ECLI:NL:RBNHO:2025:10999

ECLI:NL:RBNHO:2025:10999, Rechtbank Noord-Holland, 24-01-2025, 11252293 WM VERZ 24-1168

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 24-01-2025
Datum publicatie 25-09-2025
Zaaknummer 11252293 WM VERZ 24-1168
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Alkmaar
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0004581

Samenvatting

Gedraging is voldoende komen vast te staan. Geen aanleiding om boete te matigen. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer : 11252293 \ WM VERZ 24-1168

CJIB-nummer : ['nummer']

Uitspraakdatum : 24 januari 2025

Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [betrokkene]

woonplaats : [betrokkene]

gemachtigde : [gemachtigde] .

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 10 januari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen.

De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bromfietser niet de rijbaan gebruiken als er geen verplicht fiets/bromfietspad aanwezig is (Bord G12a).

Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete. De gemachtigde van betrokkene heeft zich op het standpunt gesteld dat er ten onrechte is afgezien van een staandehouding. Gemachtigde van betrokkene voert aan dat uit de verklaring niet blijkt of de verbalisant een dienstvoertuig of stopmiddelen tot zijn beschikking had.

In het door de officier van justitie toegezonden zaakoverzicht is de volgende toelichting van de verbalisant vermeld: “Ik zag dat betrokkene met een bromfiets reed over het fietspad (binnen de bebouwde kom).”

Naar aanleiding van de verweren van betrokkene heeft de officier van justitie een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit aanvullend proces-verbaal, opgemaakt op ambtsbelofte, is het volgende vermeld: “Op, zondag, 12-03-2023, omstreeks 17:45 uur, bevond ik mij, in uniform gekleed en met handhaving belast, op de openbare weg (…).

Ik heb geprobeerd om deze bromfiets staande te houden, echter is mij dit niet gelukt door de verkeerssituatie. Het was erg druk op de weg en tevens had ik enkele stoplichten tegen waardoor ik de bromfiets al snel uit het oog ben verloren.”

De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.

De kantonrechter overweegt als volgt. Uit de verklaring van de verbalisant blijkt voldoende dat de overtreding waarvoor de boete is opgelegd, is begaan. Betrokkene heeft onvoldoende feiten en/of omstandigheden aangevoerd die ertoe aanleiding geven te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.

Daarnaast is in dit geval voldoende gebleken dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan. Daarbij is van belang dat uit de aanvullende verklaring van de verbalisant is gebleken dat de verbalisant betrokkene uit het oog is verloren, maar wel een poging heeft gedaan om een staandehouding te verrichten. Derhalve is de boete terecht met toepassing van artikel 5 WAHV aan de kentekenhouder opgelegd.

De kantonrechter ziet ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep ongegrond;

‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. D.D.M. Hazeu

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand