RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 272716200
zaaknummer: 11913249 BU VERZ 25-2114
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van
3 augustus 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] ,
gemachtigde: mr. B. de Jong, Adviesbureau Skandara.
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘een geslotenverklaring die voor beide richtingen geldt negeren (bord C1)’, verricht op 8 maart 2025, om 21:13 uur, op het Gedempte Kattendiep in Groningen, met een bedrijfsauto, met kenteken [kenteken] .
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep gegrond verklaard. Daarbij heeft hij betrokkene geen proceskostenvergoeding toegekend. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 3 augustus 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. M. Reith.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en hij zal een proceskostenvergoeding toekennen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Standpunten
3. Gemachtigde voert aan dat de officier van justitie het verzoek om proceskostenvergoeding had moeten toewijzen. Dat de gronden die de gemachtigde heeft aangevoerd, niet hebben geleid tot de vernietiging betekent niet dat er geen proceskostenvergoeding toegekend hoeft te worden.
4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat inderdaad ten onrechte geen proceskostenvergoeding is toegekend.
Overwegingen
5. De officier van justitie heeft ten onrechte geen proceskostenvergoeding toegekend. De boete is vernietigd nadat gemachtigde beroep had ingesteld, waardoor betrokkene recht heeft op een proceskostenvergoeding. De kantonrechter kent daarom alsnog een proceskostenvergoeding toe.
Hij kent één punt toe voor het indienen van het beroepschrift bij de officier van justitie ter waarde van € 666,00 en één punt voor indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter met een waarde van € 934,00. Gelet op de aard van de zaak past de kantonrechter de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe bij de vergoeding voor het administratief beroep. De kantonrechter past de wegingsfactor 0,25 (gewicht van de zaak: zeer licht) toe bij de vergoeding in beroep, omdat de zaak in beroep alleen ziet op de proceskostenveroordeling.
Op 24 juni 2025 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de extra vermenigvuldigings-factor uit artikel 13a, tweede lid, van de Wahv toelaatbaar is. De boete en de beslissing van de officier van justitie zijn bekend gemaakt na 31 december 2023, daarom past de kantonrechter de vermenigvuldigingsfactor toe bij de berekening van de proceskosten. Hij past de vermenigvuldigingsfactor 0,25 toe bij het punt voor de administratieve fase en 0,1 bij het punt voor de kanton fase, omdat het beroep bij de kantonrechter alleen zien op de proceskostenvergoeding. Hij zal de officier van justitie veroordelen in de kosten van € 106,60 (€ 666,00 x 0,5 x 0,25 + € 934,00 x 0,25 x 0,1).
Artikel 13a, vijfde lid, van de Wahv regelt dat uitbetalingen op grond van een uitspraak op beroep op grond van deze wet uitsluitend plaatsvinden op een bankrekening die op naam staat van degene aan wie de boete is opgelegd. Gelet op de jurisprudentie is de kantonrechter niet bevoegd om over deze feitelijke uitvoering van zijn beslissing een oordeel te geven.
Conclusie
De kantonrechter:
Waarvan proces-verbaal,
mr. M. Hidding, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.