RECHTBANK Noord-Nederland
Team Insolventie
Zittingsplaats Leeuwarden
Rekestnummer: NL:TZ:2612503:R-RK
Vonnis van 30 juli 2026
op het verzoek van
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1963 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
verzoeker, hierna te noemen [verzoeker] ,
tegen
Stichting Woonfriesland,
gevestigd en kantoorhoudende te Grou,
gemachtigde: LAVG,
hierna te noemen: Woonfriesland;
tot het bevelen van voornoemde schuldeiser in te stemmen met een schuldregeling ex artikel 287a Faillissementswet.
1. De procedure
[verzoeker] heeft op 18 mei 2026 twee verzoeken bij de rechtbank ingediend. In de eerste plaats wil [verzoeker] dat de rechtbank Woonfriesland een dwangakkoord oplegt. Zij moeten dan meewerken aan de schuldregeling van [verzoeker] . Als de rechtbank dit verzoek afwijst, wil [verzoeker] worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp).
Woonfriesland heeft op 7 juli 2026 een verweerschrift ingediend.
Het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord is behandeld op de zitting van
15 juli 2026. Hierbij is [verzoeker] verschenen tezamen met de heer [schuldhulpverlener] namens Kredietbank Nederland.
De rechtbank heeft bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen.
2. De feiten
De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. De totale schuldenlast van [verzoeker] is €6.689,85. [verzoeker] heeft 8 schuldeisers. [verzoeker] heeft met behulp van Kredietbank Nederland een voorstel gedaan. Dit voorstel houdt in dat een bedrag van € 0,00 wordt aangeboden aan zijn schuldeisers. Het voorstel betreft een prognose. Pas na afloop van de schuldbemiddeling van 18 maanden kan de definitieve afkoopsom worden vastgesteld.
Woonfriesland is niet met dit voorstel akkoord gegaan. In totaal vordert
Woonfriesland € 1.025,10 van [verzoeker] . Dat is 15,32 % van de totale schuldenlast.
[verzoeker] is een 62-jarige alleenstaande man. Hij ontvangt een uitkering op grond van de participatiewet. [verzoeker] heeft een vrijstelling van de arbeids- en sollicitatieplicht en heeft een indicatie voor dagbesteding. Daarnaast kampt [verzoeker] met verschillende medische beperkingen, waaronder COPD.
3. Het verweer
Woonfriesland stemt niet in met het voorstel. Volgens Woonfriesland is het verzoek is niet deugdelijk gemotiveerd. De Wsnp biedt een beter vooruitzicht voor de schuldeisers, aldus Woonfriesland. Daarnaast zou het aanbod niet het maximaal haalbare zijn. Tot slot zou [verzoeker] structureel de maandelijkse huur te laat betalen.
4. De beoordeling van het verzoek tot het vaststellen van een dwangakkoord.
De rechtbank wijst het verzoek om een dwangakkoord op te leggen toe. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot deze beslissing komt.
Beoordelingskader
Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. De rechtbank moet ten eerste vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank vaststellen dat de weigering om in te stemmen met de aangeboden schuldregeling onredelijk is. Hierbij moet de rechtbank de belangen van de weigerende schuldeiser(s), de overige schuldeisers en schuldenaar tegen elkaar afwegen.
De rechtbank neemt daarbij als uitgangspunt dat een schuldeiser mag weigeren om mee te werken aan een door de schuldenaar aangeboden schuldregeling waarbij de schuldenaar maar een deel van de vordering hoeft te betalen. Alleen in bijzondere gevallen kan een schuldeiser gedwongen worden om akkoord te gaan met zo'n betalingsvoorstel. Het is dan aan de schuldenaar om deze bijzondere feiten en omstandigheden te stellen en, waar nodig, te bewijzen. Het moet duidelijk zijn dat de weigering van de schuldeiser om in te stemmen met het akkoord niet redelijk is.
Bevoegde instantie
De rechtbank stelt vast dat het voorstel is ingediend en getoetst door Kredietbank Nederland. Kredietbank Nederland heeft vooral gekeken naar de positie van de schuldeisers wanneer er geen dwangakkoord tot stand zou komen maar een schuldsaneringsregeling zou worden uitgesproken Kredietbank Nederland is volgens de rechtbank een onafhankelijke en deskundige partij. Naar het oordeel van de rechtbank is het voorstel goed en betrouwbaar uitgelegd met documenten en voldoende onderbouwd.
Maximaal haalbare?
Naar het oordeel van de rechtbank is het voorstel van [verzoeker] het maximaal haalbare. Het aangeboden akkoord betreft een prognoseakkoord. [verzoeker] heeft een grote afstand tot de arbeidsmarkt en is geplaatst bij de dagbesteding. Ter zitting is gebleken dat [verzoeker] door medische beperkingen niet in staat is om betaald werk te verrichten. Uit de verklaring van de huisarts blijkt dat [verzoeker] COPD heeft. Ook de andere medische beperkingen zijn voldoende aannemelijk gemaakt tijdens zitting. Het is daarom niet de verwachting dat [verzoeker] meer zal kunnen gaan aflossen aan zijn schuldeisers dan al is aangeboden. Het voorstel is het maximaal haalbare.
Deze regeling is in het belang van de andere schuldeisers
De schuldeisers die wel met het voorstel van [verzoeker] hebben ingestemd, vertegenwoordigen samen ruim 84,68% van de totale schuldenlast. Omdat [verzoeker] een maximaal haalbaar voorstel heeft gedaan, moeten de belangen van deze schuldeisers zwaarder wegen dat de belangen van verweerder omdat zij een aanmerkelijk groter percentage in de totale schuldenlast vertegenwoordigen.
Deze regeling is gunstiger dan de Wsnp
Als [verzoeker] zou worden toegelaten tot de Wsnp, kunnen zijn schuldeisers aan het einde van de Wsnp geen hogere uitkering kunnen verwachten dan in de aangeboden schuldregeling. De Wsnp leidt tot hogere kosten, doordat de vergoeding van de bewindvoerder uit het gespaarde saldo wordt voldaan. De bemiddelingskosten die Kredietbank Nederland in rekening brengt voor de uitvoering van het akkoord, zijn lager dan de kosten van een bewindvoerder in de Wsnp. Hierdoor blijft in de schuldregeling een hoger bedrag over voor de schuldeisers dan in de Wsnp.
Omdat het aanbod van [verzoeker] goed en betrouwbaar is gedocumenteerd, voldoende is onderbouwd, de Wsnp aan Woonfriesland geen beter vooruitzicht biedt dan de aangeboden schuldregeling en de overige schuldeisers met het voorstel hebben ingestemd, is de rechtbank van oordeel dat de weigering van Woonfriesland om akkoord te gaan niet redelijk is. Op basis van de belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier op zijn plaats is. Dit betekent dat de rechtbank het verzoek om Woonfriesland te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling zal toewijzen.
Op grond van het bepaalde in artikel 287a lid 6 Fw zal Woonfriesland worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Die kosten zijn voor [verzoeker] tot op heden nihil, zodat het bedrag zal worden begroot op nihil.
Omdat het verzoek tot oplegging van een dwangakkoord zal worden toegewezen, hoeft het verzoek tot toelating tot de Wsnp niet meer besproken te worden. De rechtbank beschouwt het verzoek tot toelating tot de Wsnp als ingetrokken.
5. De beslissing
beveelt Woonfriesland in te stemmen met de hierboven genoemde schuldregeling;
veroordeelt Woonfriesland in de kosten van de procedure, tot op heden begroot op nihil.
Dit is een beslissing van mr. S. van Gessel, bijgestaan door de griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2026.