ECLI:NL:RBNNE:2026:4626

ECLI:NL:RBNNE:2026:4626

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 22-10-2026
Datum publicatie 28-10-2026
Zaaknummer LEE 25/1334
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de hoogte van de aan eiseres toegekende vergoeding vanwege schade door mijnbouwactiviteiten. Het Instituut heeft de rechtbank verzocht om nadere bedragen toe te kennen van € 14,- (voor schades aan de badkamer) en € 2.343,65 (voor niet doorgerekende BTW). Deze bedragen kent de rechtbank alsnog toe. De rechtbank ziet in de beroepsgronden geen aanleiding om naast deze bedragen nog andere bedragen toe te kennen. Zo worden facturen van een deskundige niet vergoed.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 oktober 2026 in de zaak tussen

Aagem Holding b.v., uit Dalfsen, eiseres

Instituut Mijnbouwschade Groningen, het Instituut

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 25/1334

(gemachtigde: [gemachtigde]),

en

(gemachtigden: mr. S.C. Goldbohm en mr. B.P. van der Togt).

1. Deze uitspraak gaat over de hoogte van de aan eiseres toegekende vergoeding vanwege schade door mijnbouwactiviteiten. Eiseres is het op een aantal punten niet eens met het bestreden besluit. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de hoogte van de schadevergoeding.

Het Instituut heeft de rechtbank verzocht om nadere bedragen van € 14,- en € 2.343,65 toe te kennen. Deze bedragen kent de rechtbank toe. De rechtbank ziet in de beroepsgronden geen aanleiding om naast deze bedragen nog andere bedragen toe te kennen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor vergoeding van fysieke schade aan gebouwen als gevolg van gaswinning in het Groningerveld. Het Instituut heeft met het besluit van 15 maart 2024 aan eiseres een vergoeding van € 73.066,50 toegekend. Met het bestreden besluit van 19 februari 2025 op het bezwaar van eiseres heeft het Instituut een aanvullende vergoeding van € 31.813,42 aan eiseres toegekend.

Op 2 juli 2025 heeft een regiezitting plaatsgevonden. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en mr. I. Pijper namens het Instituut.

Het Instituut heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

Eiseres heeft een reactie gegeven op het verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 28 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van het Instituut. Tevens is ing. J.J. Timmer (hierna: Timmer) verschenen als deskundige.

Beoordeling door de rechtbank

Wat zijn de relevante feiten en omstandigheden voor deze zaak?

3. Eiseres is eigenaar en verhuurder van een agrarisch perceel met woning aan [adres].

4. Op 29 december 2020 heeft eiseres een aanvraag ingediend voor vergoeding van fysieke schade aan gebouwen als gevolg van gaswinning in het Groningerveld.

5. Na schadeopnames van 11 juli 2023 en 1 augustus 2023 heeft N. Mali (Mali) op 19 september 2023 een deskundigenadvies uitgebracht. Eiseres heeft een zienswijze ingediend.

6. Na aanvullende schadeopnames van 11 december 2023 en 2 februari 2024 heeft Mali op 7 maart 2024 een herzien deskundigenadvies uitgebracht.

7. In het besluit van 15 maart 2024 heeft het Instituut aan eiseres een vergoeding van € 73.066,50 (inclusief wettelijke rente, een overlastvergoeding van € 1.200,- en een thuisblijfvergoeding tijdens opname van € 1.100,-) toegekend. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

8. Op 9 oktober 2024 heeft een hoorzitting plaatsgevonden.

9. Na een aanvullende schadeopname van 17 december 2024 heeft P. Kroes (Kroes)op 23 januari 2025 een deskundigenadvies uitgebracht. Eiseres heeft een zienswijze ingediend.

10. In het bestreden besluit van 19 februari 2025 heeft het Instituut het bezwaar van eiseres gedeeltelijk gegrond verklaard en aan eiseres een aanvullende vergoeding van € 31.813,42 (inclusief wettelijke rente en bijkomende kosten) toegekend.

Wat valt binnen/buiten de omvang van dit geding?

11. Op 7 februari 2025 heeft deze rechtbank uitspraak gedaan over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor vergoeding van aardbevingsschade aan de mestkelder op het perceel.

12. Op de regiezitting van 2 juli 2025 is afgesproken dat de procedures met betrekking tot de drainage en de nieuwe schades aan de mestkelder niet in deze beroepsprocedure worden behandeld, maar apart.

13. De resterende gronden van beroep zien op de begroting van herstel van schades in de badkamer, cv-ketelruimte en betonpaden. Verder is door eiseres verzocht over te gaan tot een vergoeding van facturen van Van der Vergt ontwerp & bouwadvies (Van der Vegt).

Toetsingskader

14. Bij de beoordeling van de door het Instituut opgestelde begroting is van belang dat meermalen -ook door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS)- is geoordeeld dat het Instituut het calculatiemodel mag hanteren om de gemelde schades op uniforme wijze af te handelen. Aan de hand van de beroepsgronden moet worden beoordeeld of het calculatiemodel op juiste wijze is toegepast of dat er aanknopingspunten zijn voor twijfel en of er aanleiding is om van het calculatiemodel af te wijken.

Schades in de badkamer (schades 27, 28, 29 en 61)

15. Eiseres betoogt dat de vergoeding voor de schades aan de badkamer ontoereikend is. De gehele badkamer moet volgens eiseres worden gevoegd.

Het Instituut voert aan dat Timmer in beroep een nader advies heeft opgesteld. Volgens het Instituut ziet Timmer geen aanleiding om een aanvullende vergoeding te adviseren voor het voegen van de gehele badkamer. Schades 27 en 28 hebben niets te maken met voegwerk. De aansluiting bij het dakbeschot en het plafond had ingesneden en/of flexibel afgewerkt moeten worden. Volgens Timmer kan worden volstaan met plaatselijk herstel om de schade deugdelijk te herstellen, zoals eerder is gecalculeerd. In dat verband adviseert Timmer, vanwege het ontbreken van een post, nog wel om een nadere vergoeding toe te kennen van € 14,- (inclusief BTW) voor schades 27 en 28. Het Instituut volgt Timmer hierin en verzoekt de rechtbank om hierin zelf in de zaak te voorzien door een nadere vergoeding toe te kennen van € 14,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 december 2020 tot en met de dag van betaling. Met betrekking tot schades 29 en 61 komt Timmer tot de conclusie dat volstaan kan worden met plaatselijk herstel en het voegwerk op kleur kan worden gebracht, in lijn met wat Mali en Kroes eerder adviseerden. Het Instituut ziet met Timmer geen aanleiding voor een nadere aanvullende vergoeding.

De rechtbank is van oordeel dat eiseres geen aanknopingspunten heeft aangevoerd die aanleiding geven voor twijfel aan de geadviseerde herstelmethode. Haar enkele stelling over het geheel voegen van de badkamer is daartoe onvoldoende.

De rechtbank zal daarom volstaan met het vernietigen van het bestreden besluit op het door het Instituut genoemde punt en voor de ontbrekende post een nadere vergoeding van € 14,- toekennen, bovenop het reeds toegekende bedrag van € 582,43. Dit bedrag van € 14,- dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 december 2020. Dat is niet, zoals eiseres eerder heeft bepleit, de handelsrente. Er is hier immers geen handelsovereenkomst als bedoeld in artikel 6:119a van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Schade in de cv-ketelruimte (schade 48)

16. Eiseres betoogt met betrekking tot een schade in de cv-ketelruimte dat het Instituut ten onrechte niet bereid is om over te gaan tot het vergoeden van het bedrag dat in de offerte van Noordhuis Roden B.V. (Noordhuis) is genoemd. Noordhuis heeft op 19 maart 2024 een offerte opgesteld voor onder meer het demonteren en hermonteren van bestaande radiotoren, leidingwerk en cv-toestel. De offerte komt daarmee uit op een bedrag van € 4.032,50.

Het Instituut heeft een bedrag van € 1.623,24 vergoed. Het Instituut voert aan dat Timmer in zijn advies opmerkt dat de scheur zich bevindt in de inwendige hoek van twee wanden. Bij de begroting is uitgegaan van het insnijden en flexibel afwerken in de inwendige hoek en sauswerk voor alle wanden. Daarvoor is het niet nodig om alle installaties te de- en hermonteren. Voor het herstel van de schade is het enkel nodig dat het boiler-/buffervat met leidingwerk wordt gedemonteerd en gehermonteerd. Die post is al opgenomen. Het gecalculeerde bedrag is volgens Timmer ruimschoots toereikend voor deze werkzaamheden. Timmer heeft toegelicht dat sauswerk voor alle wanden met dezelfde kleur in een ruimte zijn meegenomen in de calculaties. In dat kader verwijst het Instituut nog naar een uitspraak van deze rechtbank.

De rechtbank is van oordeel dat eiseres geen aanknopingspunten heeft aangevoerd die aanleiding geven voor twijfel aan de geadviseerde herstelmethode. Het enkel overleggen van een offerte is daartoe onvoldoende. Zo leest de rechtbank in de offerte niet waarom de herstelmethode die aan het Instituut is geadviseerd voor een scheur tussen twee wanden niet volstaat. Er is namelijk geen reactie gegeven op de aan het Instituut uitgebrachte deskundigenadviezen en de daarin geadviseerde herstelmethoden. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Schade aan de betonpaden (schade 169)

17. Eiseres betoogt verder dat het Instituut onvoldoende vergoeding heeft toegekend voor schade aan de betonpaden op het perceel.

In bezwaar is op 17 december 2024 een opname op locatie uitgevoerd. Op 23 januari 2025 is een nieuw adviesrapport uitgebracht. Daarbij is een begroting gemaakt voor het frezen/opruwen van 615 m² erfverharding, plaatsen en verwijderen van bekisting, infrezen dilataties en transport en stort van 23m³ beton. Dit heeft geleid tot een aanvullende vergoeding voor schade 169 van € 7.526,43 (naast het al toegekende bedrag).

Op de regiezitting van 2 juli 2025 is afgesproken dat eiseres uiterlijk 1 oktober 2025 een contra-expertise met kostencalculatie indient. Eiseres is daarmee in de gelegenheid gesteld om te onderbouwen dat de vergoeding van het betonpad onvoldoende is.

Bij e-mail van 21 november 2025 heeft eiseres de rechtbank bericht dat het zeer moeilijk is om deze schade goed onderbouwd te kunnen berekenen. Partijen geven volgens haar aan geen offerte of calculatie te kunnen en willen maken. Zij geeft verder mee dat het ook akkoord voor haar zou zijn als het Instituut de schade op dit punt onder regie van het Instituut laat uitvoeren.

De door deskundige Kroes in bezwaar geadviseerde herstelmethode is vervolgens nog beschouwd door Timmer. Hij heeft in het addendum van 16 maart 2026 uiteengezet dat ook kan worden gekozen voor het overlagen met slem-asfalt. Volgens hem valt dat alternatief zelfs (iets) lager uit dan het gecalculeerde bedrag voor beton.

Het Instituut hanteert in het verweerschrift (onder 4.8) terecht het uitgangspunt van herstel in de situatie van voor het ontstaan van de schade. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt, ook niet met haar betoog op zitting, dat de voorgestelde herstelmethode en de daaraan gekoppelde calculatie hiervoor onvoldoende is. Daarbij merkt de rechtbank nog op dat het bewijsvermoeden niet geldt voor de herstelmethoden.

18. In het verzoek van eiseres om het Instituut de schade in natura te laten opknappen ziet de rechtbank evenmin aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen.

De hoofdregel is dat schade dient te worden vergoed in geld. Als uitzondering op deze hoofdregel kan de rechter op grond van art. 6:103 BW schadevergoeding toekennen in een andere vorm dan in geld. De rechter kan alleen schadevergoeding in natura toekennen als de benadeelde dit vordert. Een veroordeling tot een andere prestatie heeft het bezwaar, dat over de uitvoering nieuwe moeilijkheden kunnen ontstaan en is daarom in de meeste gevallen niet praktisch.

Het Instituut heeft in artikel 1.7 van de Procedure en Werkwijze voorzien in de mogelijkheid om ertoe te besluiten om de schade in natura te vergoeden. Het Instituut kan alleen van deze mogelijkheid gebruik maken indien de aanvrager het Instituut daarom heeft verzocht of daarmee heeft ingestemd. Dit is in lijn met hetgeen in artikel 6:103 BW is bepaald. In de toelichting op dit artikel staat nog wel dat het Instituut beperkt is door een gelimiteerde uitvoeringscapaciteit voor herstel in natura. Hierbij zal het Instituut dan ook keuzes moeten maken.

De rechtbank leest in de aanvraag uit 2020 en de reacties op de op 19 december 2023, 17 maart 2024 en 23 januari 2025 uitgebrachte deskundigenadviezen niet terug dat eiseres heeft verzocht om de schade in natura toe te kennen. Gelet op de in bezwaar gegeven reactie van eiseres lag de keuze dan ook niet voor toen het bestreden besluit werd genomen op 19 februari 2025. Eiseres heeft namelijk met name bepleit het niet eens te zijn met de wijze waarop het herstel door het Instituut is voorgesteld. Zo schrijft de gemachtigde van eiseres op 31 januari 2025: “Dan de herstel van betonpaden. Het beton moet eruit, vlak maken en nieuwe beton er in. Dit komt nergens terug.” De rechtbank kan dan ook niet tot het oordeel komen dat de beslissing op bezwaar onjuist is omdat niet is aangeboden schade in natura te vergoeden. Het verzoek kan dan ook niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. Gelet op de wijze waarop de discussie is gevoerd, en hetgeen hiervoor over de toepassing van art. 6:103 BW is overwogen, ziet de rechtbank ook overigens geen aanleiding af te wijken van de hoofdregel.

BTW

19. De rechtbank zal, gelet op het ter zitting gedane verzoek van het Instituut, nog wel een nader aanvullend bedrag toekennen. Het Instituut heeft in dit kader op zitting naar voren gebracht dat over de aanvullende vergoeding een bedrag van € 2.343,65 aan BTW onvoldoende is doorgerekend en de rechtbank verzocht dit bedrag toe te kennen.

Komen twee overgelegde facturen voor vergoeding in aanmerking?

20. Eiseres betoogt tot slot dat het Instituut ten onrechte de kosten van Van der Vegt niet heeft vergoed.

Het Instituut voert aan dat het verzoek om vergoeding van de kosten van de factuur van Van der Vegt met factuurnummer 231076 onderdeel is van een ander dossier, dat is afgerond met het besluit op bezwaar van 20 februari 2025. Over het verzoek om vergoeding van de kosten van de factuur van Van der Vegt met factuurnummer 241214 voert het Instituut aan dat in het bestreden besluit staat dat die kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat niet is gebleken waarom eiseres de kosten heeft gemaakt. Het Instituut ziet geen aanleiding om hier anders naar te kijken, aangezien eiseres haar beroepsgrond niet nader heeft toegelicht. Ook anderszins is niet gebleken dat en waarom kosten in onderhavig dossier zijn gemaakt. Er is geen (contra-expertise)rapport, memo of ander stuk van Van der Vegt ontvangen, aldus het Instituut.

Eiseres heeft ter zitting naar voren gebracht dat niet duidelijk was dat het Instituut een onderbouwing verlangde. De rechtbank stelt vast dat in het bestreden besluit echter al onder het kopje “De kosten die u heeft gemaakt” is overwogen dat het Instituut factuurnummer 241214 niet kan plaatsen, omdat zij op of rond 1 oktober 2024 geen adviesrapport hebben gestuurd waarop gereageerd kon worden. Een reactie hierop is in de gronden van beroep uitgebleven.

De rechtbank ziet reeds hierom geen grond voor het oordeel dat deze factuur ten onrechte niet is vergoed.

Conclusie en gevolgen

21. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht voor zover dat ziet op de hoogte van de toegekende vergoeding voor schades 27 en 28 en de over de aanvullende vergoeding berekende BTW. Het Instituut heeft zich in beroep namelijk op het standpunt gesteld dat de toegekende aanvullende vergoeding dient te worden verhoogd met een bedrag van € 2.357,65. De rechtbank ziet in hetgeen eiseres naar voren heeft gebracht geen aanleiding het bestreden besluit op andere gronden te vernietigen.

De rechtbank neemt met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht nu zelf een beslissing en bepaalt dat voor schades 27 en 28 en voor de over de aanvullende vergoeding berekende BTW een nadere vergoeding moet worden toegekend van € 2.357,65 (€ 14,- plus € 2.343,65). De rechtbank ziet in hetgeen eiseres naar voren heeft gebracht geen aanleiding een hogere vergoeding toe te kennen dan waar eiseres volgens het Instituut recht op heeft.

De rechtbank stelt vast dat van eiseres in deze procedure geen griffierecht is geheven. De rechtbank stelt vast dat eiseres niet heeft gevraagd om een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 19 februari 2025 voor zover daarin is beslist over de hoogte van de toe te kennen vergoeding voor schades 27 en 28 en de over de aanvullende vergoeding berekende BTW;

- bepaalt dat de nader toe te kennen vergoeding € 2.357,65 bedraagt, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 december 2020 tot en met de dag van betaling;

- laat het bestreden besluit voor het overige in stand.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Wassink, rechter, in aanwezigheid van mr.R.A. Schaapsmeerders, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 22 oktober 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand