ECLI:NL:RBMNE:2026:7653

ECLI:NL:RBMNE:2026:7653

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 07-10-2026
Datum publicatie 30-10-2026
Zaaknummer 12260847 \ UC EXPL 26-4707
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Bemiddelingsovereenkomst. Uitleg. De vraag in deze zaak is of partijen met verkoopprijs hebben bedoeld: 1. de verkoopprijs die met de koper is afgesproken voor de auto of 2. de daadwerkelijk gerealiseerde opbrengst van de auto.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 12260847 \ UC EXPL 26-4707

Vonnis van 7 oktober 2026 (bij vervroeging)

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. E. Pimentel,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met bijlagen 1 tot en met 7- de conclusie van antwoord

- de mondelinge behandeling van 11 september 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

Op de mondelinge behandeling is bepaald dat uiterlijk 14 oktober 2026 uitspraak wordt gedaan. De uitspraak is eerder klaar en volgt daarom bij vervroeging op 7 oktober 2026.

2. De kern van de zaak

[gedaagde] heeft bemiddeld bij de verkoop van de auto van [eiser] . Partijen hebben afgesproken dat [gedaagde] de verkoopprijs van de auto, na aftrek van de bemiddelingskosten, aan [eiser] zou betalen. De vraag in deze zaak is of partijen met verkoopprijs hebben bedoeld:

de verkoopprijs die met de koper is afgesproken voor de auto van [eiser] van € 75.500,00, of

de daadwerkelijk gerealiseerde opbrengst van de auto van € 71.000,00.

De kantonrechter oordeelt dat de eerste uitleg tussen partijen is afgesproken en wijst de vorderingen van [eiser] toe.

3. De beoordeling

De uitleg van de overeenkomst volgens partijen

[gedaagde] is een bedrijf dat bemiddelt bij de verkoop en aankoop van auto’s. [eiser] heeft met [gedaagde] afgesproken dat zij zou bemiddelen bij de verkoop van de Mercedes-Benz van [eiser] . Daarbij is afgesproken dat [gedaagde] de verkoopprijs van de Mercedes-Benz, na aftrek van de bemiddelingskosten van € 2.250, aan [eiser] zou betalen.

Volgens [eiser] is de verkoopprijs € 75.500. Dit bedrag is gelijk aan de met koper afgesproken verkoopprijs van de Mercedes-Benz. Deze verkoopprijs is genoemd in de met koper vastgelegde koopovereenkomst. Volgens [gedaagde] is de verkoopprijs € 71.000. Dit is de daadwerkelijk gerealiseerde opbrengst voor de Mercedes-Benz. Er was namelijk een inruilauto van de koper bij de verkoop van de Mercedes-Benz betrokken. De inruilwaarde van de inruilauto is door [gedaagde] met de koper van de Mercedes-Benz op € 17.500 vastgesteld. Maar de inruilauto is uiteindelijk voor minder verkocht namelijk voor € 13.000. Dat bedrag was aan [gedaagde] al geboden door handelaren in zijn netwerk, toen hij de overeenkomst sloot. [gedaagde] bood uit onderhandelingstactiek wat meer, om de koper van de Mercedes-Benz van [eiser] over de streep te trekken. De daadwerkelijk gerealiseerde opbrengst is dus € 71.000.

De regels bij de uitleg van de overeenkomst tussen [gedaagde] en [eiser]

Het is vaste rechtspraak dat bij de uitleg van een mondelinge overeenkomst, zoals de bemiddelingsovereenkomst tussen [eiser] en [gedaagde] , moet worden gekeken naar welke bedoeling de partijen bij een onderdeel van de overeenkomst hebben gehad. Het is daarbij belangrijk wat partijen gezegd en gedaan hebben, en wat zij op grond daarvan van elkaar mochten verwachten. Hierbij speelt ook een rol om wat voor partijen het gaat. De ene partij heeft bijvoorbeeld veel ervaring met het sluiten van bepaalde overeenkomsten, de andere doet dat bijna nooit. Dat alles moet bij de uitleg van een overeenkomst worden betrokken. Bovendien is niet alleen het gedrag rondom het sluiten van de overeenkomst van belang. Ook wat partijen na het sluiten van de overeenkomst gedaan hebben, kan een rol spelen bij het bepalen wat partijen zijn overeengekomen.

De uitleg van de overeenkomst tussen [gedaagde] en [eiser] volgens de kantonrechter

[gedaagde] heeft aan [eiser] € 68.750 voor de deal van de Mercedes-Benz betaald. Dit is de gerealiseerde opbrengst van € 71.000 na aftrek van de bemiddelingskosten van € 2.250. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] te weinig aan [eiser] heeft betaald. [gedaagde] had aan [eiser] € 73.250 moeten betalen, omdat partijen dat hebben afgesproken. Partijen hebben afgesproken dat [gedaagde] aan [eiser] de met de koper overeengekomen verkoopprijs (en die was € 75.500), na aftrek van de bemiddelingskosten van € 2.250, zou betalen. Bij deze uitleg van de mondelinge afspraak betrekt de kantonrechter de volgende omstandigheden:

In de koopovereenkomst met de koper staat als verkoopprijs het bedrag van € 75.500 expliciet genoemd.

[gedaagde] sluit als bemiddelaar regelmatig zulke koopovereenkomsten, maar [eiser] niet.

In de door partijen overeengekomen algemene voorwaarden van [gedaagde] staat dat opdrachtgever ( [eiser] ) voor de verkoopbegeleiding een vergoeding aan [gedaagde] moet betalen en deze vergoeding op de verkooptransactie wordt ingehouden. Dit staat ook in de bemiddelingsovereenkomst. In de bemiddelingsovereenkomst en algemene voorwaarden van [gedaagde] staat nergens dat er een ander bedrag op de verkooptransactie wordt ingehouden, zoals het eventuele verlies van een bij de verkoop betrokken inruilauto van de koper.

[eiser] heeft niks met de inruilauto te maken, terwijl [gedaagde] invloed heeft op de omstandigheid dat de inruilauto met winst of verlies wordt verkocht. Zo bepaalt [gedaagde] de waarde van de inruilauto die van de verkoopprijs mag worden afgetrokken en de prijs waarvoor de inruilauto verkocht wordt.

[gedaagde] heeft [eiser] voor het sluiten van de koopovereenkomst met de koper niet op de hoogte gebracht van de inruilwaarde en het feit dat de werkelijke opbrengt van koop voor [eiser] minder was dan de met koper afgesproken verkoopprijs. Tijdens de onderhandelingen met de koper heeft [gedaagde] dit niet tussendoor bij [eiser] benoemd. Bovendien heeft [eiser] bij het sluiten van de koopovereenkomst, de schriftelijke koopovereenkomst met de koper, waarin de waarde van de inruilauto stond, niet gezien. [eiser] heeft de koopovereenkomst twee maanden na de koop pas ontvangen (van de koper).

Door dit alles mocht [eiser] redelijkerwijs verwachten dat hij de daadwerkelijke verkoopprijs van € 75.500, na aftrek van de bemiddelingskosten, van [gedaagde] zou ontvangen. Dat betekent dat [gedaagde] het bedrag voor het verlies van de inruilauto van € 4.500 aan [eiser] moet betalen.

De uitkomst zou anders zijn geweest als [gedaagde] :

In de bemiddelingsovereenkomst en/of de algemene voorwaarden had benoemd dat, naast de bemiddelingsvergoeding, een eventueel verlies van de waarde van de inruilauto voor rekening van de opdrachtgever komt.

Vast zou komen te staan dat [gedaagde] (tijdens de onderhandelingen) duidelijk had benoemd a) wat de met de koper afgesproken waarde van de inruilauto is, b) wat de inruilauto daadwerkelijk oplevert en c) dat dit betekent dat dit verlies op de inruilauto van de verkoopprijs van de koper wordt afgetrokken en d) wat dan tussen [eiser] en [gedaagde] zal gelden als de verkoopprijs die [gedaagde] (na aftrek van de bemiddelingskosten) zal uitkeren aan [eiser] .

De kantonrechter raadt [gedaagde] daarom aan dit voortaan goed vast te leggen, zodat er achteraf ook geen discussie over kan bestaan. De uitleg die [gedaagde] wél aan [eiser] heeft gegeven, was niet toereikend. Die hield niet meer in dat aan [eiser] is gevraagd of [gedaagde] de auto voor minder dan € 75.500 mocht verkopen (wat mocht) en of [gedaagde] ‘korting op de handelsprijs van de inruilauto mocht geven’. [eiser] , die verder niet op de hoogte is gehouden van de onderhandelingen, heeft daardoor niet hoeven begrijpen dat de verkoopprijs (€ 75.500) waarop hij recht had en de werkelijke verkoopopbrengst (€ 71.000) van zijn auto uiteen gingen lopen.

[gedaagde] moet aan [eiser] de wettelijke rente betalen

[gedaagde] moet over het bedrag van € 4.500 vanaf 20 maart 2026 wettelijke rente betalen. [eiser] heeft [gedaagde] in de brief van 11 maart 2026 in gebreke gesteld en gesommeerd om binnen acht dagen het bedrag van € 4.500 aan hem te betalen. [gedaagde] heeft dat niet gedaan en is daarom vanaf 20 maart 2026 in verzuim.

[gedaagde] moet de buitengerechtelijke kosten van € 575 betalen

[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) is van toepassing. [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Daarom heeft [eiser] recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden voor een bedrag van € 575. Dit bedrag volgt uit de staffel die op het Besluit is gebaseerd.

[gedaagde] moet de proceskosten van [eiser] betalen

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

155,67

- griffierecht

€

265,00

- salaris gemachtigde

€

720,00

(2 punten × € 360,00)

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.284,67

De door [eiser] gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf veertien dagen nadat [gedaagde] is aangeschreven.

Als [gedaagde] niet binnen veertien dagen nadat [eiser] daar schriftelijk om heeft gevraagd aan de veroordelingen voldoet en [eiser] het vonnis daarna door een deurwaarder laat betekenen, moet [gedaagde] de kosten van betekening betalen. Ook daarover is [gedaagde] dan wettelijke rente verschuldigd en wel vanaf de dag van de betekening.

De uitspraak wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard

[eiser] heeft gevorderd om dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren en dat wordt toegewezen. Dat betekent dat de veroordelingen direct moeten worden nagekomen en dat het vonnis zijn werking behoudt als hoger beroep wordt ingesteld, totdat de rechter in hoger beroep uitspraak heeft gedaan.

4. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 4.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 20 maart 2026 tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 575,00 aan buitengerechtelijke kosten,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.284,67, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek vanaf de dag van de betekening tot de dag van volledige betaling,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. Overmars en in het openbaar uitgesproken op 7oktober 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand