ECLI:NL:RBNNE:2026:4636

ECLI:NL:RBNNE:2026:4636

Instantie Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak 13-08-2026
Datum publicatie 28-10-2026
Zaaknummer LEE 25/5323
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Verkeerd kenteken aangevinkt bij aanmelding op de bewonersvergunning. Schending evenredigheidsbeginsel omdat er is betaald voor de bewonersvergunning, er daadwerkelijk uren van het tegoed zijn afgeschreven en handhaving van de naheffingsaanslag leidt tot een dubbele opbrengst voor de gemeente.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende

de heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor, de heffingsambtenaar.

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 25/5323

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 13 augustus 2026 in de zaak tussen

en

1. Deze uitspraak gaat over de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting. Belanghebbende is het niet eens met de naheffingsaanslag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank beoordeelt of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de naheffingsaanslag wordt vernietigd. Het beroep is dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende op 24 oktober 2025 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.

De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar van 10 november 2025 het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft daartegen beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 3 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.

Feiten

3. De auto van belanghebbende stond op [datum] op of omstreeks [tijdstip] uur geparkeerd aan de [straat] in [plaats] . Op die dag en dat tijdstip was aan de [straat] een regime betaald parkeren van toepassing.

Beoordeling door de rechtbank

4. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de naheffingsaanslag niet moet worden gehandhaafd. Onder verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad merkt belanghebbende op dat er materieel parkeerbelasting is voldaan middels de bezoekersvergunning. Niet alleen is voor die vergunning op zich betaald, maar er zijn ook daadwerkelijk uren van het bijbehorende tegoed afgeschreven. Belanghebbende heeft geparkeerd aan de [straat] omdat hij als mantelzorger bij een bewoner langsging. Bij de aanmelding op de vergunning is per abuis een verkeerd kenteken ingevoerd. De auto die bij dat kenteken hoort is van een andere mantelzorger die op de bewuste dag elders stond geparkeerd. Ter onderbouwing daarvan wijst belanghebbende op een ingediende schriftelijke verklaring van de eigenaar van die auto. Belanghebbende wijst er verder op dat hij in het voorgaande jaar al 25 maal heeft geparkeerd op dezelfde plek en dat een eenmalige vergissing nu onevenredig hard wordt bestraft. Dit temeer door het hoge bedrag aan kosten (€ 78,80) ten opzichte van de parkeerbelasting (€ 4,50).

5. De heffingsambtenaar betoogt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd omdat de verschuldigde parkeerbelasting niet is voldaan. Door het invoeren van een verkeerd kenteken is niet voldaan aan de voorwaarden van de bezoekersvergunning die in de Verordening zijn opgenomen. Het arrest van de Hoge Raad waar belanghebbende op wijst is niet van toepassing omdat in die zaak wél parkeerbelasting was voldaan. Door belanghebbende is evenmin op andere wijze de verschuldigde parkeerbelasting voldaan. De heffingsambtenaar ziet geen aanleiding om op grond van de door belanghebbende aangevoerde omstandigheden tot een ander standpunt te komen. Er was geen sprake van overmacht of een noodsituatie voor belanghebbende. Ook ziet de heffingsambtenaar geen onevenredigheid in de kosten die deel uitmaken van de naheffingsaanslag.

6. De rechtbank oordeelt als volgt. Het staat vast dat de auto van belanghebbende op genoemde datum en tijd geparkeerd was aan de [straat] in [plaats] . Het kenteken van belanghebbende was op die datum en tijd niet aangemeld op de bezoekersvergunning. Dat betekent dat er niet was voldaan aan de voorwaarden die aan die vergunning verbonden zijn. Die vergunning is namelijk alleen geldig als het juiste kenteken is aangemeld. Nu dat niet zo was heeft belanghebbende niet met een geldige vergunning geparkeerd.

7. Het arrest van de Hoge Raad waar belanghebbende op gewezen heeft ziet enkel op de situatie dat er geparkeerd is op aangifte, terwijl een onjuist kenteken is ingevoerd. In het geval dat hier aan de orde is gaat het erom dat er geen parkeerbelasting is voldaan. Zoals hiervoor al is uitgelegd was er ook geen sprake van parkeren met een geldige (bezoekers)vergunning.

8. Er was dus geen parkeerbelasting voldaan en er was ook geen geldige ontheffing op grond van de bewonersvergunning. In beginsel is er dan aanleiding voor het opleggen van een naheffingsaanslag parkeerbelasting.

9. Hoewel het bij parkeerbelasting gaat om een objectieve belasting en er weinig ruimte is voor afwegingen op grond van het evenredigheidsbeginsel ziet de rechtbank in de omstandigheden van dit geval toch aanleiding om te oordelen dat de aanslag behoort te worden vernietigd. Het evenredigheidsbeginsel brengt met zich mee dat er geen sprake mag zijn van onevenredigheid tussen de nadelige gevolgen van een belastingbesluit in verhouding tot het doel.

10. In dit geval was het zo dat belanghebbende als mantelzorger naar iemand toeging. Deze persoon heeft gepoogd om op zijn bewonersvergunning het kenteken van belanghebbende in te voeren. Hij heeft echter per abuis een ander kenteken ingevoerd. Dat was -zoals belanghebbende onbetwist heeft gesteld en ook onderbouwd- het kenteken van iemand anders die ook regelmatig zorg komt verlenen bij die persoon. Er is dus per vergissing het verkeerde kenteken aangevinkt. Als het juiste kenteken, namelijk dat van belanghebbende, was aangevinkt dan zou er wel voldaan zijn aan de voorwaarden die aan de vergunning zijn verbonden.

11. Het doel van parkeerbelasting is dat er betaald wordt als men parkeert en dat de opbrengsten bijdragen aan de algemene middelen van een gemeente. In dit geval is er voor de bewonersvergunning betaald en zijn er ook uren op die vergunning afgeschreven. Het opleggen van een naheffingsaanslag leidt naar het oordeel van de rechtbank in dit specifieke geval tot onevenredige gevolgen. Oplegging van de naheffingsaanslag betekent aan de zijde van belanghebbende en degene aan wie hij zorg verleent een forse kostenpost en voor de gemeente een dubbele opbrengst. Voor iemand die zorg verleent aan een medemens moet het niet zo zijn dat hij voor hoge kosten wordt gesteld als er een vergissing wordt gemaakt bij het invoeren van een kenteken. Het evenredigheidsbeginsel, of anders gezegd: de menselijke maat brengt in dit specifieke geval naar het oordeel van de rechtbank mee dat de heffingsambtenaar het bezwaar van belanghebbende ten onrechte ongegrond heeft verklaard.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar. De rechtbank neemt nu zelf een beslissing en bepaalt dat de naheffingsaanslag wordt vernietigd.

Omdat het beroep gegrond is moet de heffingsambtenaar het griffierecht van € 53 aan belanghebbende vergoeden. Van andere kosten die voor vergoeding in aanmerking komen is niet gebleken.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vernietigt de naheffingsaanslag in de parkeerbelasting;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de bestreden uitspraak op bezwaar;

- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 53 aan belanghebbende moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. de Jonge, rechter, in aanwezigheid van J.H. Folkers, griffier.

Uitgesproken op 13 augustus 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NLF 2026/2317
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand