RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 262117839
zaaknummer: 12039377 BU VERZ 26-7
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van
3 augustus 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats].
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl de wiellagers niet deugdelijk zijn’, verricht op 4 november 2023, om 13:45 uur, op de Onderdendamsterweg in Winsum, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 169,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 3 augustus 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie
mr. M. Reith.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Beslissing
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet.
Overwegingen
3. De kantonrechter stelt vast dat het beroepschrift te laat is ingediend. De termijn voor het indienen van een beroepschrift is zes weken. De termijn gaat in op de dag na de dag waarop de officier van justitie zijn beslissing heeft verstuurd.
Het beroepschrift is op 2 september 2025 bij de CVOM binnengekomen. Het had uiterlijk op 8 mei 2024 ontvangen moeten zijn.
Betrokkene voert aan dat hij steeds andere verhalen te horen krijgt over de aanhanger en dat hij daarom tegen deze boete beroep had ingesteld. Nadat zijn administratief beroep was afgewezen heeft hij daartegen eerst geen beroep ingesteld. Op de zitting geeft hij aan dat hij daarbij misschien wel laks is geweest. Op 2 september 2025 is hij weer staande gehouden en die verbalisant gaf aan dat de andere verbalisant niet kon zien of de wiellager stuk was. Hij heeft daarom besloten om toch beroep in te stellen om meer duidelijkheid te krijgen.
De kantonrechter ziet hierin geen aanleiding om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Betrokkene had eerder beroep in moeten stellen als hij twijfelde over de boete. De kantonrechter zal het beroepschrift daarom niet inhoudelijk behandelen. Wel stelt hij vast dat de procedure te lang heeft geduurd, maar omdat hij niet toekomt aan de beoordeling van de boete, laat hij het bij die constatering. Het beroep zal niet-ontvankelijk worden verklaard.
Conclusie
De kantonrechter verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Waarvan proces-verbaal,
mr. M. Hidding, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.