ECLI:NL:RBOBR:2025:1922

ECLI:NL:RBOBR:2025:1922, Rechtbank Oost-Brabant, 03-04-2025, 10894737 CV EXPL 24-377

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 03-04-2025
Datum publicatie 29-09-2025
Zaaknummer 10894737 CV EXPL 24-377
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005289

Samenvatting

Meisje is van paard gevallen. Manege niet aansprakelijk. Het is niet gebleken dat meisje is gevallen door de eigen energie van het paard. Artikel 6:179 BW.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Zaaknummer: 10894737 \ CV EXPL 24-377

Vonnis van 3 april 2025

in de zaak van

1. ZILVEREN KRUIS ZORGVERZEKERINGEN N.V.,

te Leiden,

hierna te noemen: Zilveren Kruis,

2. ACHMEA ZORGVERZEKERINGEN N.V.,

te Leiden,

hierna te noemen: Achmea,

gemachtigde: Flanderijn,

tegen

[eiser] , handelend onder de naam [bedrijfsnaam gedaagde],

te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: de manege,

procederend in persoon.

1. De kern van de zaak

Deze zaak gaat over een meisje dat is gevallen bij het paardrijden. Zilveren Kruis

heeft als zorgverzekeraar van het meisje schade vergoed in verband met medische

behandelingen naar aanleiding van de val van het paard. Zilveren Kruis vordert nu van de manege betaling van de schadevergoeding.

In het tussenvonnis van 21 november 2024 heeft de kantonrechter Zilveren Kruis opgedragen te bewijzen dat het meisje is gevallen door toedoen (de eigen energie) van

het paard. Partijen hebben daarna ieder een akte ingediend.

Met dit vonnis komt de kantonrechter tot haar eindoordeel. Zij is van oordeel dat niet bewezen is dat het meisje is gevallen door toedoen van het paard. De vordering wordt zodoende afgewezen.

2. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 21 november 2024- de akte van Zilveren Kruis- de akte van de manege.

Vervolgens is bepaald dat vonnis zal worden gewezen.

3. De verdere beoordeling

Zilveren Kruis baseert haar vordering op artikel 6:179 BW. Zoals in het tussenvonnis (r.o. 5.5.) is weergegeven volgt uit dit artikel dat het voor aansprakelijkheid vereist is dat de schade komt door de eigen energie van het dier.

In het licht van dit beoordelingskader en de genomen aktes is de kantonrechter van oordeel dat de manege niet aansprakelijk is. De kantonrechter is namelijk van oordeel dat het niet vaststaat dat het meisje is gevallen door de eigen energie van het paard op grond van het volgende.

Beide partijen hebben verklaringen overgelegd: een verklaring van het meisje en een van de tijdens het ongeval aanwezige instructrice. Uit beide verklaringen volgt (1) dat het paard is gesprongen en (2) dat het meisje na de landing is gevallen. De verklaringen verschillen over de aanleiding van de val van het paard: het meisje heeft verklaard dat het paard op hol is geslagen en toen over een hindernis is gesprongen, de instructrice heeft verklaard dat het meisje zelf opdracht heeft gegeven over een hindernis te springen en dat het paard vervolgens de door het meisje opgedragen sprong heeft uitgevoerd. Na de sprong is het meisje haar evenwicht verloren zo verklaarde de instructrice. Volgens haar heeft het paard geen ongewenst gedrag vertoond.

Het verschil tussen de verklaring van het meisje en de verklaring van de instructrice is relevant gelet op artikel 6:179 BW. Artikel 6:179 BW mist toepassing zolang het dier optreedt overeenkomstig wat de begeleider (of de berijder) van hem verlangt. In zijn arrest van 23 februari 1990 (NJ 1990, 365) overwoog de Hoge Raad in dit verband:“Dit brengt mee dat voor toepassing van het artikel nodig is dat de schade veroorzaakt is door een eigen gedraging van het dier, waarbij het dier dus niet ‘als instrument handelt van de persoon, die hem berijdt of leidt’(Toelichting-Meijers op art. 6030208 NBW). Zolang het dier optreedt overeenkomstig hetgeen de begeleider van hem verlangt, mist art. 1404 [de voorganger van artikel 6:179 BW, toevoeging kantonrechter] toepassing.” In zijn conclusie voor dit arrest wijst AG Asser, in overeenstemming met de op dat moment heersende lijn in de literatuur over de risicoaansprakelijkheid voor dieren, erop dat een dier ook als het wordt bereden of geleid gedrag kan vertonen waarop degene die hem berijdt of leidt geen invloed heeft. Ook zo’n geval, waarin deze persoon het dier niet meer geheel in zijn macht heeft, valt onder de risicoaansprakelijkheid voor dieren (ECLI:NL:GHARL:2019:491). De volgende vragen zijn dus van belang: gaat het in deze zaak om een gedraging van het paard waarop het meisje geen invloed had? Daarvan zou sprake zijn als het paard inderdaad voor de sprong op hol is geslagen zoals het meisje heeft verklaard. Of deed het paard wat zijn berijder (het meisje) van hem verlangde en verloor het meisje zelf haar evenwicht nadat de sprong was gemaakt?

De kantonrechter is van oordeel dat niet bewezen is dat het paard op hol is geslagen en dat het daardoor (zonder instructie van het meisje) over de hindernis is gesprongen.

Weliswaar heeft het meisje verklaard dat het paard “op hol is geslagen”, maar dit is niet eerder in de procedure aangevoerd en uit de verklaring van het meisje blijkt niet waarom zij het handelen van het paard als “op hol geslagen” heeft beoordeeld. De verklaring van het meisje laat daarnaast in het midden of zij opdracht had gegeven voor de sprong, zodat het niet uitgesloten is dat zij opdracht had gegeven voor de sprong. Verder heeft de instructrice betwist dat het paard op hol is geslagen en verklaard dat het paard versnelde richting de hindernis (“het aantrekken van de sprong”) en dat dit beleefd kan zijn als het “op hol slaan”, maar dat dat nog niet betekent dat het paard daadwerkelijk op hol is geslagen. Bovendien heeft de instructrice verklaard dat een op hol geslagen paard in de regel juist niet over een hindernis springt. In het licht van de betwisting / toelichting van de instructrice heeft Zilveren Kruis met de enkele verklaring van het meisje onvoldoende bewezen dat het paard op hol is geslagen en dat het daardoor is gesprongen (en niet door de instructie van het meisje zelf).

Het staat dus niet vast dat het meisje door de eigen energie van het paard is gevallen..

De vordering wordt afgewezen omdat niet is voldaan aan de voorwaarde voor aansprakelijkheid op grond van artikel 6:179 BW.

Zilveren Kruis en Achmea zijn de het ongelijk gestelde partijen en moeten daarom de proceskosten betalen (Achmea had haar vorderingen al ingetrokken, vide r.o. 5.1. tussenvonnis). Omdat de manege is verschenen zonder gemachtigde worden deze begroot op € 100,-, bestaande uit verletkosten (€ 50,- voor iedere keer dat de manege is verschenen).

4. De beslissing

De kantonrechter

verstaat dat de vorderingen van Achmea zijn ingetrokken,

wijst de vorderingen van Zilveren Kruis af,

veroordeelt Zilveren Kruis en Achmea in de proceskosten van de manege, begroot op € 100,-.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Wijsman - Van Veen en in het openbaar uitgesproken door mr. J.H. Wiggers op 3 april 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl PS-Updates.nl 2025-0516
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand