ECLI:NL:RBNHO:2024:4480

ECLI:NL:RBNHO:2024:4480, Rechtbank Noord-Holland, 02-05-2024, 10205507 \ CV EXPL 22-4101

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 02-05-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 10205507 \ CV EXPL 22-4101
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zaanstad
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 4 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005289 CELEX:31993L0013 EU:31993L0013

Samenvatting

Bij vonnis van 7 maart 2024 is Q-Park in de gelegenheid gesteld zich over de mogelijke oneerlijkheid en eventuele vernietiging van de artikelen 5.6, 5.8, 7.5, 8.1 en 8.3 in haar algemene voorwaarden uit te laten. De kantonrechter komt tot de conclusie dat de bedingen het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoren. De artikelen zijn daarom in onderlinge samenhang beschouwd oneerlijk en worden vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Zaanstad

Zaaknr./rolnr.: 10205507 \ CV EXPL 22-4101

Uitspraakdatum: 2 mei 2024

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidQ-Park Operations Netherlands B.V.

gevestigd te Maastricht

eiseres

verder te noemen: Q-Park

gemachtigde: mr. C.F.P.M. Spreksel

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. S.G.H. Langeweg

1. Het verdere procesverloop

Op 7 maart 2024 heeft de kantonrechter een tussenvonnis gewezen. Daarbij is Q-Park in de gelegenheid gesteld zich over de mogelijke oneerlijkheid en eventuele vernietiging van de bedingen uit te laten.

Q-Park heeft op 4 april 2024 een akte genomen.

2. De verdere beoordeling

De kantonrechter komt tot het oordeel dat de artikelen 5.6, 5.8, 7.5, 8.1 en 8.3 in onderlinge samenhang oneerlijk zijn. Gelet op dit oordeel is een antwoordakte van [gedaagde] overbodig en is hij daartoe niet in de gelegenheid gesteld. In het navolgende licht de kantonrechter haar oordeel toe.

Q-Park heeft in de akte uiteengezet dat zij in geval van treintje rijden in theorie op alle vijf de hierboven genoemde bedingen een beroep kan doen, maar dat het niet zo is dat het cumulatieve effect van de bedingen zou zijn dat de consument met een schadevergoeding zou worden geconfronteerd die de daadwerkelijk geleden schade overstijgt. Ook is volgens Q-Park geen sprake van het dubbel vorderen van enige schade; de vijf bedingen hebben ieder een andere strekking en dienen een ander doel. Ten slotte zijn de bedingen in lijn met de wet en dienen zij enkel ter verduidelijking voor de parkeerder.

De kantonrechter overweegt dat, ook als wordt uitgegaan van die strekking en doel van de afzonderlijke bedingen, dat de bedingen nog niet eerlijk maakt. Een achteraf gegeven uitleg of de omstandigheid dat Q-Park zich in de praktijk niet beroept op meerdere bedingen tegelijkertijd, is niet van invloed op de kwalificatie van de bedingen. Het gaat er om dat Q-Park met de door haar gehanteerde algemene voorwaarden bij het aangaan van de overeenkomst de mogelijkheid heeft gecreëerd om op alle bedingen tegelijkertijd een beroep te doen. Dit volgt expliciet uit de zinsnede in artikel 5.8 van de algemene voorwaarden waarin staat dat Q-park het recht heeft om daarnaast en daarenboven overige daadwerkelijke geleden (gevolg)schade te vorderen. Of zij dit vervolgens ook daadwerkelijk doet is voor de weging of bedingen eerlijk zijn niet relevant.

Anders dan Q-Park betoogt, valt uit de tekst van de bedingen niet op te maken dat zij een andere strekking hebben en op andere situaties zien. De betreffende bedingen hebben allen betrekking op (vergoeding van) schade die ontstaat door het niet nakomen van de overeenkomst en zijn zodanig ruim geformuleerd, dat Q-Park in het geval van treintje rijden, op alle vijf de bedingen een beroep zou kunnen doen. Het cumulatieve effect van de bedingen is dat Q-Park de consument met een schadevergoeding zou kunnen confronteren die de daadwerkelijk geleden schade (ver) overstijgt. Bovendien voorzien de algemene voorwaarden van Q-Park er ook nog in dat de schade ter plaatse moet worden vergoed, dat Q-Park gerechtigd is het motorvoertuig van de consument onder zich te houden en dat zij maatregelen kan treffen zoals het aanbrengen van een wielklem, zolang niet alles is betaald. De conclusie is dat de bedingen het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoren. De artikelen 5.6, 5.8, 7.5, 8.1 en 8.3 zijn daarom in onderlinge samenhang beschouwd oneerlijk en worden vernietigd.

Bij dit oordeel wordt in aanmerking genomen dat de noodzaak om te kunnen optreden tegen treintje rijden en de wil van Q-Park om de daaruit volgende schade te kunnen verhalen evident is, maar de wijze waarop Q-Park dat op dit moment in haar algemene voorwaarden heeft opgenomen verstoort het evenwicht aanzienlijk. Zoals ook in twee recente uitspraken van de rechtbank Amsterdam is overwogen, kan Q-Park haar algemene voorwaarden eenvoudig aanpassen met inachtneming van voorgaande overwegingen. Daarbij kan zij overigens een groot deel van haar vorderingen op de wet baseren, waardoor het hanteren van algemene voorwaarden (met het risico dat deze oneerlijk worden bevonden) onnodig is.

In dit kader is van belang dat Q-Park in haar akte heeft aangevoerd dat zij haar algemene voorwaarden heeft gewijzigd en bij de akte heeft gevoegd. In artikel 5.8. van de gewijzigde algemene voorwaarden staat: “Het is Q-Park niet toegestaan een beroep te doen op de artikelen 5.5, 5.6 en/of 5.7 (aanvulling kantonrechter: artikel 5.7 in de gewijzigde algemene voorwaarden is een samenvoeging van de artikelen 5.7 en 5.8 zoals weergegeven onder de feiten in het tussenvonnis) voor dezelfde gedraging en/of tegelijkertijd een beroep te doen op artikel 7.5, 8.1 en/of 8.3. Noch is het Q-Park toegestaan verschillende mogelijkheden tot het vorderen van schadevergoeding voor één en dezelfde gedraging te stapelen en/of dubbel te vorderen op grond van enig artikel in deze Voorwaarden.”. Ook heeft Q-Park in de gewijzigde algemene voorwaarden de vergoeding ter plaatse in artikel 7.5 geschrapt en bij artikel 8.2 toegevoegd: “In afwijking van vorenstaande geldt tussen Q-Park en de consument (…) de wettelijke regeling van art. 6:96 BW en het Besluit Vergoeding voor Buitelgerechtelijke Incassokosten.”. Daarbij heeft Q-Park aangevoerd dat zij haar vorderingen eveneens kan instellen als de betreffende bedingen uit haar algemene voorwaarden worden geschrapt. Dat laatste laat echter onverlet, dat Q-Park met de algemene voorwaarden die in deze zaak gelden de mogelijkheid heeft om op alle bedingen tegelijkertijd een beroep te doen en de consument kan worden geconfronteerd met een aanzienlijk hogere schadevergoeding dan de daadwerkelijk geleden schade.

Dat eerder (ook) deze rechtbank de combinatie van de artikelen 5.6, 5.8 en 7.5 niet als oneerlijk heeft beschouwd, zoals door Q-Park is aangevoerd, maakt het voorgaande niet anders. Zoals in het tussenvonnis is overwogen heeft het arrest van het Europees Hof van Justitie van 13 juli 2023, waarin (opnieuw) duidelijk is gemaakt dat voor de beoordeling van het oneerlijke karakter van een beding van een overeenkomst onder meer rekening moet worden gehouden met alle andere bedingen van die overeenkomst, aanleiding gegeven de algemene voorwaarden van Q-Park opnieuw tegen het licht te houden.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van Q-Park zal afwijzen.

Q-Park is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op € 408,00 aan salaris gemachtigde en € 102,00 aan nakosten.

3. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt Q-Park tot betaling van de proceskosten van € 510,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Q-Park niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, moet Q-Park ook de kosten van betekening aan [gedaagde] betalen;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Woerdman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand