ECLI:NL:RBNNE:2023:5645

ECLI:NL:RBNNE:2023:5645, Rechtbank Noord-Nederland, 31-05-2023, C/18/ 221679/ FT RK 23/192

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 31-05-2023
Datum publicatie 21-11-2025
Zaaknummer C/18/ 221679/ FT RK 23/192
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Assen
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001860

Samenvatting

Afwijzing verzoek toelating tot de WSNP wegens alcohol verslaving en strafrechtelijke overtreding in de drie jaar voorafgaand aan het toelatingsverzoek. Beroep op de hardheidsclausule (artikel 288 derde lid Fw) afgewezen. Niet aannemelijk is geworden dat de problematiek die tot de schulden heeft geleid onder controle is.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

vonnis van 31 mei 2023

Afdeling Privaatrecht

Locatie: Assen

zaaknummer: C/18/ 221679/ FT RK 23/192

in de zaak van:

[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , hierna te noemen: verzoeker.

PROCESGANG

Verzoeker heeft op 31 maart 2023 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Het verzoekschrift is behandeld ter zitting van 23 mei 2023. Daarbij is verzoeker verschenen tezamen met de heer [medewerker schuldhulpverlener a] en Bergman Schuldhulp (hierna te noemen: de schuldhulpverlener) en mevrouw [medewerker beschermingsbewindvoerder a] en Beheer B.V. (hierna te noemen: de beschermingsbewindvoerder).

RECHTSOVERWEGINGEN

De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 van Verordening 2015/848 van de Raad van de Europese Unie bevoegd deze hoofdprocedure te openen nu het centrum van de voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.

Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen.

Gebleken is dat verzoeker in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden.

Op grond van artikel 288, eerste lid, aanhef en onder b Faillissementswet (Fw) wordt een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling slechts toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat verzoeker ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest.

In verband hiermee wordt het volgende overwogen. Verzoeker heeft een schuldenlast van

€ 11.375,65. Uit het verzoekschrift is gebleken dat sprake is van verslavingsproblematiek. De rechtbank heeft het justitiële uittreksel van verzoeker geraadpleegd. Hieruit is gebleken dat verzoeker op 13 februari 2023 is aangehouden wegens rijden onder invloed en dat hij hiervoor op 22 februari 2023 is gedagvaard.

Ter zitting heeft de schuldhulpverlener verklaard dat hij pas op de zittingsdag door verzoeker op de hoogte is gesteld van de strafrechtelijke overtreding. De beschermingsbewindvoerder heeft verklaard dat zij hiervan ook nog maar net op de hoogte is. Verzoeker heeft nader toegelicht dat hij in juni 2023 voor de strafrechter moet verschijnen. Verder heeft hij aangegeven verslaafd te zijn aan alcohol. Verzoeker heeft zich in januari 2023 voor een behandeling aangemeld bij VNN, maar is op de wachtlijst geplaatst. Het is nog niet duidelijk is wanneer verzoeker met een behandeling kan starten. Naar eigen zeggen heeft verzoeker nu, na een terugval in januari 2023, ongeveer twee maanden niet gedronken. Wat de dagvaarding betreft stelt verzoeker dat hij met alcohol op achter het stuur is gaan zitten om een dronken vriend te helpen die niet meer naar huis kon rijden. Volgens verzoeker heeft hij hiervan geleerd in die zin dat dit hem in de problemen heeft gebracht.

De rechtbank constateert dat de strafrechtelijke overtreding die verzoeker heeft gemaakt een contra-indicatie vormt voor de toelating tot de schuldsaneringsregeling. Niet onwaarschijnlijk is dat hieruit een boete zal voortvloeien. Het laten ontstaan van nieuwe schulden en een dergelijke houding passen niet bij het doel en de strekking van de regeling. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat ook de recent nog aanwezige uiting van verslavingsproblematiek een contra-indicatie voor de toelating vormt. Het verzoek om toegelaten te worden kan echter, niettegenstaande het feit dat de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 288, eerste lid, aanhef en onder b Fw zich voordoet, ingevolge het bepaalde in het derde lid van artikel 288 Fw toch worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat verzoeker de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden, onder controle heeft gekregen (de zogenaamde hardheidsclausule).

De rechtbank overweegt dat voor een geslaagd beroep op de hardheidsclausule in ieder geval aannemelijk dient te zijn dat de oorzaak van de problematiek die tot de schulden heeft geleid onder controle is. Naar het oordeel van de rechtbank is niet voldoende gebleken dat dit thans het geval is. De rechtbank stelt vast dat sprake is van verslavingsproblematiek en dat verzoeker op 13 februari 2023 nog is aangehouden voor rijden onder invloed. Ook stelt de rechtbank vast dat verzoeker dit niet direct bij de schuldhulpverlener en zijn beschermings-bewindvoerder heeft gemeld en dat dit met name naar voren is gekomen doordat de rechtbank zijn justitiële uittreksel heeft geraadpleegd. Verzoeker heeft verklaard dat hij aan de slag gaat om zijn verslaving onder controle te krijgen, maar gebleken is dat de behandeling bij VNN nog niet is gestart en dat onduidelijk is wanneer hij daarmee kan starten.

Op basis van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan dat verzoeker de omstandigheden die hebben geleid tot het ontstaan van de schulden nu onder controle heeft. Daarnaast is er bij de rechtbank twijfel of verzoeker in staat zal zijn zich aan de verplichtingen binnen de schuldsaneringsregeling te houden. Zo dient verzoeker de bewindvoerder (meteen) te informeren over alle zaken die voor de regeling van belang zijn, geldt er in beginsel een sollicitatieplicht voor verzoeker en moet hij zich ervan bewust zijn dat hij geen boetes of andere schulden mag laten ontstaan. Verzoeker heeft de twijfels van de rechtbank of hij deze verantwoordelijkheid op dit moment aankan, niet kunnen wegnemen.

Gelet op het hiervoor overwogene zal de rechtbank het verzoek dan ook afwijzen.

BESLISSING

De rechtbank:

- wijst het verzoek af.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.J. Klijn, en uitgesproken ter openbare zitting van 31 mei 2023, in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand