RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
vonnis van 29 juni 2023
Afdeling Privaatrecht
Locatie: Assen
zaaknummer: C/18/22/29 R
in de zaak van:
[schuldenares] , geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ,
thans verblijvende in [instelling] ,
hierna te noemen: de schuldenares,
bewindvoerder: mevrouw [bewindvoerder] .
PROCESGANG
Bij vonnis van deze rechtbank van 2 maart 2022 is de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van de schuldenares.
De bewindvoerder heeft op 27 februari 2023 schriftelijk verslag uitgebracht ten aanzien van de schuldsaneringsregeling. De rechter-commissaris heeft vervolgens de rechtbank voorgedragen om de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen.
De behandeling ter zitting is op 2 juni 2023 aangehouden, omdat de rechtbank geen contact met de schuldenares heeft kunnen verkrijgen in de penitentiaire inrichting in [plaats] . De behandeling is vervolgens voortgezet op 28 juni 2023, waarbij de schuldenares en de bewindvoerder telefonisch zijn gehoord.
Ten slotte is vonnis bepaald op heden.
DE BEOORDELING
De rechtbank dient te beoordelen of de schuldenares één of meer van haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren is nagekomen en of op die grond de regeling tussentijds moet worden beëindigd.
Uit het verslag van de bewindvoerder en de voordracht van de rechter-commissaris is gebleken dat de schuldenares op 7 juli 2022 is aangehouden in verband met (de verdenking van) het vervoeren van verdovende middelen in 2019 in Duitsland. De schuldenares is kort daarna uitgeleverd aan Duitsland. De zitting in de strafzaak in Duitsland heeft op 10 januari 2023 plaatsgevonden. De bewindvoerder heeft van de moeder van de schuldenares vernomen dat de schuldenares in Duitsland tot 4,5 jaar gevangenisstraf is veroordeeld.
Ter zitting van 28 juni 2023 heeft de schuldenares telefonisch verklaard dat het klopt dat zij tot 4,5 jaar gevangenisstraf is veroordeeld in verband met vervoer van drugs naar Duitsland in 2019 en dat zij niet tegen de uitspraak in hoger beroep is gegaan.
De bewindvoerder heeft verklaard dat zij, gelet op de strafrechtelijke veroordeling, geen andere mogelijkheid ziet dan de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen.
Nu de schuldenares door de Duitse strafrechter is veroordeeld tot 4,5 jaar gevangenisstraf en zij heeft verklaard in die uitspraak te berusten, staat vast de schuldenares is tekortgeschoten in de nakoming van haar uit de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen en dat haar dat kan worden toegerekend. De rechtbank zal de schuldsaneringsregeling daarom tussentijds beëindigen op grond van artikel 350 lid 3 sub c Fw. Dit heeft tot gevolg dat de vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling heeft gewerkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, afdwingbaar blijven.
Blijkens het overzicht van de bewindvoerder is de stand van de boedelrekening momenteel
€ 492,55. Op grond van het bepaalde in artikel 350, lid 5 Fw zal niet van rechtswege faillissement volgen aangezien er na aftrek van de kosten van de schuldsaneringsregeling, onvoldoende baten beschikbaar zullen zijn. Nu het uit te delen actief na aftrek van de boedelkosten (met name salaris en advertentiekosten) minder dan € 2.000,- bedraagt, kan naar het oordeel van de rechtbank het opmaken van een slotuitdelingslijst achterwege blijven en eindigt de schuldsaneringsregeling door het in kracht van gewijsde gaan van dit vonnis.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen. De vergoeding voor de bewindvoerder is berekend op € 2.372,68 (inclusief onkosten en omzetbelasting). Voor zover actief aanwezig is, kan de bewindvoerder de vergoeding als salaris opnemen. Voor zover de kosten van de in de schuldsaneringsregeling bevolen publicaties niet uit de boedel kunnen worden voldaan, komen deze ten laste van de Staat.
BESLISSING
De rechtbank:
- beëindigt de schuldsaneringsregeling;
- stelt vast dat de schuldenares toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen;
- stelt het salaris voor de bewindvoerder, inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezige actief tot een bedrag van maximaal € 2.372,68.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.A. Baarsma, en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2023, in tegenwoordigheid van de griffier.