ECLI:NL:RBMNE:2026:7752

ECLI:NL:RBMNE:2026:7752

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 21-10-2026
Datum publicatie 01-11-2026
Zaaknummer 12140596 \ AC EXPL 26-628
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amersfoort

Samenvatting

Veulen van eiseres stond bij de opfok van gedaagde. Het veulen is ziek geworden en uiteindelijk overleden. De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen, omdat onvoldoende is onderbouwd dat er een causaal verband bestaat tussen de tekortkoming van gedaagde (schending van de zorgplicht) en de door eiseres gestelde schadeposten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Amersfoort

Zaaknummer: 12140596 \ AC EXPL 26-628 RJ/58605

Vonnis van 21 oktober 2026

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende in [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres] ,

gemachtigde: mr. E.A.M. Brugman,

tegen

1. [gedaagde sub 1] V.O.F.,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,2. [gedaagde sub 2] , in haar hoedanigheid van beherend vennoot van de gedaagde sub 1,

wonende in [woonplaats] ,3. [gedaagde sub 3] , in zijn hoedanigheid van beherend vennoot van gedaagde sub 1,

wonende in [woonplaats] ,

gedaagde partijen,

hierna samen en in vrouwelijk enkelvoud te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. N. Ligthart, werkzaam bij stichting Achmea Rechtsbijstand.

1. De procedure

De kantonrechter heeft de volgende stukken ontvangen:

- de dagvaarding van 9 februari 2026 met producties 1 tot en met 8;- de conclusie van antwoord van 14 april 2026 met producties 1 en 2;

- de brief van [eiseres] van 10 september 2026 met producties 9 tot en met 13;

- de brief van [gedaagde] van 16 september 2026 met aanvullende productie 3.

Op 21 september 2026 is de zaak besproken tijdens een mondelinge behandeling, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. Hierbij was [eiseres] aanwezig, samen met haar gemachtigde, mr. E.A.M. Brugman. Aan de zijde van [gedaagde] waren mevrouw [gedaagde sub 2] en de heer [gedaagde sub 3] aanwezig, samen met hun gemachtigde, mr. N. Ligthart.

Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.

2 De kern van de zaak

Het veulen van [eiseres] stond sinds 14 september 2024 bij de opfok van [gedaagde] . Op 7 december 2024 merkte [gedaagde] op dat het veulen een mindere indruk maakte. Op 9 december 2024 liet de [gedaagde] aan [eiseres] weten dat het veulen een enorm dikke bil had, waarschijnlijk een abces, koorts en dat zij direct de dierenarts heeft gebeld. De dierenarts concludeerde vervolgens dat het veulen al twee weken aan het slijten was. Op 14 januari 2025 is het veulen overleden. [eiseres] vindt dat [gedaagde] haar en de dierenarts eerder had moeten waarschuwen over de gezondheidstoestand van haar veulen en [eiseres] wil dat [gedaagde] € 3.577,71 aan schadevergoeding aan haar betaalt. De vordering wordt afgewezen, omdat [eiseres] onvoldoende heeft onderbouwd dat er een causaal verband bestaat tussen de tekortkoming van [gedaagde] en de door haar gestelde schadeposten.

3. De beoordeling

Juridisch kader

[eiseres] en [gedaagde] hebben een overeenkomst gesloten op grond waarvan [gedaagde] het veulen van [eiseres] zou verzorgen en “opfokken”. Deze overeenkomst is te typeren als een overeenkomst van bewaarneming. De regels van bewaarneming zijn ook van toepassing op dieren. Op [gedaagde] rustte de verplichting om de zorg van een goed bewaarnemer in acht te nemen. Een partij die een verplichting niet nakomt – oftewel: tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen – is verplicht om schade die daardoor ontstaat, te vergoeden. Voor de toewijsbaarheid van de vordering van [eiseres] is vereist dat vast komt te staan dat [gedaagde] tekort is geschoten in haar verplichting om de zorg van een goed bewaarnemer in acht te nemen, dat [eiseres] de gestelde schade heeft geleden en dat die schade is veroorzaakt door het tekortschieten (causaal verband).

[gedaagde] is tekortgeschoten

De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] is tekortgeschoten in haar verplichting om de zorg van een goed bewaarnemer in acht te nemen, omdat zij op 7 december 2024 geen contact heeft opgenomen met [eiseres] en met de dierenarts toen zij opmerkte dat het veulen “een mindere indruk maakte” en “de conditie terugliep”. [gedaagde] betwist dat zij op 7 december 2024 al contact had moeten opnemen (volgens [gedaagde] was het veulen toen nog niet zo ziek), maar gelet op het rapport van de dierenarts van 9 december 2024 gaat de kantonrechter hier niet in mee. Uit dit rapport blijkt namelijk dat het veulen “al 2 weken aan het slijten was”. Gelet op dit rapport en de mindere indruk die het veulen maakte op 7 december 2024, stelt de kantonrechter vast dat op 7 december 2024 voldoende duidelijk had moeten zijn voor [gedaagde] dat het niet goed ging met het veulen en had [gedaagde] op die dag daarom contact moeten opnemen met [eiseres] en de dierenarts. Doordat zij dit niet heeft gedaan is zij tekortgeschoten in haar verplichting om de zorg van een goed bewaarnemer in acht te nemen. Daar komt bij dat [eiseres] op 5 november 2024 uitdrukkelijk [gedaagde] heeft bericht “als er iets is of ik kan iets doen dan bel of app me maar”. Dit had [gedaagde] op 7 december 2024 moeten doen, maar heeft [gedaagde] niet gedaan.

Voor zover [eiseres] ook bedoeld heeft te stellen dat [gedaagde] eerder dan 7 december 2024 contact met haar en de dierenarts had moeten opnemen, gaat de kantonrechter hier niet in mee. In het rapport van de dierenarts van 9 december 2024 staat weliswaar dat het veulen al twee weken aan het slijten was, maar het rapport maakt niet duidelijk wanneer [gedaagde] dit had moeten opmerken. Ook de foto’s die zijn gemaakt op 9 en/of 10 december 2024 onderbouwen dit standpunt niet, omdat deze foto’s niet aantonen wanneer, eerder dan 7 december 2024, [gedaagde] had moeten opmerken dat het niet goed ging met het veulen en zij [eiseres] en de dierenarts had moeten inschakelen.

[eiseres] heeft het causale verband onvoldoende onderbouwd

Alleen schade die het gevolg is van het tekortschieten komt voor vergoeding in aanmerking. Daaruit volgt dat alleen de schade voor vergoeding in aanmerking komt die niet zou zijn ontstaan als er niet tekortgeschoten zou zijn (het condicio sine qua non-verband). Dat betekent dat een vergelijking moet worden gemaakt tussen de toestand zoals die in werkelijkheid is (waarbij [gedaagde] op 9 december 2024 contact heeft opgenomen met [eiseres] en de dierenarts) met de toestand zoals die (vermoedelijk) zou zijn geweest als [gedaagde] niet tekort zou zijn geschoten (als [gedaagde] op 7 december 2024 contact zou hebben opgenomen met [eiseres] en de dierenarts).

Er moet dus beoordeeld worden of de schade die [eiseres] vordert, het gevolg is van de tekortkoming door [gedaagde] (namelijk de vertraging van twee dagen om contact op te nemen met [eiseres] en de dierenarts). Het is gelet op de stelplicht en bewijslast aan [eiseres] om voldoende te stellen en te onderbouwen dat het condicio sine qua non-verband aanwezig is.

De kantonrechter komt tot het oordeel dat [eiseres] het condicio sine qua non-verband tussen de tekortkoming en de door haar gevorderde schadeposten onvoldoende heeft onderbouwd en licht dat hierna toe.

[eiseres] vordert in totaal € 3.577,71 aan dierenarts- en kliniekkosten, reiskosten, kosten voor een knikmops en kosten voor het ophalen van het veulen na zijn overlijden. [gedaagde] betwist dat er sprake is van een causaal verband tussen de tekortkoming en de schade. Volgens [gedaagde] moet het veulen iets onder de leden hebben gehad, waarbij eerder ingrijpen door haar de (medische) uitkomst niet anders had gemaakt. De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde] bedoelt dat de kosten ook bij eerder ingrijpen gemaakt zouden zijn. [eiseres] heeft vervolgens onvoldoende onderbouwd dat deze kosten niet zouden zijn gemaakt als zij en de dierenarts twee dagen eerder waren ingeschakeld. De dierenarts verklaart weliswaar “Veterinaire beoordeling en behandeling eerder dan die op 9-12-2024 had mogelijk de prognose en uitkomst van de behandeling kunnen beïnvloeden, zeker als blijkt dat het paard al 2 weken niet in orde was.” en “Een dier in uitgemergelde conditie heeft minder weerstand tegen infecties en ziektes.”, maar de enkele stelling dat de prognose en uitkomst mogelijk anders was geweest is onvoldoende om vast te stellen dat bij twee dagen eerder contacteren van [eiseres] en de dierenarts de gevorderde kosten niet zouden zijn gemaakt. Gelet op deze onzekerheid had [eiseres] met (meer) feiten en/of omstandigheden moeten komen, zoals medische informatie over het ontstaan van het abces, wormen en koliek, over het ziekteverloop, over de doodsoorzaak en over de overlevingskansen bij eerder ingrijpen. De enkele stelling dat het verloop mogelijk anders zou zijn geweest is onvoldoende voor het aannemen van causaal verband tussen de tekortkoming en de gevorderde schade. Aan toepassing van het leerstuk van de proportionele aansprakelijkheid dan wel het leerstuk van de kansschade wordt dan ook niet toegekomen.

Ook het beroep op onrechtmatige daad slaagt niet

Het subsidiaire beroep van [eiseres] op onrechtmatige daad slaagt ook niet. Ook bij onrechtmatige daad geldt namelijk dat alleen schade voor vergoeding in aanmerking komt die niet zou zijn ontstaan als er niet onrechtmatig zou zijn gehandeld. Zoals hiervoor is toegelicht heeft [eiseres] onvoldoende onderbouwd dat de door haar gestelde schade achterwege zou zijn gebleven als [gedaagde] twee dagen eerder contact met haar en de dierenarts zou hebben opgenomen.

Conclusie: de vordering wordt afgewezen

De conclusie is dat [gedaagde] tekort is geschoten in haar verplichting om de zorg van een goed bewaarnemer in acht te nemen door niet op 7 december 2024 contact op te nemen met [eiseres] en met de dierenarts, maar dat zij geen schade hoeft te vergoeden, omdat [eiseres] het causale verband tussen de schending van de zorgplicht en de gestelde schade onvoldoende heeft onderbouwd. De vordering wordt dus afgewezen.

De nevenvorderingen worden afgewezen

Omdat de hoofdvordering van [eiseres] wordt afgewezen, worden ook de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.

[eiseres] moet de proceskosten betalen

[eiseres] is in het ongelijk gesteld en wordt daarom in de kosten veroordeeld. de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Dit betekent dat zij haar eigen proceskosten moet dragen en de proceskosten van [gedaagde] aan haar moet vergoeden. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:

- salaris gemachtigde

€

506,00

(2 punten × € 253,00)

- nakosten

€

126,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

632,50

Dit vonnis wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard

De kantonrechter verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling van [eiseres] niet uitvoerbaar bij voorraad, omdat [gedaagde] dat niet heeft gevorderd.

4 De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vorderingen van [eiseres] af,

veroordeelt [eiseres] in de kosten; zij moet de proceskosten van [gedaagde] van € 632,50 aan haar betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Ramsaroep en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand