gemotiveerd.

De arbeidskundige beoordeling

Eiser voert aan dat hij in het geheel geen deadlines en productiepieken aankan. Volgens de partijdeskundige van eiser is het in elke loonvormende arbeid noodzakelijk dat er in ieder geval een deadline is die behaald moet worden. De partijdeskundige van eiser kan zich niet goed voorstellen dat de arbeidskundigen van het Uwv de functies schadecorrespondent, huishoudelijk medewerker gebouwen en assemblagemedewerker hebben kunnen duiden voor eiser.

Wat eiser heeft aangevoerd geeft geen aanleiding voor het oordeel dat de geselecteerde functies in medisch opzicht niet voor hem geschikt zijn. In de (nieuw opgestelde) FML van 5 november 2025 is eiser in de categorie persoonlijk functioneren aangewezen op werk zonder veelvuldige deadlines of productiepieken. Het Uwv heeft navolgbaar toegelicht dat geen van de geselecteerde functies een kenmerkende belasting kent op deadlines en productiepieken. Dit blijkt eveneens uit het resultaat functiebeoordeling. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Overschrijding redelijke termijn

Eiser heeft recht op schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Gelet hierop heeft de rechtbank de Staat na sluiting van het onderzoek aangemerkt als derde-belanghebbende. Omdat het bedrag van de schadevergoeding minder dan € 5.000,- is, hoeft de Minister van Justitie en Veiligheid niet in de gelegenheid te worden gesteld hierop verweer te voeren. De rechtbank heeft het onderzoek daarom niet heropend.

De redelijke termijn vangt aan op het moment waarop een bezwaarschrift wordt ingediend tegen het primaire besluit. Voor de procedure in eerste aanleg (bezwaar en beroep) is de redelijke termijn in beginsel niet overschreden als die procedure in haar geheel niet langer dan twee jaar heeft geduurd. De behandeling van het bezwaar mag ten hoogste een half jaar duren en de behandeling van het beroep ten hoogste anderhalf jaar.

Omdat de termijn op 31 januari 2023 is aangevangen (de datum waarop het Uwv het bezwaarschrift van eiser heeft ontvangen) en de rechtbank (eind)uitspraak doet op 22 juli 2026, heeft de procedure in eerste aanleg bijna drieënhalf jaar geduurd. Er doen zich geen bijzondere omstandigheden voor die een langere termijn dan twee jaar rechtvaardigen. De redelijke termijn is daarom overschreden met bijna anderhalf jaar. Dat betekent dat eiser gelet op het forfaitaire tarief van € 500,- per half jaar (waarbij het totaal van de overschrijding naar boven wordt afgerond), recht heeft op een schadevergoeding van

€ 1.500,-.

De bezwaarfase heeft (gerekend vanaf de ontvangst van het bezwaarschrift op 31 januari 2023 tot het besluit op bezwaar van 11 september 2023) acht maanden geduurd. De termijnoverschrijding is volledig toe te rekenen aan de rechtbank. Dat leidt ertoe dat de Staat de schadevergoeding aan eiser moet betalen.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. Maar de rechtbank laat met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand. De deskundige bevestigt de medische beoordeling van de verzekeringsartsen van het Uwv en heeft een aanvullende beperking aangenomen voor nachtdiensten. Deze beperking is door het Uwv ook overgenomen in de FML. Tevens is door de deskundige uitgebreid gemotiveerd waarom de aangenomen urenbeperking door het Uwv in het geval van eiser passend is. Het motiveringsgebrek is hierdoor hersteld met de rapporten van de deskundige van 13 mei 2025 en 13 januari 2026. Dat betekent dat het beroep van eiser weliswaar gegrond is, maar dat hij inhoudelijk geen gelijk krijgt in deze zaak, nu de aanvullende beperking in de FML niet leidt tot een wijziging in de conclusie dat hij per EWZW meer dan 65% van het maatmaninkomen kan verdienen.

Proceskostenveroordeling

Omdat het beroep gegrond is moet Uwv het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt eiser ook een vergoeding van zijn proceskosten.

Het Uwv moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiser een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. De gemachtigde heeft een beroepschrift (1 punt) ingediend, heeft aan de zitting (1 punt) en de nadere zitting (0,5 punt) van de rechtbank deelgenomen en een schriftelijke zienswijze ingediend na het verslag van het deskundigenonderzoek (0,5 punt). De vergoeding bedraagt dan in totaal € 2.802,-.

Eiser heeft verzocht om vergoeding van de kosten van de door hem ingeschakelde partijdeskundige [B.] . Eiser heeft deze kosten onderbouwd met een factuur van 3 september 2025.

De kosten van een deskundige komen voor vergoeding in aanmerking als het inroepen van die deskundige redelijk was en de deskundigenkosten zelf ook redelijk zijn. De rechtbank acht het inroepen van het Medisch Advies Loket door eiser redelijk. Daarvoor is van belang dat eiser, gezien de feiten en omstandigheden zoals die bestonden op het moment dat hij het Medisch Advies Loket inschakelde, ervan mocht uitgaan dat het Medisch Advies Loket een relevante bijdrage zou leveren aan een voor hem gunstige beantwoording door de rechtbank van een voor de uitkomst van het geschil relevante vraag, namelijk: wat is de belastbaarheid en daarmee de mate van arbeidsongeschiktheid van eiser per 14 november 2022?

De rechtbank toetst vervolgens of de door eiser geclaimde kosten redelijk zijn. In het Besluit tarieven in strafzaken 2003 is hiervoor een forfaitair uurtarief vastgesteld van

€ 162,63 exclusief BTW. Uit de factuur die eiser heeft overgelegd blijkt dat partijdeskundige [B.] 5 uur aan het rapport van 3 september 2025 heeft besteed. De rechtbank acht dit niet onredelijk lang, gelet op de omvang en inhoud van het rapport en de werkzaamheden die partijdeskundige [B.] heeft verricht. De rechtbank stelt de kostenvergoeding voor het rapport van 3 september 2025 daarom vast op € 813,15 wat inclusief 21% BTW neerkomt op een bedrag van € 983,91. Het totale bedrag aan proceskosten dat verweerder aan eiser moet vergoeden is daarmee € 3785,91.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 11 september 2023;

- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;

- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot betaling van een schadevergoeding aan eiser van € 1.500,-;

- bepaalt dat Uwv het griffierecht van € 50,- aan eiser moet vergoeden;

- veroordeelt Uwv tot betaling van € 3.785,91 aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Spee, rechter, in aanwezigheid van

mr. G.M.C.P. Maarhuis, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand